Echt dol waren de Britten nooit op Europa

Margaret Thatcher reisde door het land met een trui met vlaggen van alle leden van de EEG, de voorloper van de Europese Unie. Beeld Getty Images

Dat Groot-Brittannië de Europese Unie in maart verlaat is een feit. Hoe is echter nog totaal onduidelijk. De druk op de bijeenkomst van Europese regeringsleiders woensdag en donderdag is groot. Veertig jaar geleden nog steunden Labour én de Conservatieven de toetreding vol overtuiging. Hoe kon de euroscepsis zo toenemen? 

Toenmalig oppositieleider Margaret Thatcher reisde heel Groot-Brittannië door in een trui met vlaggen van alle leden van de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, voorloper van de huidige EU. Met de Nederlandse, Duitse en Franse driekleur op haar borst leverde de Iron Lady trots haar boodschap af: hier moeten we lid van worden. Een boodschap die ruim 60 procent van de Britten in 1975 bij het eerste referendum over de EU onderschreef.

Zo won Labour-premier Harold Wilson de volksraadpleging relatief gemakkelijk én met steun van de Conservatieve oppositie. Want ook die dacht dat de Europese interne markt de Britse economie alleen maar ten goede zou komen.

Er waren wel eurosceptici in 1975, maar die zaten aan de uiteinden van het politieke spectrum. Zoals aan de uiterst linkse vleugel van Labour, die onder aanvoering van toenmalig minister Tony Benn vocht tegen het grootkapitaal. Ook de beruchte Noord-Ierse dominee Ian Paisley, leider van de DUP, en John Enoch Powell, die binnen de Conservatieven een zeer nationalistische stroming vertegenwoordigde, waren tegen. Zij wilden beiden voorkomen dat Groot-Brittannië soevereiniteit zou afstaan.

'I want my money back!'

Meer dan in andere lidstaten was er echter wel altijd meer reserve ten aanzien van de Europese Unie. In 2016 prefereerde slechts 6 procent van de Britten de Europese identiteit boven de Britse, of Engelse identiteit. Als eilandbewoners met hun eigen trotse geschiedenis hebben ze zich altijd anders gevoeld: als een Brit het heeft over 'Europe', is het alsof hij over een continent praat waar hij niet toe behoort. Ook de gedachte dat het continent via een veel nauwere samenwerking een vreedzame toekomst zou hebben, maakte nooit veel indruk. De Britten waren zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog nooit bezet; sterker nog, ze behoorden tot de overwinnaars.

Maar het Britse pragmatisme en geloof in vrije marktdenken brachten een ruime meerderheid in 1975 er toch toe om deel uit te willen maken van het Europese economische project. De handelsvoordelen, de Europese steun voor de agrarische sector en de samenwerking tussen regeringen waren ook in het Britse belang, zo was de gedachte.

Dat optimisme duurde niet lang, de eerste grote botsing ontstond al begin jaren tachtig. Thatcher, inmiddels verkozen tot premier, was woest over de hoge afdrachten aan het EU-budget waar de Britten in haar ogen veel te weinig voor terugzagen. Zo'n 70 procent van dat budget ging op aan de agrarische sector, via het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Maar in de praktijk profiteerden de Fransen daar veel meer van dan de Britse boeren. Thatcher toonde zich onverzettelijk en wist een permanente korting af te dwingen. Haar slogan, 'I want my money back!', zou de geschiedenis ingaan als een van Thatchers beroemdste uitspraken.

Maar daarmee ontstond ook de eerste grote vertrouwensbreuk tussen de Britten en de rest van het continent. Zeker met Frankrijk. De latere premier Cameron zei daarover: "Als ik met Brussel onderhandelde, moest ik altijd weer haar afgedwongen korting verdedigen."

Belazerd

Daar kwam bovenop dat de aard van de samenwerking in Europa begon te veranderen. Zeker na 1989, met de val van de Berlijnse muur en de eenwording van Duitsland, kwam de Europese integratie in een stroomversnelling. Onder leiding van Jacques Delors, die tussen 1985 en 1995 voorzitter was van de Europese Commissie, kwam het concept van een gemeenschappelijke munt op tafel. Maar ook van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en van verdere uitbreiding van de Unie met nieuwe lidstaten.

Thatcher ontplofte bij het vooruitzicht van al die integratie. Ze wilde geen Europese 'superstaat', zoals ze in 1988 zei in een beroemde speech in het Belgische Brugge. De Britse pers, zeker de tabloids, steunde haar. 'Up Yours Delors!', kopte The Sun in 1990: de commissievoorzitter mocht die nieuwe gemeenschappelijke munt stoppen waar de zon nooit schijnt.

Veel Britten voelden zich belazerd. Dit was toch niet het project waar ze in 1975 hun handtekening onder hadden gezet? Het zou toch vooral een economische gemeenschap blijven, waarbij de onderlinge natiestaten nog de volledige zeggenschap zouden houden over hun munt en eigen wetten? Het is een geluid dat onder veel oudere Britten tot op de dag van vandaag te horen is. Mede daarom stemde onder 65-plussers in 2016 een ruime meerderheid voor de brexit.

De Britse euroscepsis nam toe. Rond de 40 procent van de Britten wilde in 1992 de EU het liefst verlaten of in elk geval de macht van de Unie inperken, bleek uit peilingen. Ook de Britse pers werd steeds negatiever. Boris Johnson, die het later nog zou schoppen tot minister van buitenlandse zaken, was toen nog Brussel-correspondent voor The Daily Telegraph. Hij stak voortdurend de draak met de EU, en spotte dat ze zich in Brusselse kantoren alleen druk maakten over hoe krom bananen mochten zijn. Thatcher noemde hem eens 'haar favoriete journalist'.

Eind 1990 kwam na bijna elf jaar Thatcher een einde aan haar heerschappij. Na een pijnlijke machtsstrijd binnen haar regering, kwam tot veler verbazing John Major als haar opvolger bovendrijven. Major was keurig, welbespraakt en beduidend meer pro-EU dan zijn voorganger.

Europese integratie, en de strijd daartegen, domineerde zijn premierschap. Het Verdrag van Maastricht waarin de basis werd gelegd voor de huidige EU en de euro, verdeelde de Conservatieven tot op het bot. Tientallen parlementsleden rebelleerden tegen hun premier en eisten dat Major zijn handtekening niet onder het verdrag zou zetten. Zover kwam het uiteindelijk niet, al dwong Londen enkele belangrijke opt-outs af: onder meer geen deelname aan de gemeenschappelijke munt, en geen deelname aan het Schengenverdrag, waarmee grenscontroles binnen de EU verdwenen. Groot-Brittannië wilde nog wel bij de club horen, alleen niet met alles meedoen.

'Bastards'

Voor Majors achterban was dat niet genoeg. Er barstte een immense strijd los binnen zijn partij over het ratificeren van het Verdrag van Maastricht. En net als nu Theresa May, kampte ook Major toen met een flinterdunne meerderheid in het parlement, en moest hij vechten voor lijfsbehoud als premier. Beroemd is het moment waarop Major na afloop van een tv-interview in 1993 riep dat de vier ministers in zijn eigen regering die zich tegen het Verdrag van Maastricht verzetten 'bastards' waren. Klootzakken. Opgevangen door een technicus die de band nog had laten lopen.

Major bleef in het zadel, kantje boord. En ook het Verdrag van Maastricht werd geratificeerd. Maar de EU-storm binnen de partij ging daarmee niet liggen. En die voortdurende strijd tussen Major en zijn eigen fractie, die ze in het openbaar bleven uitvechten, maakte de weg vrij voor Tony Blair om met Labour in 1997 de macht over te nemen.

In de jaren daarna werd nóg een element toegevoegd aan de cocktail die de euroscepsis versterkte: immigratie. Dat thema had begin jaren negentig nog totaal geen rol gespeeld, omdat de EU nog uit twaalf lidstaten bestond en het vrij verkeer van personen er nog niet voor had gezorgd dat grote hoeveelheden inwoners uit andere lidstaten zich in Groot-Brittannië hadden gevestigd. Maar Blair was groot voorstander van uitbreiding van de Europese Unie. De nieuwe lidstaten uit Oost-Europa moesten in de ogen van de Britten de Frans-Duitse as minder invloedrijk maken binnen de EU en zo de machtsbalans meer in evenwicht brengen.

Daarnaast koos Blair ervoor om het vrij verkeer van personen uit Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije per direct te laten ingaan na hun toetreding in 2004. Andere EU-landen hielden de deur nog dicht: Duitsland en Nederland bijvoorbeeld waren bezorgd over een te snelle toestroom van Oost-Europeanen op de arbeidsmarkt en dwongen af dat burgers uit de nieuwe lidstaten zich pas jaren later definitief mochten vestigen. Blair zag daar minder gevaar in. Sterker, veel Britse bedrijven zagen de goedkope arbeidskrachten graag komen.

Een enorme toestroom van met name Poolse immigranten op de Britse arbeidsmarkt was het gevolg. Het Britse pond stond hoog, er was makkelijk aan werk te komen en Polen konden zich probleemloos permanent vestigen. Inmiddels wonen er ongeveer een miljoen Polen in Groot-Brittannië. Het totale aantal immigranten dat naar het Britse eiland trok schoot omhoog van minder dan 50.000 per jaar begin jaren negentig naar meer dan 250.000 per jaar na 2004.

Ukip-leider Nigel Farage tijdens de campagne voor het brexit-referendum in juni 2016. Beeld EPA

'Immigratie' klom daardoor op de lijst van problemen waarover Britten zich het meest zorgen maken. In 2015, een jaar voor het brexit-referendum, vond bijna 70 procent van de kiezers dat de regering een slecht immigratiebeleid voerde. Vooral buiten de grote steden en in voormalige industriegebieden groeide onder lager opgeleiden - de 'working class' - de onvrede. De immigranten hielden in hun ogen de lonen laag, de politiek besteedde nauwelijks aandacht aan hun zorgen en na de financiële crisis van 2008 ging het ook economisch allesbehalve goed. Veel lager opgeleide Britten voelden zich in de steek gelaten.

De rechts-populistische Ukip, ooit opgericht om een einde te maken aan het Britse EU-lidmaatschap, omarmde het immigratie-thema hartstochtelijk. Ze wees de regering, en vooral ook de EU, aan als grote schuldigen. Onder leiding van de charismatische Nigel Farage werd de partij bij de Europese verkiezingen in 2014 de grootste, met 27 procent van de stemmen. En Farage bleef herhalen dat zolang de Britten lid zijn van de EU, ze niets zouden kunnen doen aan het vrij verkeer van personen.

Na die enorme opmars van Ukip voelde de Conservatieve premier Cameron zich gedwongen zijn toon te verharden. Hij beloofde in de aanloop naar de verkiezingen van 2015 dat als hij herkozen zou worden, er een referendum zou komen over het EU-lidmaatschap. Hoewel de peilingen in de aanloop naar die verkiezingen uitwezen dat de Conservatieven nooit een absolute meerderheid zouden halen, gebeurde dat wel. En moest Cameron leveren.

'Take back control'

Een last-minute poging om voor het referendum uitzonderingen te eisen van de EU om iets aan het vrijeverkeer van personen te doen, mislukte volledig. Cameron kwam met lege handen terug in Londen en moest vervolgens als aanvoerder van het pro-EU-kamp in de campagne een lidmaatschap verdedigen waar hij zijn hele politieke carrière zeer kritisch over was geweest. Bovendien was de argumentatie lastig: economische argumenten om de status-quo te behouden, bleken veel minder aan te komen bij de kiezer dan beeldspraak van het brexit-kamp dat de Britten vastgeketend zaten aan Brussel en zich los moesten weken om weer echt op eigen benen te staan. 'Take back control', was dominant, net als de moeite die kiezers hadden met immigratie.

De euroscepsis kwam in 2016 dus allesbehalve uit de lucht vallen, maar is in decennia gestaag opgebouwd en uitgevochten binnen de Conservatieve Partij. En ze speelt ook in de huidige onderhandelingen nog een enorme rol. Hoewel premier May probeert een compromis te sluiten om aan de ene kant zoveel mogelijk de Britse economie te beschermen en tegelijk wel een einde te maken aan het vrije verkeer van personen, blijven de hardliners in haar partij vinden dat ze daarmee niet ver genoeg gaat. 'We worden een kolonie van de EU!', twitterde Boris Johnson. Tientallen jaren van broeiende euroscepsis en al tientallen jaren van onenigheid binnen de Conservatieve partij. En de discussie is nog lang niet voorbij.

Meer weten van de brexit? Op trouw.nl/brexit leest u alle artikelen.

Lees ook:

Voorbereiden op de brexit? Bedrijven willen wel, maar de onzekerheid is te groot

Bereid je voor op de brexit, zeggen werkgeversorganisaties. Maar de onzekerheid over de nieuwe situatie is zo groot dat er weinig te doen valt.

De tijd dat Londen een rijk bestuurde waar de zon nooit onder ging, is voorbij

In de week waarin volgens de planning de laatste knopen hadden moeten worden doorgehakt over het vertrek van de Britten uit de Europese Unie, bestaat er nog steeds vooral chaos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden