'Echt sûkerbôle moet bijna te vies zijn om vast te pakken'

Karin Luiten

Alyanna Bijlsma (40), moeder van twee kinderen, uit IJsselstein:

„Mijn naam klinkt Aziatisch, maar ik ben een geboren en getogen Friezin, vernoemd naar mijn twee beppes, Ali (voluit: Adelheid) en Anna. Vanwege het werk zijn we een jaar of vijftien geleden naar het midden van het land verhuisd en sindsdien mis ik mijn sûkerbôle!

Het woord bôle is Fries voor ’brood’. Niet te verwarren met ’bolle’ (stier), van het bekende Friese spreekwoord ’It is de boer al like folle oft de ko skyt of de bolle’. In de nette Hollandse versie: het maakt geen verschil of je door de kat of de hond gebeten wordt.

Hier in de buurt kan ik geen goed suikerbrood vinden – het smaakt veel meliger, niet zoals thuis. Bakkers proberen van alles met extra gember, dit of dat, poedersuiker in plaats van suikerparels, maar het is het allemaal niet.

Echt suikerbrood moet bijna te vies zijn om vast te pakken. Familie of vrienden die langskomen, nemen het altijd voor me mee. Liefst van bakker Van der Kloet uit Franeker, die heeft zulk ontzettend lekker klef suikerbrood!

Als ik bij mijn ouders of schoonouders ga logeren, beginnen we de ochtend altijd goed met suikerbrood en krentebrood. Of met healwize (niet goed wijze) bôle – dat zit tussen suikerbrood en krentenbrood in.

Ook heel bekend zijn oranjekoeken, waar niets oranjes aan is trouwens. Het is een soort gebak, en als ik een feestje geef, ga ik het speciaal in Friesland halen.

Ik heb heus niet elke dag heimwee, maar diep in m’n hart zou ik op een gegeven moment wel terug willen, vooral vanwege de taal. Ik praat nog steeds Fries, ook met mijn kinderen. Vooral als ik kwaad word, doe ik dat altijd in het Fries.”

Voor 1 brood: 350 gr bloem, 150 ml melk, 10 g suiker, 1 zakje gist (7 g), 1 tl zout, 2 el gembersiroop, 20 g gesmolten boter, 1 ei, plus wat extra boter en suiker voor invetten vormVoor de vulling: 150 g greinsuiker, snufje kaneel

Alyanna Bijlsma is uit arren moede via internet op zoek gegaan naar een suikerbroodrecept en is heel tevreden over deze versie van Janneke’s Recepten (www.jannekes.nl). „De broodjes die ik tot nu toe gebakken heb, proeven bijna als die van Van der Kloet. Alleen probeer ik ’m liefst nóg iets kleveriger te krijgen.”

Belangrijk onderdeel van het brood is greinsuiker, van die grofkorrelige suiker die lijkt op hagelstenen, Alyanna noemt het ’suikerparels’. Helaas is het wat lastig te vinden. Alyanna koopt haar parels bij de molenaar, maar je kunt ze ook vinden bij sommige bakkers, boerderijwinkels of de groothandel. Met gewone suiker werkt het helaas niet. Maar ziedaar, Janneke geeft op haar site ook een zelfmaakrecept: Strooi 150 g gewone kristalsuiker met het snufje kaneel op een snijplank en druppel er ongeveer 2 eetlepels water over. Roer het in grove stukken en laat het een paar uurtjes drogen. En anders doet u zoals ik: Hak klontjes (riet)suiker in brokjes.

Verwarm de melk tot ongeveer 30°C. Roer de suiker en de gist erdoor en laat 10 minuten staan. Zeef bloem en zout en voeg het gistmengsel toe, samen met de gembersiroop, gesmolten boter en bijna al het losgeklopt ei (hou 1 eetlepel achter). Kneed tot je een soepel deeg hebt dat niet plakt. Laat drie kwartier rijzen op een warme plek (25 à 30°C) onder een vochtige doek. Kwast een broodblik (25 cm) in met wat zachte boter en bestrooi met kristalsuiker. Doe de greinsuiker en kaneel bij het deeg en kneed het nog even door. Leg in het bakblik en laat opnieuw een half uur rijzen. Verwarm intussen de oven voor op 200°C. Bestrijk het gerezen brood met die achtergehouden lepel ei en strooi er wat kristalsuiker over. Bak in 30-35 minuten gaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden