Echec van revoluties

Met de val van het communisme in het Oostblok staat het begrip 'revolutie' in een kwade reuk. Maar is dat wel terecht? Zijn er 'goede' revoluties, of moeten we tegen elke revolutie zijn? Ons politiek systeem lijkt veilig voor de machtsgreep van radicalen. De revoluties liggen definitief achter ons. Maar is dat ook zo? Dr. W. Albeda is oud-minister van Sociale Zaken.

W. ALBEDA

Maar ik herinner me ook een moeizame discussie in Parijs, waar een Frans gehoor mij uithoorde over het begrip. De vertaling van 'anti' naar 'anders' was ook geen onverdeeld succes.

Het aardige is, dat sinds die tijd het begrip revolutie veel van z'n bekoring heeft verloren. Vooral na het ineenstorten van het communisme in Oost-Europa. Ook de nabeschouwingen over de Franse Revolutie in 1989 waren niet meer unaniem positief.

Nu verschijnt, uitgerekend in Frankrijk, een beschouwing over 'het echec der revoluties' van de historicus André Ropert. Hij vergelijkt de meest beschreven revoluties (de Britse 'Glorious Revolution', de Franse, de Amerikaanse en de Russische) en zoekt naar oorzaken van succes of mislukking. Eigenlijk ziet hij alleen de Amerikaanse Revolutie als een succes.

In zijn ogen richt een revolutie zich meestal op de hoop op een ommekeer in de samenleving, die een einde maakt aan alle onrecht. En dat biedt doctrinaire idealisten de kans tot radicalisering. Zij weten met grote beloften de massa's voor zich te winnen. Intolerantie en terreur nemen de overhand.

Geslaagde revoluties (naast de Amerikaanse noemt hij de Franse van 1830 en 1848) kenmerken zich doordat ze van begin tot eind worden begeleid en beheerst door, wat Ropert noemt 'la classe politique' (beroepspolitici).

Wanneer de radicale hervormers naar voren komen, worden ze snel uitgeschakeld of gemarginaliseerd. Maar dan moet er wel een politieke elite bestaan, die het proces kan leiden. In de Franse Revolutie van 1789 en in de Russische Revolutie ontbrak die.

Roperts stelling is nu, dat het algemeen kiesrecht en de hogere scholingsgraad van het electoraat ervoor zorgen dat het publiek veel kritischer staat tegenover radicale beloften. Er blijven altijd extremisten, maar in wezen krijgen ze geen kans.

Het algemeen kiesrecht leidt er niet toe, dat iedereen participeert in het politieke denken of besluitvorming, maar wel dat de kans op massa-misleiding geringer wordt.

Maak je geen zorgen, zegt hij, wanneer mensen niet meedoen aan verkiezingen. Het gaat bij het niet stemmen, denkt hij, veeleer om een gebrek aan belangstelling, gebaseerd op onkunde, dan op een anti-democratische ideologie.

Betekent dit, dat nu, aan het einde van de 20ste eeuw dat het gevaar voor de democratie geweken is?

Wanneer mensen met echte problemen kampen, waarvoor de politiek geen oplossing heeft, dan zien op macht beluste half-intellectuelen hun kans. Met versimpelde ideeën, liefst vermengd met nationalisme, proberen ze de mensen te mobiliseren. Zo was het in Italië en in Duitsland tussen de twee wereldoorlogen. De blijvende economische crisis in deze tijd, gecombineerd met de problemen rond immigratie kan machtszoekers weer in de verleiding brengen. Maar ook het slecht functioneren van onze 'classe politique'' kan daarvoor zorgen.

Democratie veronderstelt nu eenmaal een serieuze, bekwame en integere politieke elite. Twijfel aan de mogelijkheid van de politiek om de problemen op te lossen, twijfel aan de integriteit van de politiek is riskant voor ons politieke systeem. De laatste jaren laat Italië zien dat dit risico niet geheel is verdwenen.

In dit verband is het ook interessant om te kijken naar de befaamde revolutie van 1968. Volgens Ropert was dat geen echte revolutie. In de Parijse gebeurtenissen die begonnen op de universiteiten ziet hij een soort 'spectaculaire mise-en-scène' van de revoluties uit het verleden, zoals de studenten sociologie en geschiedenis die kenden uit hun boeken. En zo ontstond er een wonderlijke discussie met anachronistische verwijzingen naar marxistische dogmatiek en anarchistische kretologie. Maar de classe politique hield zich er wijselijk buiten. Uiteindelijk sleepten de vakverenigingen er nog wat voordelen, toen de onrust de bedrijven bereikte.

In feite, stelt hij, ging het in 1968 slechts om de onvermijdelijke aanpassing van de samenleving aan de massale entree van babyboomers. Deze nieuwe generatie wilde breken met het conformisme van hun ouders. Het resultaat was een andere levensstijl, die gebaseerd was op individualisme. Maar van een sociaal-politieke omwenteling was geen sprake.

En, constateert hij tevreden, de meidagen van 1968 kosten geen enkel slachtoffer. “En is dat niet veel beter?” Hij eindigt dan ook met de woorden van Solzjenitsyn: “Nooit en aan geen enkele natie zou ik ooit een grote revolutie toewensen.” Solzjenitsyn werd dan ook in 1918 geboren - zijn gehele leven viel samen met de Russische tragedie van de 20ste eeuw.

Had de ARP wel zo'n ongeschikte naam?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden