Echte zorg achter sterke deuren

Gevangenen met ernstige psychiatrische stoornissen krijgen meer aandacht van justitie. Deel drie van een serie over het Nieuwe Opsluiten.

In een van de torens van de Amsterdamse Bijlmerbajes zitten de meest psychisch zieke gedetineerden van Nederland. Van negen zwaar gestoorde gedetineerden in 1981, verblijven daar nu jaarlijks zo’n 330. Ook deze Forensische Observatie en Begeleidings Afdeling (Foba) verandert mee met de nieuwe plannen van de gevangenissen.

Tijl Huygen heeft het oude systeem binnen de psychiatrie nog meegemaakt. Nu is hij beleidspsychiater bij de Foba, maar tegen het eind van zijn opleiding werkte hij in een klassieke psychiatrische inrichting, Santpoort. „Dat waren toen nog duizend bedden, heel strak geregeld. Maar het was wel een thuis voor heel moeilijke mensen.”

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide het idee dat mensen met een psychiatrische stoornis niet moeten worden opgesloten in een veraf gelegen kliniek, maar zoveel mogelijk in de ’gewone’ maatschappij moeten wonen. Die ontwikkeling was, met enige vertraging, ook in het gevangeniswezen merkbaar.

Huygen: „Voor tachtig tot negentig procent van de mensen met een chronische, psychiatrische stoornis is het goed geweest dat ze meer in de samenleving gingen wonen. Voor tien procent was dat niet goed. Zij kunnen niet zelfstandiger leven. Ze nemen hun medicijnen niet meer. Ze willen niks. Eind jaren zestig kwam er ook in toenemende mate de drugsproblematiek bij. En er kwamen steeds meer mensen met een andere culturele achtergrond, dat gaf ook psychische problemen.”

De Foba is in 1981 ontstaan, vertelt chef de clinique Jan Gorter. Oorspronkelijk was de Foba slechts bedoeld als tijdelijke noodvoorziening, vertelt hij. Huygen: „De reguliere geestelijke gezondheidszorg, de GGZ, had geen plan voor wat er moest gebeuren met die tien procent die de zelfstandigheid niet aankon. Justitie vond het zijn werkterrein niet.” Gorter: „Het werd een pingpongwedstrijd.”

Psychiatrische patiënten werden intussen zoveel mogelijk kleinschalig, in ’gewone’ wijken opgevangen. Huygen: „De biologische psychiatrie won aanhang, er kwamen schone medicijnen. Maar het idee dat ook moeilijke mensen zo te behandelen zijn, bleek een misvatting.”

De wetgeving veranderde. Het werd moeilijker om mensen tegen hun wil te behandelen voor hun stoornis. „Sommige mensen mochten we begin jaren negentig wel opnemen, maar niet behandelen. Dat was zorgverlamming. We stonden in de psychiatrie met gebonden handen. Je had mensen die zich net goed genoeg gedroegen. Een dwangbehandeling kon dan niet en je kon eigenlijk alleen blij zijn als ze weer weg waren. Zo kwam er uitstoting van moeilijke mensen.”

De problemen groeiden, omdat psychiatrische patiënten ook vaak verslaafd waren aan drugs, alcohol of allebei. Vaak belandden ze op straat, in de criminaliteit en al snel in de gevangenis. Justitie vond lange tijd dat ze niet meer dan beheerbare opvang hoefde te geven. Gorter: „De B in ’Foba’ is van begeleiding. Alleen de GGZ behandelde, was het idee.”

Dat veranderde. De huidige directeur van de Foba, Pierre Stalman: „Het begon met een kleine afdeling voor negen mensen. Een maand later waren dat er al achttien. Inmiddels is de Foba een erkend instituut, dat zorg biedt die vergelijkbaar is met die in de reguliere geestelijke gezondheidszorg.”

De psychische zorg in de gevangenissen is nu nog te versnipperd. Door het hele land zijn er 26 voorzieningen. Dat moeten vijf grotere worden. En het is de bedoeling dat psychiatrische patiënten voortaan terecht kunnen in een cel waar aandacht is voor hun stoornis, en ze niet alleen vastzitten omdat ze zo onhandelbaar zijn dat het alleen daar veilig is. Beleidspsychiater Tijl Huygen: „Meer dan de helft van de gevangenen in de beheersafdelingen is psychisch gestoord. Als je niet behandelt, krijg je oplopende psychische problemen.”

„Het is de bedoeling dat we mensen voortaan beter op hun plek krijgen”, zegt Foba-directeur Pierre Stalman. „In alle penitentiaire inrichtingen is nu standaard een verpleegkundige, een huisarts, een inrichtingspsycholoog en een psychiater beschikbaar. „Maar dat is tamelijk dunne zorg.”

Uit onderzoek blijkt inmiddels dat zo’n tien tot vijftien procent van de gedetineerden een psychische stoornis heeft, daarvan is zo’n zes procent psychotisch. Hoeveel dat er precies zijn, en wie dat eigenlijk zijn, is nog onduidelijk. Gorter: „Er zitten zeker nog een kleine duizend mensen op de reguliere afdelingen van de gevangenissen nog niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Een groot deel van de mensen is ook te kort binnen de muren om nu een goed beeld van hen te krijgen.”

Huygen: „Je moet nu als gedetineerde opvallen om zorg te krijgen. Met de rust, reinheid en regelmaat van de gevangenis functioneren patiënten soms weer beter en valt het minder op. Of als iemand zich terugtrekt, of net niet vervuilt, ook dan is die zorg er niet.”

Er moeten dringend plekken bij voor psychiatrische gezondheidzorg aan gedetineerden. De Foba telt inmiddels zestig cellen voor mannen, en zes voor vrouwen. Jaarlijks verblijven er ruim 330 gedetineerden met een acute psychiatrische stoornis die elders niet meer te handhaven zijn. Gorter: „En landelijk zijn er nu ruim 500 zorgplaatsen, daar moeten er om te beginnen 700 extra bij. De helft zou bij de GGZ moeten worden gemaakt, de andere helft bij Justitie. Uiteindelijk zouden er 1200 zorgplekken moeten komen.”

Huygen, Gorter en Stalman zijn enthousiast over de veranderingen in de gevangenissen. Gorter: „Elke gedetineerde wordt voortaan helemaal gescreend. Hij krijgt het volledige pakket, of hij nou een viervoudige moord heeft gepleegd of een appel heeft gejat bij de supermarkt.” Zo kunnen psychische stoornissen structureel worden opgespoord, is de hoop.

Stalman ziet veel in de schaalvergroting. „Dat kunnen we beter werken aan kwaliteitsverbetering. Met allemaal kleine zorgsafdelingen in het hele land, was dat onhandig.”

Een van de problemen waar de Foba nu mee worstelt, is dat het vaak moeilijk is om de ernstig gestoorde gedetineerden die hun straf hebben uitgezeten bij de reguliere gezondheidszorg geplaatst te krijgen. De Foba is uniek in Nederland. Huygen: „Zulke ernstig gestoorde patiënten heb ik nergens in de GGZ gezien, ook niet bij de tbs-afdelingen. Het is hier ingedikt, hier zit een zeer hardnekkige groep.”

Volgens psychiater Tijl Huygen kost het zeven van de tien keer grote moeite een ex-gedetineerde door een GGZ-instelling te laten opnemen. „Iemand wordt als ’te moeilijk’ gezien of er zijn ’nare ervaringen’ met deze patiënt. Wij zijn dan probleemhouder, en dat is nu eerder regel dan uitzondering. We kunnen bepaalde mensen niet kwijt.” Door binnenkomende gedetineerden beter te screenen, en door contracten af te sluiten met de ontvangende psychiatrische ziekenhuizen wordt het mogelijk ook gemakkelijker zijn patiënten bij de reguliere GGZ onder te brengen, hoopt directeur Stalman.

De GGZ zal soms gebouwen en personeel moeten aanpassen, schetst Huygen. „Het is een kwestie van cultuur. In de grote instellingen van vroeger dacht men niet in termen van risicotaxatie, van beveiliging, gevaar of recidive. En bijvoorbeeld: hoe sterk zijn de deuren? Om het lijden op te heffen, en de ziekte te behandelen, is beveiliging soms hard nodig.”

Het kost tijd voor de GGZ daar aan toe is, denken de drie. „De klassieke instellingen hadden in het hoofd dat ze lastige patiënten zo lang mogelijk moesten opsluiten om ze te kunnen behandelen. Dat beginsel moet de GGZ ten dele gaan verlaten.”

Stalman: „De GGZ is nu vaak wel geïnteresseerd, maar ze kunnen het praktisch niet. Dat gaat ook niet van de ene dag op de andere. We hebben hier mensen die zó ernstig gestoord zijn dat ze niet terug kunnen. Ze hebben een psychiatrische stoornis, enórme gedragsproblemen. Ze zijn schizofreen en vaak verslaafd. Er is veel agressie en ernstige zelfverwaarlozing. De beveiliging van en zorg voor deze mensen en is een vak apart. En als het ons echt niet lukt iemand in de GGZ te plaatsen, kunnen we voortaan binnen de gevangenis gelijkwaardige zorg bieden.”

De bedoeling is dat Justitie zorg inkoopt bij de reguliere psychiatrische ziekenhuizen. Omdat de Foba begon als noodmaatregel, was het geld binnen het gevangeniswezen ook nooit zo stevig onderbouwd, legt Stalman uit. „Nu komt er een normprijs die vergelijkbaar is met de zorg.”

Stalman kijkt uit naar de nieuwe kliniek in Amsterdam waarbij de gevangenis samenwerkt met de GGZ bij de opvang van zeer ernstig gestoorden. „Zo nemen we de gemeenschappelijke zorg en verantwoordelijkheid voor deze allermoeilijkste mensen. Niemand kan de verantwoordelijkheid dan meer afschuiven.” Jan Gorter: „Dit moet het sluitstuk van de zorg worden, zonder achterdeur. Dat dwingt ons oplossingen te zoeken en houdt ons creatief. We nemen alles en we houden alles.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden