Echte sportbelevers, zoals het opgewonden standje Sjaak Polak van Sparta, stelen ons hart.

Een paar weken geleden vond in de Amsterdamse Rai de Horecava plaats, de vakbeurs voor de horeca. Bij die gelegenheid kregen we te horen dat het de horeca en haar klanten vooral om de ’eetbeleving’ moest gaan.

Ik zag het direct voor me. Smulpapen die met een ingespannen blik rond de tafel liepen waar ze zo dadelijk zouden gaan genieten, alvast wat kauwbewegingen makend, de armen losgooiend om straks met vork en mes van de verfijnde spijzen te kunnen proeven. En tijdens het eten zelf zorgvuldig smakkend en proevend, iedere hap afmakend, proberen het lekkerder te vinden dan de anderen aan tafel. Het onverwisselbare temperament van de voedselgenieter, zijn fanatisme, zijn wil om nooit op te geven.

Ook stelde ik me voor dat gourmets en kroegtijgers na afloop geïnterviewd werden. Hoe ze de avond hadden beleefd, hoe het was geweest om in een driesterrenrestaurant gegeten te hebben, maar ook wat er door je body heen gaat als je een Febo-kroket uit de muur trekt.

Het was wel duidelijk dat de organisatoren te veel sport achter de kiezen hadden met hun eetbeleving. Het begrip ’beleving’ is in de sport allang gemeengoed en is kennelijk inmiddels besmettelijk genoeg om ook andere sectoren van het maatschappelijk bestel aan te tasten. Straks hebben we het over de Tweede-Kamerbeleving van de Nederlander, of zijn warenhuisbeleving. De geboortebeleving. De begrafenisbeleving.

Het verwijst naar iets dat in de eerste plaats sport-eigen is, het gevoel dat je als sporter of supporter helemaal in je eigen wereld verzonken kan zijn. Terwijl dit in andere segmenten van de maatschappij een kokervisie op het bestaan veroorzaakt, waar weinig goeds van komt, is het in de sport juist een pre.

Echte sportbelevers stelen ons hart. Het opgewonden standje Sjaak Polak van Sparta bijvoorbeeld is er zo een. Als die een kans mist, berg je dan: het gezicht op onweer, invectieven schreeuwend en molenwiekend moet hij tot de gewone mensenwereld teruggeleid worden. Hij is het lievelingsbeertje van de voetbaljournalisten op Tien.

En dan Erben Wennemars, zijn schaatsen is als zijn stotteren. Eén brok karakter, één brok teleurstelling, boosheid of vreugde, wie zou hem niet over z’n bol willen aaien. En vroeger hadden we natuurlijk John McEnroe, scheldend, foeterend en met verwrongen gelaat bewoog hij zich over de velden.

Zo moeten we dus ook ons horecabezoek ondergaan. Mij niet gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden