Echte terreur of een hetze

Volgens justitie is een netwerk opgerold van ronselaars voor de djihad. De verdediging ziet slechts vrome gelovigen, vervolgd om hun religie. Maandag begint in Rotterdam het tweede Nederlandse Al-Kaida-proces. Twaalf verdachten, tien dagen lang.

Eindhoven. Twee illegale Algerijnen bellen elkaar met hun mobieltjes. Zij hebben het over 'broeders' die klaar zijn om te 'vertrekken'. Die broeders hebben paspoorten nodig zonder Arabische namen. De een vraagt de ander of een bepaalde broeder is 'getraind'. De Nederlandse geheime dienst luistert mee, maar slaat geen alarm.

Waarom ook? Het is zomer 2001 en het WTC in New York staat er nog. De angst voor de radicale islam heeft nog niet om zich heen gegrepen en de Amerikaanse president George W. Bush moet zijn oorlog tegen het terrorisme nog beginnen. De BVD denkt dat de afgeluisterde mannen horen tot de 'Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat' (GSPC), een Algerijnse radicaal-islamitische strijdgroep. Een maand eerder heeft de BVD nog in het jaarverslag over 2002 geschreven dat de GSPC wat aanhang heeft onder Algerijnen in West-Europa. Niets nieuws onder de zon, dus.

Na 11 september 2001 gaat de BVD wel meer aandacht besteden aan de groep rond de twee illegale Algerijnen. De slagkracht van Al-Kaida heeft de internationale inlichtingenwereld op z'n kop gezet en onderzoek naar dit netwerk wordt prioriteit. Het besef groeit, ook bij de BVD, dat Al-Kaida tot in andere organisaties is vertakt. Een daarvan is de GSPC.

De dienst maakt mee dat een derde Algerijn, de dan 20-jarige Dadi M., vanuit Nederland naar de Iraanse hoofdstad Teheran reist om na een paar weken weer terug te keren. Dadi is blij vertrokken, zeggen de anderen over hem aan de telefoon, en hij heeft een brief achtergelaten. Later zal het openbaar ministerie betogen dat Dadi op weg was naar Afghanistan, om tegen de Amerikanen te vechten. Later zal ook zijn brief worden gevonden, waarin hij schrijft dat hij de djihad gaat uitvoeren en zijn Afghaanse broeders gaat helpen. Maar nu weet de BVD dat allemaal nog niet. De dienst houdt zich rustig.

Dan wordt het 13 januari 2002. Twee Nederlandse jongens van Marokkaanse komaf worden in de Indiase islamitische deelstaat Kashmir doodgeschoten door Indiase soldaten. De Nederlandse geheime dienst, inmiddels AIVD gedoopt, stelt een onderzoek in en wat blijkt: de jongens verkeerden in dezelfde kringen als die illegale Algerijnen. De AIVD maakt met stelligheid bekend dat de jongens door een internationaal terroristisch netwerk zijn gerekruteerd voor de gewapende islamitische strijd.

De opstelling van de AIVD verandert vanaf nu. Steeds als de dienst aanwijzingen heeft dat een 'djihadist' op het punt van afreizen staat, wordt de informatie doorgegeven aan het openbaar ministerie. Hierop volgen steeds haastige arrestaties. In de loop van 2002 vinden aanhoudingen plaats in onder meer Eindhoven, Bergen op Zoom, Groningen en Rotterdam. ,,De ronselaars móesten uit de roulatie'', zegt een betrokkene bij het onderzoek.

Twaalf van deze arrestanten staan vanaf maandag tien dagen lang voor de rechter: vijf Algerijnen, een Marokkaan, een Mauretaniër, een Irakees, een Libiër, een Egyptenaar en twee Nederlanders van respectievelijk Turkse en Marokkaanse komaf. Zij behoren volgens het strafdossier niet alleen tot de Algerijnse GSPC, maar ook tot andere groepen, inclusief Al-Kaida zelf. Dat past volgens de veiligheidsdienst in de trend dat nationaliteit steeds onbelangrijker wordt in radicaal-islamitische terreurnetwerken.

Het OM ziet vijf aparte 'cellen' in de twaalf, waarvan alleen de leiders contact met elkaar hadden. Deze cellen zouden zich bezig hebben gehouden met vervalsingen, mensensmokkel, drugs, wapens en rekrutering. De Irakees zou nog weer een andere taak hebben gehad, die zou een duikinstructeur in Brabant de afgelopen jaren 150 moslims hebben laten opleiden voor terroristische doeleinden. Wat de duikende terroristen gingen doen, meldt het OM niet.

Onder de verdachten, die tussen twintig en veertig jaar oud zijn, zitten volgens het OM zowel ronselaars als rekruten. De meesten kennen elkaar van de Al Fourkaan-moskee in Eindhoven, waar Al Waqf al Islami huist, een Saoedische stichting die fundamentalisme verbreidt. Een aantal verdachten heeft volgens justitie ook een zomerkamp aan de Reeuwijkse plassen bezocht, georganiseerd door de jongerentak van Al Waqf. Een video op internet toont enthousiaste deelnemers. ,,Je leert hier wat en je bent met je broeders'', prijst een Amersfoortse belastingambtenaar. ,,Je sport, slaapt samen en gaat naar lezingen'', zegt een ander.

Sommige arrestaties hebben plaatsgevonden tijdens religieuze huiskamerbijeenkomsten. Daarbij zijn video's en honderden cassettebandjes in beslag genomen over de djihad in Algerije, Afghanistan, Bosnië en Tsjetsjenië, evenals artikelen over een orthodoxe vorm van islam. De 23-jarige Nederlander van Marokkaanse komaf Zouhair T. had een A4tje op zijn bureau liggen waarop hij met pijlen het organogram van een op te richten jongerenclub heeft getekend. 'Hoe houden we de AIVD buiten de deur?', staat erop. Maar ook: 'Hoe krijgen we subsidie?'.

Aan dit soort islamitische lessen hebben de 'Twee van Kashmir' ook deelgenomen: Ahmed el Bakiouli en Khalid el Hassnaoui. Verdachten hebben pasfoto's van hen in bezit, een krantenknipsel over hun dood, een internetpagina, een zelf geschreven lofzang en een opname van de uitvaartplechtigheid. Maar er worden geen afscheidsboodschappen van hen gevonden, zoals van sommige andere jongens wel, onder wie de 23-jarige Egyptenaar Rida A., die op een bandje zegt: ,,Bid allen voor mij dat God mijn martelaarschap aanvaardt''. Zelfs de paar verdachten die doorslaan en tegen de politie praten, zeggen dat zij niet weten wat El Bakiouli en El Hassnaoui in Kashmir deden. Een broer van El Hassnaoui wordt ook opgepakt, maar meteen weer vrijgelaten.

Toch zegt de AIVD zeker te weten dat de twee, net als tientallen andere jongeren in Nederland, werden geronseld. Hoe dat in zijn werk moet gaan, beschrijft de dienst december 2002 in een rapport. De meeste rekruten zijn volgens de AIVD Marokkaanse jongeren van de tweede of derde generatie. Zij verkeren in een identiteitscrisis en vinden houvast in een radicaal-islamitische geloofsbelijdenis. Ze raken overtuigd van een strijd tussen de zuiver gelovige moslims enerzijds en aan de andere kant het verdorven Westen dat de moslims onderdrukt. In moskeeën vallen zij in handen van mannen die hebben gestreden in bijvoorbeeld Afghanistan of Tsjetsjenië. Met een werkwijze die aan die van sekten doet denken, worden de jongeren geïsoleerd van hun sociale omgeving en klaargestoomd voor training of een actie in het buitenland.

De AIVD geeft geen tastbare bewijzen. Maar aangenomen dat een netwerk vanuit Nederland jongeren naar oorlogen in het buitenland stuurt, is dit dan strafbaar? Het staat niet als misdrijf in de wet. De groep van twaalf wordt daarom bij gebrek aan beter ten laste gelegd: deelname aan een criminele organisatie, waar tot vijf jaar cel op staat, en 'hulp aan de vijand in oorlogstijd', waarvoor maximaal levenslang geldt. Beide worden voor het OM moeilijk te bewijzen.

De criminele organisatie zou zowel nationaal als internationaal opereren. Maar al wil justitie de groep professioneel doen voorkomen, die lijkt als los zand aan elkaar te hangen. Vijf cellen met in totaal slechts twaalf mensen zijn wel erg klein en wie precies tot welke 'cel' behoort, wordt niet goed duidelijk. Het wemelt bij de verdachten van de valse documenten, maar dat is voor illegalen niet ongewoon. In de stukken komt slechts één drugstransport voor en wapens zijn niet gevonden. De lijnen naar het buitenland zijn talrijk - reizen, telefoontjes, banktransacties, ontmoetingen - maar dun.

Het tweede vergrijp, 'hulp aan de vijand in oorlogstijd' komt uit een wetsartikel waarmee kort na de Tweede Wereldoorlog collaborateurs werden berecht. Sindsdien is het niet meer gebruikt. Voorwaarde voor de inzet van dit artikel is dat Nederland in oorlog is, of ten minste betrokken bij een gewapend conflict. Officier van justitie Jo Valente meent dat Nederland op het moment van de aanhoudingen vocht tegen het Taliban-regime in Afghanistan en Al-Kaida. Maar de Rotterdamse hoogleraar staats- en bestuursrecht Roel de Lange heeft dit voor de rechter-commissaris al van tafel geveegd.

Valente heeft geduchte tegenstanders. Vier van de twaalf verdachten hebben een advocaat van het bureau Böhler-Franken-Koppe-De Feijter, bekend van onder meer de zaak-Volkert van der G. Zij zijn bij hun cliënten aanbevolen door Mohammed Cheppih, directeur van de Saoedische Moslim Wereld Liga in Nederland, beoogd leider van de AEL Nederland en veelvuldig spreker in de Fourkaan-moskee waar de verdachten kwamen.

De advocaten stellen dat het proces deel uitmaakt van een hetze tegen moslims. Een van hen, Chrisje Zuur, vatte het zo samen: ,,Deze zaak is een smet op het blazoen van Nederland, dat tolerantie en godsdienstvrijheid zegt hoog te houden. Deze mensen worden vervolgd voor hun geloof.'' Of in de woorden van de 33-jarige Turkse verdachte Murat ü: ,,Ik houd mij nu acht jaar bezig met dawah: ik leg de islam uit, ook in het buitenland. Dat is mijn vak. Als je het aardig en nauwkeurig hebt gedaan, belonen mensen je met giften. Ik heb verklaard dat ik moslim ben en dat ik het blijf tot mijn dood. Dat wordt nu verkeerd uitgelegd.''

De opvattingen en levensstijl van de verdachten zullen in de rechtszaal uitgebreid aan de orde komen. De politie heeft hen al gevraagd wat zij eten, welke kleren zij dragen, hoe vaak zij naar de moskee gaan, waarom zij een baard dragen en hoe lang die is. Om te bewijzen dat zij niet extremistisch zijn, hebben verdachten onder andere geantwoord dat zij Fox Kids kijken, naar bed zijn geweest met een Duitse vriendin of homoseksueel zijn.

Een bekende van de mannen zegt: ,,Zij hebben heel weinig binding met de Nederlandse samenleving. Als je me vraagt of zij fantaseren over het martelaarschap, zeg ik ja. Maar of ze ooit echt iets zouden doen?'' Getuige-deskundigen moeten de rechter nu vertellen of hij tegenover een groep diepreligieuze mannen zit, of tegenover twaalf gevaarlijke gekken. Juridisch is het glad ijs.

En dan is er de rechtmatigheid van het bewijs. De verdachten zijn aangehouden op grond van louter AIVD-informatie. Het justitieel onderzoek is pas daarna begonnen - officier van justitie Valente komt hier rond voor uit. Juist hierop liep de vorige terreurzaak, in december, stuk. De rechter oordeelde toen dat AIVD-gegevens in de rechtszaal niet tellen, omdat hij niet kan controleren hoe de veiligheidsdienst eraan komt. Deze keer staat vast dat een aantal verdachten informatie heeft verzameld voor een geheim agent die zich 'Frederik' noemde. Een vriend van de verdachten zegt dat hem ook geld is geboden voor informatie. Is dit allemaal netjes gebeurd?

Saillant detail: de rechtbankpresident, S. van Klaveren, is dezelfde als vorige keer. Er ligt inmiddels een uitspraak van het gerechtshof, een hogere rechtbank dan hij vertegenwoordigt, dat AIVD-materiaal wél toelaatbaar is. Maar Van Klaveren staat bekend als eigenzinnig. De minister van justitie heeft de Tweede Kamer inmiddels voorstellen tot wetswijziging gedaan die rekruteren makkelijker strafbaar moeten maken. Maar met wetten die nog moeten worden aangenomen, kan de rechter niets.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden