Echte schrijvers sterven niet

Tien dagen leven en dood in de literatuur: de Boekenweek is begonnen. Speciaal verslaggever Vincent Bijlo bezocht de traditionele openingsceremonie van de tiendaagse week: het Boekenbal.

De schrijvers verheffen hun stemmen, de letteren spreken, de bleke poëten komen uit hun holen, ze lopen, met mij in hun midden, omstuwd door camera's en microfoons over de Styx de hemel in, of de hel, we mogen vanavond zelf onze lotsbestemming kiezen.

We zijn niet bang voor de dood, nu niet, we kunnen ons, zoals ik Kristien Hemmeregts hoor zeggen, er alleen maar vrolijk over maken, anders zou hij niet te verdragen zijn. Tien dagen lang leven en dood in de literatuur. Hier, in de Amsterdamse Stadsschouwburg, zal straks de boekenweek officieel tot leven worden gewekt. Hier zullen wij helse bieren drinken en luisteren naar hemelse muziek. We zullen toasten op de gezondheid van hen die hier niet lijfelijk aanwezig kunnen zijn. Ze zijn in ons midden, want echte schrijvers sterven niet. Zolang we kunnen ademen en lezen, zullen ze bestaan.

De bel gaat. Een teken van boven dat we ons naar de theaterzaal moeten begeven. Op de voorste rij staat de lege stoel van Boudewijn Büch. Hij is vanavond verhinderd, zoals hij altijd verhinderd zal zijn, maar hij is wel degelijk hier. Hij schreef nog net op tijd een essay, over: De dood. Zingende Botten. Het is een pleidooi voor het terugbrengen van de dood tot zijn juiste proporties. Geen toegejuichte rouwstoeten, geen gegooi met knuffels en gezang van hitparadeliederen, nee, dood is dood en moet dood blijven. Proost, Boudewijn!

De andere drie essayschrijvers, vertelt Henk Kraima, directeur van de stichting CPNB die de boekenweek organiseert, zijn er wel. Er werden dit jaar maar liefst vier boekenweek-essays geschreven, want de dood, die doe je niet af met één opstel. De schrijver van het boekenweekgeschenk is er ook. Hij had ooit beloofd nooit meer naar het Boekenbal te gaan, maar na maanden praten, druk uitoefenen en stalken heeft hij toegezegd te zullen komen. Hij zit in galapak op de eerste rij. Ik zal hem straks nog even proberen de hand te schudden, mijn oude studiemakker Giph.

Het Nationaal Ballet betreedt het podium. Het danst, althans dat zeggen mensen om mij heen, op de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss. Ik kan mij bij deze liederen, die mij hoewel ik ze al vaak gehoord heb, tot in het diepst van mijn ziel raken, geen dans voorstellen. ,,Ach'', zegt een dame naast me, die een arm om me heen slaat, ,,je mist niets.''

Dan treedt cabaretière Jetty Mathurin op. Giph is een bijzondere jongen, zegt ze. Hij is de eerste Surinamer die een boekenweekgeschenk heeft geschreven. Het hele Surinaamse volk staat achter hem. Ze zijn trots op hem. Ja, Giph is een Surinamer, want Surinamers zijn ook Nederlanders, dus Nederlanders zijn ook Surinamers. We klappen, voor Giph, en voor Mathurin, die een erg leuke conference geeft. Zou ze eigenlijk echt zwart zijn?

Nu kan het grote feesten beginnen. Het bestaat eruit dat ik ergens ga staan, middenin de Hel, en dat ik wacht tot men mij drank zal aanbieden, of de hand zal komen geven. In deze chaos van stemmen herken ik nauwelijks mensen. Maar gelukkig herkennen ze mij wel. A. F. Th., die ik overigens ook herken aan zijn licht sloffende tred, Adriaan Van Dis, Judith Koelemeijer, het lijkt wel of ik een receptie geef. Glazen worden mij ter hand gesteld, roomsoezen in mijn mond gestopt, sigaretten voor mij aangestoken, ik ben in het Walhalla. Als dit doodgaan is dan wil ik nooit meer leven. We staan dicht op elkaar, de herrie is enorm en we hebben het over... ja, over wat eigenlijk. Over dingetjes, gewoon over dingetjes, want schrijvers willen ook wel eens over dingetjes praten.

Auteurs, dat is algemeen bekend, raken elkaar graag aan. Een goede gewoonte, die mij al voelend in staat stelt me een beeld van de literator te vormen. Zo trek ik even aan de oren van Hugo Brandt Corstius. Hij heeft leuke oren, grappige, slimme oren. Dat komt natuurlijk doordat ze aan hem vastzitten. Ik trommel op de goedgevulde Marcel Verreck, ik voel de nieuwe haarkleur van Dolf Jansen, ik constateer met eigen handen dat Ayaan niet gesluierd is, kortom, er gaat een wereld voor me open.

Er is er maar één die je niet aanraakt, omdat dat gewoon not done is. Hij zit in de Hemel, waar ik rond enen beland, samen met Peter Nijssen, mijn redacteur bij de Arbeiderspers, ja, ik heb een eigen redacteur, leuke man, prettige neus, maar wel een beetje raar haar.

Hij, de man die je niet betast, zit al de hele avond in de Hemel. Hij heeft daar een lekkere stoel ontdekt en die staat hij niet meer af. Het is zijn vijftigste boekenbal dit jaar, en aangezien hij denkt dat hij niet doodgaat heeft hij die stoel voor de komende honderd ballen al gereserveerd. Hafmo zit aan de ene kant naast hem, Conny aan de andere. Ik spits mijn oren, ik wil graag een woord van de jonge 75-jarige meester opvangen. Hij schraapt zijn keel, trekt aan zijn pijp en zegt:

,,Hans, waar koop jij eigenlijk je sokken?''

Diep onder de indruk vraag ik aan Peter om mij tot slot van deze onvergetelijke avond naar Giph te brengen. Maar waar we ook zoeken, geen Giph. We beginnen ons zorgen te maken, hij zal toch niet tijdens de avond plotseling het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld? ,,Misschien zit hij wel in de Hades,'' oppert Peter, maar ook daar geen Giph. Wel dronken dichters en polemiserende polemisten. Ik ontwaar de stem van Willem Frederik Herkans, in levendig debat met Boudewijn Büch, ik hoor Piet Paaltjens mompelen:

't Gaat al voorbij. De dag zal komen, Janus,

Dat het met u en mij voorgoed gedaan is.

Dan rijst en daalt de zon aan gouden transen:

Uw oog noch 't mijne vangt haar purpren glansen.

't Sneeuwt bloesems; 't koren geelt; rood kleurt de heide:

Noch lentegroen noch herftbruin zien wij beide.

Als tenslotte Potgieter en Busken Huet met glaswerk beginnen te gooien bel ik een taxi. Het was genoeg. Ik hoef nooit meer bang voor mijn dood te zijn, ik weet, waarheen ik, nadat ik mijn vleselijke woning heb verlaten zal gaan: naar een eeuwigdurend hemels boekenbal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden