Echtheid vraagt moed om kwetsbaar te zijn

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: managerstrainer en -coach Godfried IJsseling over echtheid. „Authentiek zijn en effectief zijn, zijn met elkaar verbonden."

Was persoonlijke ontwikkeling jarenlang iets voor zweverige zoekers, nu begeven ook managers, zakenmensen en leidinggevenden bij onder andere banken en verzekeraars zich op het pad naar zelfkennis. „Er ontstaat acceptatie dat jezelf zijn en effectief zijn met elkaar zijn verbonden,” schrijft Godfried IJsseling in zijn pas verschenen boek ’Persoonlijke ontwikkeling – echtheid in professionaliteit’.

Als senior trainer en coach bij de Baak, Management Centrum VNO-NCW merkt IJsseling dat allerlei zogenaamd harde professionals zich als persoon willen ontwikkelen zodat ze hun eigen ’ik’ kunnen inzetten in hun werk. Maar wat is dit eigen ik? Hoe vind je dat?

In zijn boek speelt het begrip ’authenticiteit’ of anders gezegd echtheid een belangrijke rol: „Het bereiken van authenticiteit is iets wat steeds meer mensen zien als een voorwaarde voor effectiviteit.” Maar wat is authenticiteit, hoe vind je die? IJsseling: „Door echtheid of authenticiteit te beoefenen als een deugd.”

Voordat IJsseling ingaat op de vraag wat die deugd behelst, en hoe je die beoefent, vertelt hij eerst dat echtheid geen deugd is die je van jongs af aan wordt bijgebracht, zoals respect, eerlijkheid, vriendelijkheid, dapperheid.

Integendeel: „De filosoof Paul van Tongeren vertelde eerder in deze krant dat we met onze manier van doen niet alleen dit moment en deze situatie veranderen, maar tegelijkertijd een spoor trekken dat invloed heeft op wat we in de toekomst zullen doen. Het woord ’karakter’, zo vertelde Van Tongeren, is etymologisch verwant aan ’krassen’. En een karakter zou het geheel zijn van ingeslepen lijnen.

Dat is een scherpe waarneming, maar ik zou het woord ’krassen’ ook nog letterlijker willen nemen: de krassen die het karakter vormen, wijzen op iets gewelddadigs. Elk kind loopt krassen op, en om de pijn daarvan niet steeds te ervaren, ontwikkelt het beschermingsmechanismen.”

Noem eens een paar krassen.

„Een kind raakt vroeg in zijn leven gekwetst, bijvoorbeeld doordat het niet de erkenning krijgt die het nodig heeft. Vervolgens gaat het zich beschermen, het wordt verlegen, trekt zich terug, is aanvallend of overdreven vriendelijk. Dit zijn ’strategieën’ om zich af te schermen, die leiden tot aangeleerde kwaliteiten.

Iemand die altijd kritiek kreeg, gaat zich bijvoorbeeld bewijzen, zodat hij niet meer bekritiseerd wordt. Een kind dat ouders overlast bezorgde doordat het altijd zo druk was, gaat zich aanpassen bijvoorbeeld door zich onzichtbaar te maken, zodat het niet meer de pijn van hun kritische blikken hoeft te voelen.

Tijdens trainingen geef ik vaak een concreet voorbeeld: de darter Raymond van Barneveld vertelde eens dat hij in zijn jeugd uiterst verlegen was. Door zijn gebrek aan zelfvertrouwen trok hij zich terug op zijn zolderkamer. Dat was zijn bescherming. Wat speelde hij daar? Juist: darts. Zo leidde zijn verlegenheid, in combinatie met een flinke dosis talent, ertoe dat hij meervoudig wereldkampioen darts werd. Het bleek een unieke strategie om met zijn verlegenheid om te gaan en toch erkenning te krijgen.”

Zijn die vriendelijkheid of die verlegenheid geen teken van echtheid?

„Bescherming is strikt genomen echt – want zij bestaat. Het is echt zoals een masker echt is, of een harnas. Bescherming kan zich uiten als botheid, een houding die ik op trainingen geregeld tegenkom. Van zo iemand zeg je: hij heeft een botte kant. Die kant is echt. Tegelijkertijd ontdekken ze tijdens de training dat die botheid wordt opgehouden om iets anders te beschermen, iets kwetsbaars, wat ook echt is. Die botheid zou je het masker kunnen noemen, waarachter het gezicht verborgen gaat.”

Dat masker is sinds de kinderjaren gevormd?

„Ja. Bij persoonlijke ontwikkeling spreken we soms van ’het aangepaste kind’ en ’het vrije kind’. Het vrije kind beschikt over allerlei oorspronkelijke talenten, die het in een liefdevolle omgeving kan ontplooien. Maar moet het beschermingsmechanismen in stelling brengen, dan trekt het vrije kind zich terug en maakt het plaats voor het aangepaste kind dat zich uit noodzaak andere talenten aanmeet om te overleven.”

Wat zonde.

„Nee, dat is te makkelijk. Niet alles van het vrije kind is goed. Wij hebben allemaal ook baat bij het aangepaste kind. Deel van die aangepastheid is nodig om zich sociaal te gedragen. Heel eenvoudig: tafelmanieren horen nu eenmaal bij gepast gedrag.”

Klinkt logisch, maar denken we niet graag dat wij vrije kinderen zijn, en onze talenten oorspronkelijk?

„Tijdens een crisis of een burnout komen mensen er soms achter dat ze al jarenlang vechten tegen wie ze in wezen zijn, sterker nog, eigenlijk nauwelijks meer weten welk gezicht er achter het masker verscholen gaat. Ze komen daar achter doordat hun uitputting het moeilijker maakt hun bescherming op te houden.”

Tijd om de deugd van de echtheid te gaan beoefenen.

„Tijd om je jas uit te trekken.”

Een jas uittrekken? Welke jas?

„Als volwassene, met of zonder burnout, moeten we allemaal op een dag onze beschermingsmechanismen op waarde schatten. Wat is mijn kern, wat is buitenkant? Voor die buitenkant gebruikte ik al de metafoor van het masker. Een ander beeld is de jas, die ons beschermt tegen de soms gure buitenwereld. Ik zie de jas als onze persoonlijkheid, als datgene wat anderen waarnemen. Wat eronder zit, vermoeden ze misschien maar krijgen ze zelden te zien.”

Het is onverstandig zonder jas de regen in te gaan.

„Klopt. Het is niet zo dat de deugd van de echtheid eruit bestaat die jas uit te trekken en naakt de straat op te lopen. De deugd van de echtheid is een houding waarin je probeert steeds meer van jezelf toe te laten, steeds opener naar jezelf te kijken en te ervaren wat dat oplevert.

Bij echtheid gaat het mij om ’ont-wikkelen’. In mijn boek schrijf ik dat het woord ’ontwikkelen’ aangeeft dat het doel vooruitgang is, maar de methode om er te komen bestaat uit iets weghalen, ontwikkelen, uitwikkelen, de verpakking weghalen van iets dat in-gewikkeld is. Of, eenvoudiger gezegd: je jas uittrekken.”

Dus toch zonder jas de regen in.

„Het regent toch niet altijd? Professionals die ik begeleid, ontdekken vaak dat hun jas sleets is geraakt. Dat zij een jas dragen, die helemaal niet past bij de tijd van het jaar, bij de tijd van hun leven.

Even terug naar de botheid, die ik daarnet noemde. Bij aanvang van de training vertelde een meneer, wat lacherig, dat hij wel eens bot kon zijn. ’Maar goed,’ zo zei hij, ’ik zeg tenminste waar het op staat. Is dat geen deugd?’ Tijdens een gesprek over zijn botheid, ontdekte hij dat hij vaker dan nodig met een linkse directe uit de hoek kwam. Waarom deed hij dat? Zijn persoonlijke ontwikkeling bestaat niet uit het aanleren van iets extra’s, maar uit de ontdekking dat zijn botheid een jas is, die misschien vroeger bescherming bood tegen een vijandige omgeving. Door de deugd van de echtheid te beoefenen, verwerft deze man het inzicht dat zijn omgeving nu minder vijandig is geworden dan vroeger, en dat de jas misschien wel uitkan.”

Kom, trek uit die jas en weg ermee.

„Zo gemakkelijk trek je zo’n jas niet uit. Het is een patroon, een ingesleten gewoonte om bij het minste of geringste bot te reageren.”

Goed voornemen voor 1 januari: vriendelijker zijn.

„Patronen, automatismen zijn lastig te doorbreken. Een algemene regel is: als je de spanning niet voelt, als je hart niet tekeergaat en het zweet niet in je handpalmen staat, dan is er geen sprake van een patroondoorbraak. De doorbraak ervan geeft een fysieke ervaring van spanning, maar als je het goed doet, ook een ervaring van diepe opluchting.”

In de deugdethiek spelen training en oefening een belangrijke rol. Verwerft deze botte man dat inzicht door training?

„Aristoteles spreekt over kardinale deugden, dat zijn de deugden als moed en matigheid die in elke deugd aanwezig zijn. Voor echtheid is vooral moed van groot belang: het vergt moed om patronen te durven doorbreken.

Ik werk veel in groepen en heb vaak gemerkt dat de deugd van de echtheid beter in groepen is te trainen dan alleen. Mensen zetten vooral belangrijke stappen in interactie met anderen. Brengt de een de moed op meer van zijn kern te laten zien, dan durft de ander ook. Durft de een de schaduwzijden van zijn persoonlijkheid bloot te geven, dan durft de ander ook.”

En dat allemaal om een burnout te bestrijden.

„Zeker niet. Wij doen er allen goed aan op gezette tijden onze beschermingsmechanismen onder ogen te zien. Niet alleen om een burnout te voorkomen, ook om beter te kunnen functioneren. Minder bescherming maakt namelijk een beter contact met de omgeving mogelijk, en die geeft de informatie voor adequaat gedrag. Als ik tijdens trainingen vraag naar een goede leider antwoordt men vaak: ’Nelson Mandela’. Wat maakt hem tot een groot leider? Zijn charisma. Dat is geen specifiek talent, naar mijn idee is charisma uitstraling. En die uitstraling komt niet van de beschermingsmechanismen maar van de kern.

Als iemand erin slaagt te spreken vanuit zijn kern, onbeschermd en kwetsbaar, voelen luisteraars onmiddellijk een nauwelijks te definiëren verbondenheid. Die kwetsbaarheid zou je ook de authenticiteit kunnen noemen die steeds meer mensen als waardevol zien voor effectief functioneren.”

Godfried IJsseling: Persoonlijke ontwikkeling – echtheid in professionaliteit. Uitg. Scriptum, Schiedam. ISBN 9789055946228. 178 blz. €19,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden