Echte oorlog is geen optie voor Soedans

Gevechten in grensstreek zijn vooral economische strijd De inzet: olie

De bommen en granaten vliegen als vanouds over de grens tussen het noorden en zuiden van wat ooit één Soedan was. Het gewelddadige conflict tussen Soedan en het vorig jaar afgescheiden Zuid-Soedan is de afgelopen dagen zo geëscaleerd dat het woord 'oorlog' steeds meer valt. Het parlement van Soedan heeft Zuid-Soedan officieel als 'vijand' bestempeld. Het zijn de bloedigste gevechten sinds de onafhankelijkheid van het zuiden.

De inzet? Olie. Ongeveer de helft van het budget van de Soedanese regering in Khartoem komt uit olie-inkomsten, terwijl Zuid-Soedan er voor 98 procent afhankelijk van is. Beide landen zijn het oneens over de verdeling van olie-inkomsten en de precieze ligging van een stuk grens dat door een olierijk gebied loopt. Hoe dan ook ligt driekwart van de olievoorraad in het onderontwikkelde Zuid-Soedan. Maar de meeste raffinaderijen en pijpleidingen zijn in het welvarender Soedan te vinden. Terwijl er veel bloed vloeit - in het grensgebied liggen her en der tientallen lijken en honderden gewonden, meldden de persbureaus - wordt er vooral een economische oorlog uitgevochten.

Zuid-Soedan draaide begin dit jaar de oliekranen dicht omdat het niet de prijs wil betalen voor het transport naar een haven in Soedan. Eerder deze maand raakte Khartoem een deel van de olie-inkomsten kwijt nadat het Zuid-Soedanese leger Heglig bezette, het olieveld dat goed is voor de helft van zijn resterende olieproductie.

In beide landen zijn de prijzen nu torenhoog gestegen en zijn de economieën in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. In Khartoem wachtte Muhammed Hamadein twee uur op voldoende brandstof om naar kantoor te rijden. "Dat komt hard aan na twintig jaar bloeiende economie", zei hij tegen persbureau Reuters. "We zullen de huidige misère niet lang pikken."

Ook in Zuid-Soedan staan er rijen bij benzinestations en is er tekort aan basisproducten. Het land produceert weinig en importeert bijna alles. Na decennia van oorlog moet Zuid-Soedan worden opgebouwd en de vraag naar bijvoorbeeld cement is groot. "Ik heb mijn werk stilgelegd door gebrek aan bouwmaterialen. Door de crisis zijn er nauwelijks dollars en die heb ik nodig om cement te kopen in buurlanden", zegt aannemer Samuel Majak in Juba.

Zuid-Soedan heeft de zwakste economie. Na jaren van onderontwikkeling en oorlog is de bevolking gewend aan een mager bestaan. Maar kritiseerden ze hun regering na de onafhankelijkheid nog vanwege de trage ontwikkeling en corruptie, nu staan lijken ze eensgezind achter de leiders te staan.

In het noorden kunnen de economische klappen de regering van president Omar al-Basjir juist ondermijnen. Volksprotesten tegen tekorten en hoge prijzen worden direct in de kiem gesmoord, maar gevaarlijker is het gemor binnen de veiligheidsdiensten. Militaire leiders geven politici de schuld van de economische malaise omdat zij Zuid-Soedan lieten gaan. De politici geven weer de militairen de schuld van het verlies van Heglig, waardoor de economische problemen toenemen. President Al-Basjir, zelf militair, schippert voortdurend om zijn politici en militairen binnen de regeringspartij NCP tevreden te houden. Nog een strijd komt Khartoem niet uit.

Ook Zuid-Soedan kan zich geen volledige oorlog permitteren. Nu al kampt het leger met onvoldoende brandstof om militaire voertuigen volledig in te zetten.

De kemphanen lijken zich daarom te beperken tot een grensconflict en hopen de tegenstander economisch op de knieën te dwingen.

Hof: Olieveld bij Heglig hoort bij het noorden
Zuid-Soedan en Soedan sloten in 2005 een vredesakkoord dat een einde maakte aan ruim twee decennia oorlog. Het verdrag beslechtte de meeste geschillen, maar niet de meest cruciale. De bemiddelende internationale gemeenschap wilde een akkoord en had weinig zin in nog langer bakkeleien. De hoop bestond dat tot het referendum in 2011, waarin Zuid-Soedanezen konden kiezen tussen onafhankelijkheid of eenheid, de resterende onenigheid uit de weg zou worden geruimd.

John Garang, de toenmalige Zuid-Soedanese interim-president en oud-rebellenleider, streefde naar eenheid. Hij stierf kort na de ondertekening van het verdrag en zijn opvolger Salva Kiir sloeg de weg naar onafhankelijkheid in. Khartoem deed weinig om eenheid aantrekkelijk te maken.

Ondertussen werden de resterende geschillen niet opgelost. Een van de problemen is het gebied Abyei, tussen de twee Soedans in. Beide landen eisen het op. In 2009 besloot het Permanente Hof van Arbitrage dat het olieveld Heglig niet in Abyei ligt, maar in Soedan. Juba accepteert die uitspraak niet en vindt dat Heglig bij Zuid-Soedan hoort. De internationale gemeenschap denkt daar anders over en roept Zuid-Soedan op haar troepen terug te trekken uit het olieveld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden