ECOLOGIE VAN DE ALKMAARSE BLOEMPOT

Er waart een nieuw woord door symposia en gemeentehuizen: stadsecologie. Bestuurders worden geacht het schaarse stadse groen niet meer als behang te behandelen, maar er een 'visie' op te ontwikkelen. Alkmaar, bijvoorbeeld, worstelt daarmee. Kies je voor de natuur of voor de toerist, voor de kleine modderkruiper of de cheese connection? Drie visies op een vergeten stukje Holland.

Vier watermolens maken 'Holland' compleet. Achterlangs voert de Hoornse vaart van de polder naar de Alkmaarse toeristenattractie bij uitstek: de Kaasmarkt. Kaas, molens en polder. Hollandser kan het niet.

Plannenmakers watertanden bij de gedachte wat je allemaal met die Oudorperhout kunt doen. Moeras en riet, zomaar middenin de bebouwing. Ingeklemd tussen Alkmaar en het ooit zelfstandige Oudorp. En dan ook nog met een aansprekende cultuur-historische achtergrond. Er stonden twee burchten van Floris V. Daar werden de tolgelden geind om de waterhuishouding te bekostigen.

Stukjes natuur zoals de Oudorperhout zijn herontdekt sinds het oude woord ecologie van stal werd gehaald en een moderne lading kreeg in de term stadsecologie. Het rijksbeleid is er op gericht n de stad te bouwen om het buitengebied te sparen. Dat brengt het schrikbeeld mee van een volgebouwde stad met nauwelijks nog groen. Hoe houd je de stad nog leuk?

Alkmaar is een van de steden die een antwoord zoeken op die vraag. Een vijftal ontwerpteams kreeg opdracht om vanuit verschillende invalshoeken (natuur, economie, groenbeheer, waterbeheer etc.) ideeen te ontwikkelen voor de Oudorperhout. Belangen blijken meteen al te botsen. Moet je er economisch aantrekkelijke projecten ontwikkelen? Ja, zeggen de plannenmakers van 'buiten'. Nee, vinden omwonenden en milieu- en natuurgroepen: laten we dit stukje natuur in de stad houden zoals het is en zelfs nog wat versterken.

Alle ontwikkelingsbureaus zien de economische kant wel zitten. Al gaat de een verder dan de ander. Een bureau uit Apeldoorn ziet kansen voor een groene achtertuin van Alkmaar met een congrescentrum en hotel plus sportcomplex, woningbouw en een kampeerplaats. Bureau Nieuwland, dat al eerder een ecologisch plan voor de hele stad uitwerkte, is wat gematigder, maar toch . . .

Met een aanstekelijk enthousiasme zegt Martin Vastenhout van dit bureau: "In de Oudorperhout is cultuur-historisch en ecologisch veel te beleven. Maar je moet het weten, anders gaat het aan je voorbij. Dan is het alleen een leuk plekje." En hij heeft zo z'n plannetjes om iedereen de ogen te openen. Bijvoorbeeld door een educatief centrum te bouwen. Niet zomaar eentje, maar een langwerpig gebouw, met een dak van gras vermomd als een dijk en daardoor samensmeltend met het polderlandschap.

In dit 'dijk van een gebouw' kunnen exposities worden gehouden. Floris V biedt met zijn tolheffing een aanknopingspunt voor een typisch Nederlands verschijnsel als het waterschap: alles ligt onder de waterspiegel. Je kunt dan verder de bezoekers het centrum uitlokken naar een coupure in een echte dijk. Plaats daar een glasplaat in, met een gaatje waar water uit stroomt. De bezoekers kunnen de vinger erin steken en Hansje Brinker spelen. In dat educatief centrum kun je ook laten zien hoe groot de verscheidenheid aan leven in dat kleine stukje Oudorperhout is. Om vervolgens de mensen naar buiten te lokken en het in het echt te laten zien.

Martin Vastenhout heeft het ook over de cheese connection, een verbinding tussen de historische Kaasmarkt en de polder. De stad heeft buiten de markturen niet zo veel te bieden om de toerist vast te houden. Zorg dan voor een alternatief in de vorm van de Oudorperhout: met een rondvaartboot naar het poldertje.

Vastenhout: "Het wordt geen Eurodisney hoor en ook geen Efteling. Er is huiver bij de buurt, maar er zijn ook andere belangen." Er is, geeft hij toe, altijd spanning tussen algemeen en individueel belang. De Oudorperhout is een stedelijk gebied "waar het water je van in de mond loopt" en het past heel goed in de 'Nederland promotie' die Economische zaken voor ogen staat. Noord-Holland is als toeristisch speerpunt gekozen met thema's als de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en 'leven tussen het water'. Aan de gemeente biedt dat de kans geld te genereren om het gebied op te waarderen. Je kunt de economie van Noord-Holland een impuls geven, middelen mobiliseren om arbeidsplaatsen te creeren.

Hans van Os, voorzitter van de Stichting Kleimeer, denkt er anders over. "Moet je nu Amerikanen en Japanners naar zo'n poldertje halen?" Van Os verwoordt de visie van allerlei natuur en milieu-organisaties. In de achtertuin van Alkmaar ligt een heel oorspronkelijk stukje natuur met grillige sloten, moerasachtige stukken. Met een grote plantenrijkdom, broedvogels en amfibieen, zoals groene en bruine kikkers, salamanders. Een rijke visstand ook met de bittervoorn en de kleine modderkruiper. Er zitten veel beschermde dieren.

"Er zijn ook plannen om er huizen te bouwen, ecologische bouw weliswaar, maar het blijven natuurlijk gewoon huizen waar mensen wonen. De schuwe soorten zullen er verdwijnen. In Noord-Holland moeten duizenden huizen gebouwd worden. Moet dat nu uitgerekend in zo'n geisoleerd gebiedje?"

Elk grootschalig ingrijpen betekent volgens Van Os een verstoring. Haal je er toeristen heen, dan is het gedaan met de natuurlijke waarde. "Het is eigenlijk maar een klein gebiedje dat zich helemaal niet leent voor toeristen. De voorzitter van de Historische vereniging in Alkmaar heeft het al eens een 'bloempot' genoemd. Daar moet je niet te veel in willen stoppen."

Nederland, vindt Van Os, is behept met de idee dat alles 'beheerst' moet worden. "De kern van de discussie is steeds weer 'de economie', wat brengt het op. Over planten en dieren wordt niets meer gehoord."

Toen Hans van Os van een seminar over de polder naar huis ging, overviel hem een gevoel van moedeloosheid. Waarom Amerikanen en Japanners naar een gebied halen, dat je dan verder kunt afschrijven als natuur-historische polder? "Wat me steekt is zo'n opmerking van Martin Vastenhout dat het inderdaad een uniek gebied is, maar dat je dat moet zien. Dat klinkt overmoedig. Hij als landschapsarchitect ziet dat blijkbaar wel, wij zien alleen maar een leuk plekje. Terwijl wij er heen gaan, juist omdat we de waarde ervan kennen. Zien wj die weidevogels soms niet, die orchideeen en die oeverplanten?"

"De mensen van die bureaus willen overal bordjes bij zetten. Kijk, dit bloemetje heet zo en hier is de dwangburcht van Floris V geweest. Sommigen denken er al aan weer wat op de fundamenten te bouwen, anderen hebben het over een uitkijktoren."

Hansje Brinker? Die bureaus kijken al uit naar al die toeristen. Na een poosje is het poldertje een park. De basisgedachte van Alkmaar was om een ecologisch beleid op te bouwen, volgens de leer van het natuurlijk evenwicht. Nu dreigt het een thema van de provincie te worden met geld voor toeristische projecten. Dat botst met het uitgangspunt. "Want, vergis u niet. Zo'n educatief centrum in een gebouw dat op een dijk lijkt, klinkt heel mooi. Maar het is een knots van een gebouw. Er zijn miljoenen voor nodig en dus een project-ontwikkelaar die er geld in steekt en dat er weer uit wil halen. De Kamer van Koophandel, de provincie en de VVV vlassen daar op in deze tijd van bezuinigingen."

Willen Van Os en de zijnen dan niets? "Ja, toch wel. Maar wij denken meer aan beperkt wandelen en fietsen. Veel mensen uit Alkmaar en Oudorp doen dat al en in ingezonden stukken in de krant zeggen ze: blijf van ons gebied af." Verder zou er best een milieu- en educatiecentrum kunnen komen. In een molen bijvoorbeeld of in een stolpboerderij. En dan met voorlichting over de natuur in de polder. Om de waarde ervan nog te vergroten zou je de verbindingen moeten verbeteren naar de rietlanden buiten de stad. De waterkwaliteit kan ook beter. Het water is nu te voedselrijk door alles wat er naar binnen stroomt uit het Noord-Hollands kanaal. Het zou leuk zijn een van de molens weer te laten werken. Je zou er ook oud-Hollandse runderrassen naar toe kunnen halen. Die dreigen nu uit te sterven.

W. B. van der Ham lacht even om de vraag, maar erkent dan: "Ja, je zou kunnen zeggen dat ik het Salomonsoordeel moet vellen." Om ideeen op te doen heeft de gemeente, nog voordat er zelfs maar een vaag plan op tafel lag, een seminar georganiseerd over de Oudorperhout. Ook bewoners waren welkom. De wethouder: "Je krijgt er dan een heel brede kijk op. Ieder kiest zijn eigen invalshoek. De vraag die nu beantwoord moet worden is: wat spreekt ons het meest aan."

Wethouder van der Ham denkt er nog dagelijks over wat stadsecologie eigenlijk precies is. "Ik was wethouder voor het groen en werd van het ene op het andere moment wethouder stadsecologie. Eigenlijk zou je eens een proefwijk moeten bouwen waar verschillende ontwerpers hun inzichten over het evenwicht tussen stad en natuur kunnen uitwerken."

Alkmaar is dus zoekende en schaart zich in de rij steden die probeert het groen een eigen plaats te geven in de planologie van de stad. Vaak was het groen een 'restpost'. Er werden nieuwe wijken gebouwd, waarin huizen, wegen en parkeerplaatsen voorrang kregen. Ook in de binnensteden bleef het vaak bij het onderhouden van een een plantsoentje hier en een perkje daar. Achteraf werd wel gesproken over schaamgroen, bedoeld om stedebouwkundige projecten te decoreren. Van der Ham: "Wij streven nu naar een grotere samenhang en proberen een visie te ontwikkelen waarin milieu en groen een eigen belevingswaarde krijgen."

Het nieuwe denken over stadsecologie begon zich af te tekenen in de tachtig. Het rijksbeleid was er op gericht de open ruimte zoveel mogelijk te vrijwaren van aanslagen. Minder nieuwbouwwijken dus en concentratie van de bouw in de stad zelf. Meer woningen in de stad hield echter het risico in dat het schaarse groen opgeofferd zou worden. In 1989 publiceerden de ministeries van Vrom en van Landbouw, visserij en natuurbeheer de brochure 'Meer dan behang': groen moest meer worden dan een bloemetjesbehang in de woonkamer. De steden die deze boodschap oppakten, proberen meer samenhang te brengen in het groenbeleid. In Alkmaar resulteerde dat onder meer in het opstellen van een groenbeleidsplan door het bureau Nieuwland. Inclusief een reorganisatie om de diensten die zich direct of zijdelings bezig houden met ecologie - ruimtelijke ordening, milieubeheer, plantsoenbeheer en waterbeheer - op elkaar af te stemmen. De scheiding tussen plantsoenbeheer en waterbeheer leidde er bijvoorbeeld toe dat de strook daar tussen, de oever, werd vergeten. Alle bestaande groen in Alkmaar is in kaart gebracht, met extra aandacht voor markante elementen, zoals de Alkmaarse Hout en de Oudorperhout.

Bij de invulling daarvan blijken alle neuzen echter niet in dezelfde richting te wijzen. Omwonenden en lokale groepen houden hun hart vast dat stadsecologie in het geval van de Oudorperhout juist in haar tegendeel zal verkeren. Of het - zoals een omwonende op het symposium de zorg verwoordde - het huidige hoge natuurgehalte niet zal worden opgeofferd aan een soort openluchtmuseum.

Nog in de loop van dit jaar moeten de ideeen over de Oudorperhout uitmonden in besluitvorming. "In ieder geval geen onbeheerste massale toestroom van toeristen" , vindt de wethouder zelf. "Een bezoek van, pakweg, duizend mensen per dag, dat kan niet, daar leent het gebied zich niet voor." Aan de andere kant hoeft het ook geen stiltegebied te worden. Je kunt, denkt de wethouder, ook heel goed uit de voeten met een beperktere opzet. Met natuureducatie en kleine groepen wandelaars, onder leiding van een gids, zoals dat ook in de duinen gebeurt.

"Dus wel de natuur-educatieve kant versterken. Maar geen hotels, geen drommen bussen en fotograferende Japanners. En ook geen vingertje van Hans Brinker in de dijk." De wethouder denkt ook niet aan een cheese connection van de Kaasmarkt naar de polder. "Hoewel" , zegt hij, "zulke ideeen wel erg creatief zijn. Zo'n Hans Brinker-dijk is heel aantrekkelijk. In de omgeving zijn nog best allerlei andere polders waar zulke gedachten verder kunnen worden ontwikkeld, op een plek die het wel aan kan. Dat is het leuke van zo'n seminar. Je doet er allerlei ideeen op."

Er zijn, denkt de wethouder, ook best allerlei andere mogelijkheden om de zomergasten na afloop van de Kaasmarkt vast te houden. "Want dat is natuurlijk wel degelijk van belang. We hebben hier niet veel industrie. Het toerisme is een belangrijke impuls voor de economie." Provinciaal, regionaal en lokaal worden plannen ontwikkeld. Alkmaar werkt aan mogelijkheden om de binnenstad zelf uit te buiten. "We zijn op bezoek geweest in Maastricht. Zo'n Bourgondische levensstijl als daar zullen we hier niet krijgen, dat is een kwestie van cultuur, maar er is wel meer mogelijk dan een zak patat, koffie en een puntje. Er zijn ook nu al best meer mogelijkheden om goed te vertoeven, maar we moeten daar wat meer mee aan de weg timmeren." Het gemeentebestuur werkt aan plannen om de toerist te boeien in de hele binnenstad en dus in de directe omgeving van de Kaasmarkt, door de historische bezienswaardigheden beter uit te buiten, het organiseren van exposities en andere activiteiten.

Over pressie om de Oudorperhout toch sterker uit te buiten voor de 'Holland-promotie' is de wethouder niet bezorgd. "We werken in deze streek niet alleen aan projecten voor het aantrekken van massa-toerisme. Het gaat om een veel breder aanbod. Ik denk de Oudorperhout goed leent als ondersteunende activiteit en dat niemand druk zal gaan uitoefenen er een massa-project van te maken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden