Ebony Band en trio Janssen vormen een derde stroom

Nog in Apeldoorn (Gigant, vanavond), Amsterdam (BIM-huis, morgen), Groningen (Oosterpoort, 3/4) en Middelburg (Kloveniersdoelen, 6/4)

KEES POLLING

Aan dat laatste zat ook een negatief aspect. Aanhangers van de Ebony Band zijn gewend aan wisselende samenstellingen. Dat komt voort uit de programma's met muziek van veelal minder bekende, maar daardoor niet minder belangrijke componisten die door artistiek directeur en dirigent Werner Herbers worden samengesteld, zoals zijn concerten met 'entartete' componisten.

De fans van het Trio Janssen/Glerum/Janssen kwamen daarentegen woensdagavond in het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven minder aan hun trekken met slechts enkele korte stukjes. Gelukkig maakte de enorme muzikale variatie veel goed. Pianist Guus Janssen en bassist Ernst Glerum werkten in diverse uitvoeringen mee met de Ebony Band. Slagwerker Willem Janssen beperkte zich voornamelijk tot het trio-repertoire.

Het had voor de hand gelegen dat de veelzijdige en tegendraadse composities van Guus Janssen in dit Grensverleggersprogramma centraal zouden hebben gestaan. Ondanks dat zijn trio zijn stukken speelde en de Ebony Band ook drie recente composities van zijn hand uitvoerde - waarvan met name het plagerige 'Klotz' grote indruk maakte -, was dat niet het geval.

Centraal, zo was aangekondigd, zou de muziek staan van componisten uit de hoek van de cooljazz, mensen dus rond cool-hogepriester Lennie Tristano. Dit klopte niet helemaal. Natuurlijk is de invloed van Tristano op Janssens muziek aanwijsbaar, en zo hebben componisten als William Russo, John Carisi en George Russell ook hoorbaar naar vertegenwoordigers van de cooljazz geluisterd. Maar dat maakt hun muziek nog niet 'cool'.

Nee, als er al een noemer op dit programma geplakt kan worden, dan is dat dat van de zogeheten Third Stream, de muziek die een brug wenste te leggen tussen de serieuze orkestmuziek en de spontane jazz. Want net als in de Third Stream, putten Janssen, Russo, Carisi en Russell inspiratie uit beide stijlen.

De muziek van Carisi, waarvan vijf stukken werden gespeeld - van een duo voor piano en trompet, een stuk voor tuba en strijkkwartet tot een compositie voor dertien musici - was hiervan een goed voorbeeld. Zijn door elf musici gespeelde 'Angkor Vat' uit 1961 is bijvoorbeeld nadrukkelijk jazzy en swingend, maar is niettemin geheel uitgecomponeerd. Zo ook de jazzlicks in de tubapartij in 'Sounds and Silences'. De indruk ontstond dat ze geheel waren geïmproviseerd, maar dat zijn ze niet. Het knappe daarvan is dat het idee van spontaniteit bleef bestaan. De luisteraar voelde zich betrokken bij de 'improvisatie', bij de manier waarop de speler zich ter plekke liet inspireren. Eigenlijk werd je dus genept. Maar dat gaf niet. Het muzikale resultaat maakte alles goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden