Ecoduct redt hert én mier

Natuurbeschermers worden blij van ecoducten, de 69 oversteekplaatsen voor dieren. Maar wat is hun precieze betekenis voor de natuur?

Kijk, sporen van een das! En deze, met die scherpe nagels, een vos!'' roept faunabeheerder Cees de Jong van Staatsbosbeheer enthousiast op ecoduct Hoog Buurlo tussen Amersfoort en Apeldoorn. In het vochtige zand staan ook pootafdrukken van edelherten en zwijnen die hier de A1 oversteken. Het oogt alsof er een enorme roedel is gepasseerd.

Aan beide zijden van het ecoduct ligt een zandvlakte met poelen om dieren te lokken. Het ecoduct mag niet te dicht begroeid raken want daar houden edelherten niet van. Boomstobben vormen een sliert tot aan de overkant. "Zo kunnen salamanders, hagedissen en ringslangen beschut naar de andere kant", legt Victor Loehr, ecoloog bij Rijkswaterstaat uit. "Ook vlinders en kevers als het zeldzame vliegend hert maken gebruik van de oversteekplaats. Sommige soorten hebben zo'n klein territorium, dat ze daar enkele generaties voor nodig hebben, mieren bijvoorbeeld."

Het ecoduct is een wezenlijk onderdeel van het nationale netwerk dat de versnippering van natuurgebieden tegen moet gaan. Door bezuinigingen zijn de ambities bijgesteld. De 'robuuste verbindingen' die gebieden als de Veluwe en de Oostvaardersplassen met elkaar moesten verbinden belandden in de koelkast. Voor het aankopen van terrein was te weinig geld. De provincies zijn sindsdien verantwoordelijk voor dit beleid.

Faunatunnels

Bij elkaar moesten 215 knelpunten worden opgelost. Van het deel waarvoor het rijk nog verantwoordelijk is, is ruim de helft uitgevoerd, aldus programmanager Adam Hofland van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) dat in 2018 afloopt. Voor het project dat 14 jaar duurt, was bijna een half miljard euro beschikbaar. Niet alleen voor ecoducten, ook voor faunatunnels, hekwerk en geleideschermen. Die helpen dieren om snelwegen kanalen en spoorlijnen over te steken. Verkeerslawaai is nauwelijks een belemmering. "Als iets er altijd is en geen kwaad kan, hebben herten dat snel in de gaten en storen ze zich er niet aan", aldus boswachter De Jong.

Ecoducten zijn de kostbaarste oplossingen voor knelpunten in het verkeer van mens en dier. Het kan simpeler: een buis volstaat om dassen veilig naar de andere kant van een weg te loodsen. Elementair daarbij is hekwerk dat voorkomt dat deze slechtziende scharrelaars de weg oplopen. Ook voor padden zijn er al honderden tunneltjes met geleideschermen.

De eerste ecoducten in Nederland, bij Woeste Hoeve en Terlet over de A50, zijn in 1988 gebouwd omdat er regelmatig herten werden aangereden. "Een goede zet want meer ongelukken bleven uit", aldus Loehr. De stichting Das en Boom beijverde zich al in de jaren zeventig met succes voor de aanleg van faunatunnels. Die komen nu ook in de plassengebieden van Zuid-Holland voor de otters.

Isolement

Wel is in de loop van de decennia de betekenis van ecoducten veranderd. Het gaat niet alleen om het voorkomen van botsingen tussen de gemotoriseerde mens en het vrije hert of zwijn. Het verbinden van leefgebieden kan een eind maken aan het isolement van dieren op snippers natuur tussen (snel)wegen, spoorlijnen en water, die ze niet op eigen kracht kunnen oversteken. Zelfs voor vleermuizen kan water of een snelweg onoverbrugbaar zijn. In gescheiden leefgebieden vinden dieren geen partner en te kleine populaties zijn ten dode opgeschreven. Als er al voldoende voedsel is, loert het gevaar van inteelt.

"Grote dieren kun je nog vangen en aan de overkant loslaten, maar dat is geen oplossing voor hun natuurlijke trekgedrag", illustreert coördinator monitoring en faunabeheer van Staatsbosbeheer, Jaap Rouwenhorst. Hij is tevreden over de ecoducten en ziet hoeveel soorten en aantallen dieren er na enige gewenning gebruik van maken. Onderzoek van onafhankelijke bureaus bevestigt dat. Er zijn roedels edelherten die zich aan de ene kant van de snelweg schuil houden in het bos en dagelijks oversteken om aan de andere kant te foerageren. In de bronsttijd leggen edelherten op de Veluwe tientallen kilometers af op zoek naar vruchtbare hinden, daarbij vinden ze moeiteloos de weg over de ecoducten. "Die route lopen ze elk najaar heen en terug, buiten de bronsttijd komen ze er nooit."

Loehr: "Je kunt gemakkelijk zien of ecoducten veel worden gebruikt. Onderzoekers werken met indicatorsoorten. Als je die bestudeert, weet je gelijk hoe het met andere soorten staat. Zijn er geen insecten, dan ontbreken ook hagedissen en hoef je niet te zoeken naar de grauwe klauwier. Als je het gebruik een paar keer hebt onderzocht, ontdek je de geldigheid van je bevindingen in vergelijkbare situaties. Maar je moet ook kijken of ecoducten helpen gescheiden populaties weer samen te brengen, zodat er één weerbare populatie ontstaat. Met DNA-onderzoek kun je na een paar generaties zien of dat is gelukt en dus of het ecoduct effectief is." Nul-metingen helpen om de oude situatie met de nieuwe te vergelijken.

Bij de ecocorridor Zwaluwenberg, met daarin drie ecoducten, loopt zo'n studie. De hazelworm en de levendbarende hagedis kunnen zonder ecoduct nooit naar de andere kant en laten zich eenvoudig onderzoeken. Aan beide zijden van de weg zijn van deze reptielen DNA-monsters afgenomen om te zien of de populaties van elkaar verschillen. Als dat zo is, moet het verschil verdwijnen als de populaties zich vermengen. In 2020 wordt er opnieuw DNA verzameld. Pas als vermenging wordt geconstateerd, is duidelijk dat de corridor effectief is. Edgar van der Grift van onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen leidt dat onderzoek. Hij weet al hoe vaak reeën, vossen, dassen, hazelwormen en hagedissen er oversteken. "De hamvraag is: is er genoeg uitwisseling om de populaties in stand te houden?"

Platgereden

Alterra steunt de ontwikkeling van ecoducten. Maar, merkt Van der Grift op: "Ecoducten zijn niet gratis, je wilt er niet te veel aanleggen, want dat is weggegooid geld. Je wilt er ook niet te weinig want dan zijn ze niet effectief en heeft zo'n investering geen zin. We moeten uitzoeken wat ze doen voor het voortbestaan van populaties." Hij noemt een studie naar het functioneren van twee paddentunnels. Met schermen werd voorkomen dat de beestjes op hun route naar hun voortplantingspoelen werden platgereden. De tunnels werden regelmatig gebruikt, toch bleek dat bijna zestig procent de overkant niet haalde omdat de tunnels te ver uit elkaar lagen. De beestjes gaven hun poging de poel te bereiken op en deden niet mee aan de voortplanting. Om dit op te lossen moeten er nog twee of drie tunnels extra komen. Van der Grift: "Het is niet erg dat een voorziening nog niet optimaal werkt: je moet onderzoeken en zo nodig bijsturen!'"

Snelweg voor dieren

Nederland telt 68 ecoducten, enkele nog in aanbouw. Bij de lancering van de Ecologische Hoofdstructuur, later omgedoopt in Natuurnetwerk Nederland, werd een blauwdruk van die 'snelweg voor de dieren' over de kaart van Nederland gelegd. Rijk, provincies, gemeenten, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten stelden prioriteiten. Natuurbeschermers en boeren mengden zich in die discussie. Op elke plaats werd bekeken of een ecoduct paste en of de eigenaar voorzieningen wilde treffen voor een oversteekplaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden