Echte voetballanden, het worden er steeds minder

De competitie eindigde in een ongekende thriller, de europa cup 1-finale in een onverwacht drama en de vrijage met Oranje in een onvermijdelijke (?) deceptie. Het seizoen kende diverse verassende wendingen rond Johan Cruijff, de beste voetballer en de succesvolste coach die Nederland heeft voortgebracht. Het mooiste voetbal speelde Cruijff met het Nederlands elftal op het WK van 1974. Het zilver had toen een gouden rand. In Amerika, waar vrijdag het vijftiende WK begint, had hij echt voor goud willen gaan.

Maar daar gaat het alweer. En de aandacht is meteen weer gevangen, want wat is het bijvoorbeeld een prachtig gedetailleerd verhaal dat Cruijff daar ineens uitstort. Het gaat over De Tactische Variant bij Celtic-Ajax. Het gebeurde op 24 maart 1971, maar Johan Cruijff praat er over alsof het gisteren was. Hij kent de situatie nog tot in de details en schakelt in één adem over van 1971 naar 1994. “De beste van Celtic was hun linksback, Tommy Gemmell. Hij had één makke, als hij werd gedekt, dan wist ie 't niet meer. Bovendien was hij niet snel. Wat doe je dan? Dan zeg je, oké, ik zet iemand tegen hem die ietsje terugkomt, waardoor de ruimte in zijn rug groter wordt. Dus zetten we rechtsback Wim Suurbier eens rechtsbuiten. We zeggen eigenlijk: Suurbier is heel snel en kom jij, Gemmell, maar eens lekker op een kleiner stuk spelen. En wie komt er drie keer vrij voor de keeper? Juist, Suurbier. Toen ging één van hun middelste spelers achter die linksback spelen. Dat was het geintje. De opzet was om mij vrij te krijgen en dat kon alleen maar op die manier. Het gat achter de linksback groter maken, waardoor die linksmidden er achter ging spelen en mijn ruimte groter werd. Er kwam een gat zo groot als een parkeerplaats. Zo doe ik het bij Barcelona ook wel eens. Pas nog tegen Deportivo. We wonnen met 3-0 dankzij dat zelfde kunstje, het provoceren van dat ene zwakke punt,waardoor de kracht die ik zocht er uitkwam en Deportivo kansloos was. Er moest er eentje weggehaald worden. Deportivo speelt altijd zo dat er voor ons eentje in de weg staat. Met drie of vier mutaties haalden we die ene weg. Het is schaken, maar geen dooie manier van schaken. Dit zijn voor mij de leukste dingen. En ze zijn vooral zo leuk omdat je voor die varianten altijd moet aanvallen.”

Johan Cruijff ontvangt zijn Nederlandse bezoek in de sfeervolle VIP-room van het Nou Camp-stadion. Voor hij van wal steekt, vraagt een welbespraakte Limburger een kwartiertje de aandacht. Nu Johan, om welke reden dan ook, niet de coach in Amerika zal zijn, wil deze onderwijzer uit Maastricht even benadrukken dat de KNVB een verkeerde beslissing heeft genomen. “Johan, we staan achter je”, zo zegt de man, die vervolgens een toespraak begint, waarvan hij alleen zelf bijna tranen in de ogen krijgt. De goede man laat het niet bij woorden alleen. Hij heeft twee reistassen bij zich. Ballen, vaantjes, tekeningen, shirtjes, posters, het is allemaal voor Johan. “Leuk, leuk, dankjewel”, zegt Cruijff een keer of tien. In de tassen gaat het er steeds geheimzinniger aan toe, maar het even veronderstelde konijn, of de dode duif van streekgenoot Toon Hermans (“te lang in het doosje gezeten'), blijft achterwege.

Als Johan weer mag gaan zitten en de onderwijzer diep onder de indruk de kamer heeft verlaten, komen we te spreken over de manier waarop de supporters, in het bijzonder de Nederlandse supporters, op hem reageren. Eén onderwerp springt er nog altijd uit: dat WK van 1974. “Echt waar, van de tienduizend brieven die ik krijg, gaan er nog steeds 9 500 over dat toernooi. Dan is het altijd halleluja, een verheerlijking van het voetbal dat we toen speelden. In zekere zin is dat het maximaal bereikbare. De morele winnaar van dat toernooi zijn, dat is voor mij heel belangrijk. Het is soms moeilijk uit te leggen, want we wilden natuurlijk ook heel graag die finale winnen. Maar ja, er zijn ook ploegen wereldkampioen geworden, terwijl het spel een drama was. Nou, als ik dan naar die duizenden brieven kijk en ik zou die weg moeten halen voor de eerste prijs ... Nee, nee, dan toch maar die brieven.”

“Steeds weer komen de mensen terug op de kwaliteit van het voetbal, dat we toen speelden. Nu ook weer, bij Barcelona. De vergelijking tussen het Barcelona van nu en het Nederlands elftal van 1974 wordt steeds weer gemaakt. Het positieve, het aanvallende, de goals. Dat geeft me een geweldige voldoening. En of we nu drie of vier keer achtereen kampioen van Spanje worden, ach, in principe maakt dat niet zo veel uit. Wat ik belangrijk vind: dat de mensen zeggen dat Barcelona de laatste zes jaar het goede voorbeeld geeft. Dat we complimenten krijgen voor onze manier van spelen. Dan zeg ik tegen me zelf, hé jongen, dat zijn andere prijzen, morele prijzen, hogere prijzen. Dat vind ik tenminste, zo is mijn denkwijze. Het is maar net van welke normen je uitgaat.”

De morele prijzen, die vaak ook nog eerste prijzen zijn, worden met riskant aanvalsvoetbal behaald. Er is geen Italiaanse zekerheid ingebakken. Het gaat er bij Cruijff altijd op zijn eigen, Hollandse manier aan toe. Toegegeven: dan ziet het er verdedigend soms onnozel uit. Dan vallen er rare tegengoals. Dan wordt een monsternederlaag geleden tegen Real Zaragoza, dan wast Milan de ploeg van Cruijff op een pijnlijke manier de oren. Dan was er in Amerika ook het risico geweest van een Oranje-uitglijer onder Cruijff. Dat risico bestaat altijd, hoewel naast alle morele prijzen, ook de kast met Cups en bekers onder Cruijff doorgaans goed wordt gevuld. Maar dat ene credo blijft: het spel spelen zoals het gespeeld moet worden, aanvallend, creatief, de voetbalsport dienend. Wat dat betreft verwacht hij geen vrolijke weken in Amerika. De laatste grote toernooien analyseerde hij voor een aantal Europese voetbalbladen de deelnemers. Honderden uren tv-beelden passeerden zijn netvlies, hij kreeg er bijna las-ogen van. Daar heeft hij nu geen trek meer in. Er zijn te veel saaie landen, te veel ploegen die het voetbalbelang helemaal niet willen dienen.

“De stijl van Barcelona zullen we in Amerika niet zien. Nee, natuurlijk niet, daar ben ik van overtuigd. Ga de landen maar na. De helft kan niet eens mooi voetbal spelen, de helft! Als die tegen elkaar gaan spelen, nou, daar is dus niks aan. De andere helft kan misschien een beetje voetballen. Maar ik had niet meer de kracht, de zin niet meer, om die ploegen te analyseren. Het is allemaal in de orde van: die ploeg speelt met zes man erachter en twee ervoor. De andere met vijf erachter en eentje ervoor. Wat kun je dan nog zien? Oh ja, en dat die ene rechtsback zo snel is dat hij zijn tegenstander een keertje voorbij zal lopen. De kwaliteit van het voetbal is toch .... Luister, als jij nu aan Brazilië denkt, denk je dan aan Branco die zo hard kan lopen, of aan Rivelinho, die twee man op een halve meter kon nemen? Nou, dan? Ben ik toch gelijk uitgepraat? Ik hoop dat een voetballand wint. Maar ja, echte voetballanden, het worden er steeds minder. Colombia, Brazilië en dan? Denemarken werd kampioen van Europa. Denemarken! Als het maar niet weer zo'n land wordt. Neem de Afrikaanse landen. Kameroen kwam ver in Italië, maar hoe speelden ze toen? Negen man voor de goal hoor en dan een uitvalletje. Dat tellen we niet hè. Ik ga zeker niet alle wedstrijden bekijken, nee, dat zeker niet. Ik zit voor de tv toch al vaak met dat ding te knipperen. Van de ene zender naar de andere. Dan is er voetbal, vind ik er niks aan en ga ik meteen zitten knipperen naar heel andere programma's.”

Romario dan. Zal hij straks de voetbalwereld aan zijn voeten krijgen? Gaat hij Pele naar de kroon steken? Hij heeft uitzonderlijke kwaliteiten, maar wat hebben we gezien van Romario in de Europa Cup-finale? Vrijwel niets. Dat gevaar bestaat altijd met een type als Romario, vindt Cruijff. “Hij is in principe geen teamspeler, maar hij is wel afhankelijk van het team. Als hij geïsoleerd staat, zijn de mogelijkheden van Romario een stuk minder. Hij doet de laatste actie, daar wordt hij ook op beoordeeld. Niet op de zes ballen die hij breed legt of op de vijf voorzetten die hij geeft. Dat is het met Romario: als hij ze er niet in schiet, dan zeggen de mensen dat hij niet heeft gelopen, dat hij niet gespind was, dat hij niet hard heeft gewerkt. Dan komen alle negatieve dingen naar voren. Ze moeten hem op zijn sterke punten benutten. Doen de Brazilianen dat niet, dan halen ze een specifieke eigenschap weg. Je moet je wel een beetje aan hem aanpassen. Ik moet ook wel eens iemand drie en een halve meter weg halen om ruimte voor Romario te creëren. Zijn basiskwaliteit is de één tegen één situatie. Hij gaat er niet in eerste instantie voorbij op snelheid, maar op techniek. En dan maakt hij het af. Er zijn er niet zo veel die dat kunnen, op techniek passeren en dan ook nog snel.”

Vierentwintig landen gaan straks in de slag om de hoogste voetbaleer. Cruijff verwacht er dus niet veel van. Hij ergert zich bovenal aan het feit dat de negatieve systemen worden uitgedokterd door mensen die eigenlijk niet zo veel van positief voetbal weten. “De discussies worden hoofdzakelijk gevoerd door mensen die er geen verstand van hebben. En in feite gaat het altijd maar om één vraag: domineer je het middenveld, ja of nee ? Dat is in wezen het enige. Als je tegenstander het middenveld domineert, dan kun je het schudden. Iedereen die wil aanvallen en de boel wil domineren, moet het veld met een scherpe dekking klein maken. Op trainersopleidingen willen ze nog altijd allerlei dingen uitleggen die al zo lang volstrekt normaal zijn. Je krijgt er alleen maar extreme discussies van.”

Extreme discussies zouden ongetwijfeld ook zijn gevoerd, wanneer het dubbeltje bij de KNVB zijn kant was uitgevallen. “Jawel, natuurlijk!”, zegt Cruijff, wanneer hem wordt gevraagd of hij Oranje onder zijn leiding in de Barcelona-stijl had laten spelen. “De kwestie is niet dat ik niet anders zou willen. Ik speel zo omdat ik op die manier de beste mogelijkheid zie om te winnen. Niet de leukste, de beste. Nou ja, ook de leukste natuurlijk. Je kunt nu eenmaal maar op twee manieren opvallen op een WK. Winnen en/of het beste voetbal spelen. De rest is meedoen, maar daar ben ik verder nooit in geïnteresseerd geweest.”

“Winnen, ach, dat weet je natuurlijk nooit helemaal zeker. Je moet zo veel wedstrijden spelen. Maar de opzet is altijd winnen met een manier van spelen die iets uitstraalt. De tegenpartij moet onder de indruk zijn. Je moet de hele bende naar je hand willen zetten en een mentaal overwicht uitstralen. Dat geeft je meteen al een half punt voorsprong. Dat heeft dan meteen te maken met je opstelling. Als ik bij Barcelona Romario, Stoitsjkov en Laudrup opstelde, dan wist ik meteen al dat drie verdedigers van de tegenpartij niet lekker zouden slapen. Die durven dan niet meer, die blijven lekker achterin, daar heb je mooi geen last meer van.”

Die moed, soms overmoed, kenmerkt per traditie Nederlandse topvoetballers. Ook onder leiding van Dick Advocaat. Men kan veel zeggen van het Nederlandse voetbal, maar niet dat het in de top een saaie bedoening is. De Nederlander valt aan, naar de smaak van Ruud Gullit wel eens als een kip zonder kop, maar hij valt aan. De Nederlandse topvoetballer is bovendien niet echt bescheiden, soms zelfs betweterig. Hij weet alles beter. Cruijff schiet even in de lach en zegt dat die laatste eigenschap hem niet helemaal onbekend is ... “In Nederland is er nooit een gebrek aan praatjesmakers geweest. We bemoeien ons overal mee. Op elk gebied en op elke manier. Mijn ervaring is dat die eigenschap een ergernis is als je in Nederland woont en de grote charme als je in het buitenland zit. We doen gewoon vaak dingen die mensen uit andere landen niet doen. Wij Nederlanders brengen nogal eens een verrassing, we proberen graag iets uit. Kennelijk ligt dat op onze weg. We hebben meer van dit en meer van dat. We hebben ook altijd een ongewoon groot aantal heel goede voetballers gehad. Toen ik nog een kind was hadden we al Bertus de Harder, Cor van der Hart, Abe Lenstra, Faas Wilkes, Kees Rijvers. Dat waren uitzonderlijke voetballers hoor. Dat ze toen internationaal met Nederland nog niet zo veel presteerden, was natuurlijk logisch. Het was al 1965, toen ik in Nederland na Piet Keizer pas de eerste echte profvoetballer werd. Nu zie je contstant uitzonderingen. Van Basten, Rijkaard, Gullit, Roy, Vink, Winter, Van 't Schip, Vanenburg, allemaal je reinste uitzonderingen.

Jawel, Vanenburg, die ook. Er had wel meer uit kunnen komen. Vanenburg heeft één nadeel gehad. Hij hoorde op zijn zestiende jaar dat hij de beste speler ter wereld zou worden. Hij zou een tweede Maradona zijn, een speler die het verschil kon bepalen. Nou, dat kon hij natuurlijk niet. De beste Vanenburg hebben we op het EK van 1988 gezien. Toen stelde hij zijn kwaliteiten in dienst van het team. Hij deed niets spectaculairs, maar was van groot belang voor de ploeg. Ach, er is altijd zo veel kwaliteit in Nederland geweest, ook in andere sporten. Max Euwe, Ton Sijbrands, Ard Schenk, Sjoukje Dijkstra, noem maar op. Er zijn altijd uitzonderingen geweest. We hebben, gerekend naar onze oppervlakte ook een ongewoon groot aantal multinationals. We hebben echt meer van van alles en nog wat. Maar we hebben zeker niet meer discipline. Nederlanders hebben een bepaalde mentaliteit, die soms positief en soms negatief is. En één van die negatieve dingen is, dat ze zich overal mee bemoeien. Goed, dat doe ik zelf dus ook. Een echte Nederlandse eigenschap vind ik ook de jaloezie. Alles wat boven het gras komt, moet er af.''

Voor een voorbeeld van die laatste eigenschap, hoeft niet lang te worden nagedacht. Het gesprek komt terecht op De Affaire. De KNVB, die zei Cruijff als coach te willen, de rol van voorzitter betaald voetbal Jos Staatsen, De Breuk. Jaloezie, in combinatie met particuliere achterhoedegevechten op het gebied van de eigenbelangetjes, heeft volgens Cruijff de doorslag gegeven. “Ik kan het nu eenmaal ook niet helpen dat ik twintigduizend keer bekender ben dan die advocaat van de KNVB, mr. Utermark. Vroeger was ik voor dat soort mensen alleen maar de voetballer, die moest voetballen. En zij waren de advocaten. Nu ben ik voor zo'n Utermark maar die trainer die zijn bek moet houden. Ja, jammer dan, zo zijn de spelregels niet, zo liggen de verhoudingen niet. Het is duidelijk dat er kunsten zijn uitgehaald. Welke rol Staatsen daarin heeft gespeeld, laat ik maar in het midden. Hij heeft waarschijnlijk niet begrepen dat hij het als nummer één niet kon winnen van tien nummers twee.” Toen Staatsen kort na Oranje's WK-kwalificatie in Polen op bezoek ging bij Cruijff, kregen de Nederlandse media eerst nog een enthousiast verhaal te horen van de voorzitter. Het zou ongetwijfeld dik in orde komen met Cruijff.

Maar te Barcelona, zo zegt Cruijff nu, werd het zaakje van begin af aan niet vertrouwd. “Natuurlijk had ik mijn wantrouwen. Ik heb niet zo maar gezegd dat Staatsen eerst zijn huiswerk in Nederland moest doen. Ik wist toch hoe het ging bij de KNVB? Op het moment dat Staatsen tegen mij zegt: jij mag dit en dat doen, betekent zoiets dat er een heleboel dingen gaan veranderen. Veranderingen, die een boel mensen bij de KNVB echt niet zo zien zitten. Trouwens, die tien nummers twee waar ik op doel, zitten niet allemaal bij de KNVB. Iedereen heeft zijn invloedhoek en zijn beïnvloedingshoek. Daar ontkom je blijkbaar niet aan. Ach, voor mij is die hele handel nu volledig af. En of Staatsen nu zijn verantwoordelijkheid had moeten nemen, of de nummers twee naar huis had moeten sturen, wat maakt het nog uit, voor mij is het af. Ik had het met Staatsen over dat huiswerk en er is toen nog niet eens gesproken over de invulling van de technische staf in Amerika. Natuurlijk had ik mensen mee willen nemen van wie ik vind dat ze goed zijn. Misschien waren er in Zeist negen van de tien afgevallen. Nou ja, als dat nodig was geweest. Het ging toch om het WK?”

VERVOLG OP PAGINA 2

Cruijff: Laat ze het lekker zelf uitzoeken

VERVOLG VAN PAGINA 1

Achteraf is van KNVB-zijde gesuggereerd dat de te verwachten schadeclaims van kledingsponsor Lotto de deal met Cruijff uiteindelijk hebben verhinderd. Het zou een te dure zaak voor de bond zijn geworden. Cruijffs ogen schieten vuur. “Dat probleem was er niet, dat bestond echt niet. Natuurlijk ken ik het contract waarin de bondscoach verplicht wordt in de kleding van Lotto te lopen. Maar daar had ik al lang een oplossing voor. Ze hadden me gewoon technisch directeur, president, of weet ik veel, kunnen noemen. Dat bedoelde ik, toen ik tegen Staatsen zei dat hij eerst maar eens goed zijn huiswerk moest doen. Ach, we hebben het over het WK, het allerhoogste in het voetbal. Kan een voetbalbond dan zo enorm door een sponsor worden beïnvloed? Als je je als bond in zo'n situatie laat manoeuvreren, nou, nou. Ver voordat ik trainer werd, tekende ik bij een bedrijf een kledingcontract. Dat contract loopt al twaalf jaar. Ik ben nu juist de enige die dat contract niet kàn verbreken. Ik kon moeilijk zeggen: zo, nu ga ik eens lekker drie maanden wat anders dragen. Bovendien heb ik mij ten aanzien van dat kledingmerk nooit provocerend gedragen.”

De commerciële belangen lijken op den duur dus wel erg zwaar te gaan wegen. Op sommige punten loopt het zelfs de spuigaten uit, vindt Cruijff: “Neem nou de bal waarmee ze op het WK gaan spelen. Wij hebben er met Barcelona in Monaco voor de Champions League mee gespeeld. Die bal is echt een drama. Een plastic ding. Plastic op een droog veld geeft langzaam voetbal. Die bal gaat ten koste van de balsnelheid, van het spektakel, van de hele bende.”

De tegenwerping dat die ballenfabriek toch niet helemaal gek zal zijn, gaat er bij Cruijff niet in. “Je gelooft toch niet dat die directeuren van zo'n fabriek ooit zelf hebben gevoetbald? We laten luid en duidelijk weten dat we in de Champions League met een klotebal moesten spelen, maar de sponsors zijn tegenwoordig belangrijker dan de ballen en het veld. Neem de velden in Milaan en in Roma. Zijn daar soms louter gestoorden met het veld bezig? Wat ook onbegrijpelijk is, dat overal met dezelfde ballen wordt gespeeld. Plastic op een nat veld geeft snelheid. Maar diezelfde bal gebruiken ze in Rusland, in Spanje en in Nederland. Plastic in Rusland op een koud veld doet bijvoorbeeld pijn.”

Verwacht je nog wat van het Nederlands elftal?

“Ze moeten geen mentaal probleem maken van die hitte in Orlando. Als je steeds zegt: oh, wat is het toch warm, ja, dan wordt het heel warm. Je speelt in Nederland ook wel eens in de warmte. Je hebt bovendien twee invallers, dus ... Ik heb ooit eens in Amsterdam gevoetbald tegen Benfica. Toen lag er sneeuw en ijs op het veld, de hele bende. We verloren kansloos, met 3-1. Dat zegt toch alles? En verder, ach, het Nederlands elftal, weet ik veel. Ik heb toch een heel andere denkwijze over het voetballen, dus... Er zijn zo veel dingen die bij mij meespelen, iedereen heeft zijn eigen stijl. Ik wil niets zeggen over de opstelling, want dan ontstaat er weer druk. Laat ze het lekker zelf uitzoeken. Ik hoop dat ze er het beste van maken. Echt, dat hoop ik, dat ze het maximale bereiken en dat iedereen heel tevreden is.

Vier jaar geleden is gesuggereerd dat ik mij op de achtergrond overal mee bemoeide. Dat bedoel ik nou. Ik ben altijd een makkelijke geweest om te slaan. Er is zo vaak van het negatieve uitgegaan. Er is gezegd en geschreven dat ik in 1990 met Marco van Basten telefoneerde. Dat was niet waar. Maar stel dat ik dat wel had gedaan, dan zou ik toch alleen maar positieve adviezen hebben gegeven? Dat wordt dan gewoon niet geloofd. Het zijn waanzinnige verhalen. Wel is het tekenend voor het niveau van de mensen, die dat de wereld inslingeren. Dat ik een beetje zou zitten stoken. Kom nou.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden