Ebola, enger dan oorlog

Markt in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De meeste markten, scholen en overheidskantoren zijn nu gesloten. Beeld ap

De Liberiaans-Nederlandse schrijver Vamba Sherif belt dagelijks met zijn familie in Liberia, waar de angst voor ebola de mensen verlamt. 'Bij de oorlog wist je nog van welke kant het gevaar kwam.'

De afstand tussen het huis van mijn broer de advocaat Fomba Sherif en zijn kantoor in Monrovia, de hoofdstad van Liberia, is op een normale dag een klein uurtje met de auto. Maar dit zijn geen normale dagen in Liberia. Ebola heerst als een plaag en met deze ziekte de alomvattende angst.

Voor een man die gewend is om ook op zondagen te werken, is de aanwezigheid van een ziekte waartegen nog geen effectief middel is gevonden een ware ramp. Maar hij moet aan geld komen. Hij heeft meer dan dertig mensen bij hem thuis wonen, vooral jonge mensen wiens ouders stierven in de Liberiaanse burger-oorlog van 1989 tot 2003. Zijn inkomsten uit de advocatuur zijn amper genoeg om deze familieleden te onderhouden. Dus hij moet blijven verdienen. Ook tijdens deze crisis.

"Ik heb geen andere keus", zegt hij tijdens een van onze bijna dagelijkse telefoongesprekken. Deze gesprekken met hem en met andere familieleden zijn een manier om met mijn hulpeloosheid om te gaan. Op deze ochtend bevindt mijn broer zich in zijn auto richting zijn kantoor in het centrum. "Wat ga jij op kantoor doen?" vraag ik. "Gewoon zitten en wachten tot er iemand komt. Maar meestal komt er niemand. Het lijkt alsof alle echtscheidingen, alle ruzies over erfenissen en om stukken land zijn gestaakt. Ebola lijkt alle relationele problemen te hebben opgelost. Dus ik zit zonder werk."

Hermetisch afgesloten
Het is nog geen halfuur later als hij mij belt met de mededeling dat de enige grote toegangsweg van de wijk Gardnersville, waar hij woont, naar het centrum afgesloten is. "Iemand is gestorven aan ebola en ligt langs de kant van de weg. Niemand durft in zijn buurt te komen. Dus hebben de bewoners van deze wijk de straat geblokkeerd en dit gaat net zo lang door totdat de gezondheidsmedewerkers het lijk verwijderen", zegt hij.

De stad is, volgens mijn broer, hermetisch afgesloten. De meeste markten zijn gesloten, vele overheidsinstanties functioneren niet en scholen zijn dicht. Overal zijn soldaten aanwezig om, in de woorden van president Ellen Johnson Sirleaf, 'de veiligheid te waarborgen'. Maar hun aanwezigheid, hun afkeer van het ondankbare werk dat ze moeten verrichten en hun angst voor ebola maken de terreur die de ziekte is geworden alleen maar erger voor de mensen,' zegt hij.

Het vervoer van en naar de stad is strikt verboden, voegt hij er aan toe. Overal worden reinigingsmiddelen, vooral chloor, als desinfecteringsmiddelen gesproeid. Voordat iemand een overheidsgebouw binnen- loopt, moet hij eerste zijn handen met chloor wassen. Niemand geeft de ander een hand uit angst te worden besmet. Mensen dragen rubberen handschoenen. Stellen vermijden elkaar vanwege de angst dat de zwetende partner de ander zou besmetten. En de overheid staat machteloos.

Gezondheidsmedewerkers bij een ziekenhuis in Guinea. Beeld afp

Begrafenissen
"Ik ben banger voor deze ziekte dan voor de oorlog", zegt mijn broer tegen mij. Volgens hem was de burgeroorlog een verschijnsel waarvoor je kon vluchten en waarvan je wist van welke kant het kwam. Dat geldt niet voor ebola. De ziekte sloeg in het begin van het jaar voor het eerst toe in de grensgebieden met Liberia, in Guinee, en daarna in Sierra Leone.

Volgens mijn andere broer Mohammad Sherif, in Kolahun, in het noorden van Liberia, waren sommige Liberianen die tijdelijk in de buurlanden woonden en ziek werden, naar huis teruggekeerd om te sterven. "Deze mensen werden vaak gewassen en begraven door een grote menigte, onder wie ik", zegt Mohammad. "Zo kon het gebeuren dat mensen die bij begrafenissen waren en de lijken hebben gewassen dood gingen in Barkedu, de geboortestad van onze ouders. Het gaat hier om bijna zeventig mensen."

Mohammad houdt toezicht op het ouderlijk huis, een ondankbare taak die hij kreeg na de burgeroorlog. Het erf, dat ooit meer dan driehonderd zielen telde, staat half leeg. Hij is de enige volwassen man tussen tientallen kinderen en weduwen - vrouwen van broers en ooms die in de burgeroorlog omkwamen.

Laboratorium
Het ontbrak en het ontbreekt nog steeds vele Liberianen, vooral buiten de hoofstad Monrovia, aan de juiste informatie over hoe ze de ziekte kunnen bestrijden, zegt hij tijdens een van onze gespreken. "Ziekenhuizen en gezondheidsmedewerkers worden vermeden omdat gedacht wordt dat zij juist de ziekte verspreiden. Sommigen geloven zelfs dat de ziekte ergens in West-Afrika in een laboratorium is uitgevonden om gebruikt te worden als chemisch wapen in een toekomstige oorlog. Of dat het het werk is van farmaceutische bedrijven die, als ze een geneesmiddel kunnen vinden, veel geld gaan verdienen. Anderen geloven dat ebola niet bestaat, dat de presidenten van de drie landen het hebben uitgevonden om de aandacht af te leiden van de corruptie in de landen. Ebola werd in maart van dit jaar in Liberia al gesignaleerd. De overheid heeft pas veel later gereageerd. En toen hebben ze een beroep op de internationale gemeenschap gedaan om te helpen met het bestrijden van de ziekte."

Maar mijn broer Fomba in Monrovia gelooft daar niks van. "Wil je mij vertellen dat onze overheid geen tien miljoen heeft om de epidemie te bestrijden?" Hij bewondert de president en is vaak degene die haar verdedigt bij de talloze kritieken op de corruptie in haar regering. Maar niet tijdens deze crisis. "De president heeft ons teleurgesteld", zegt hij. "Maar misschien ligt het niet aan haar. Misschien is een land als Liberia niet opgewassen tegen ebola."

Bij thuiskomst, voordat hij zijn eigen woning betreedt, gaat hij, net als alle andere inwoners, eerst zijn handen in een emmer chloor wassen, dan weer met zeep. "Allerlei soorten reinigingsmiddelen worden nu verkocht. Bedenk het maar of het is te koop", zegt hij. Zijn angst voor de ziekte is zo groot dat hij zijn gezin gevraagd heeft om verspreid te gaan slapen, op de gangen en in de woonkamer, om meer afstand tussen elkaar te scheppen, omdat ebola zich via bloed, speeksel en zweet verspreidt. "Hoe bestrijd je een ziekte in een stad die zo dichtbevolkt is als Monrovia? Als ik naar mijn werk ga, zie ik honderden mensen vechten voor een plaats in het schaarse aanwezige openbare vervoer. Als ebola zich echt via zweet verspreidt, dan wacht ons een moeilijke tijd."

Enkele dagen later als ik met mijn broer Mohammad in het noorden bel, zegt hij dat ebola voor het eerst in Kolahun, mijn geboortestad, heeft toegeslagen. "Het gaat om onze buurman, Dwana Kanneh, de kleermaker." Dwana, die ik vorig jaar nog tijdens mijn bezoek aan Liberia heb ontmoet, was een gezonde en sterke man. "Hij ging met zijn motor een zieke vriend uit een andere dorp naar het ziekenhuis brengen en kwam nooit meer terug. Bid voor ons, Vamba", zegt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden