Eberhard van der Laan (1955-2017): Het kon beter, dus het moest beter

Burgemeester Eberhard van der Laan tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente in het Scheepvaartmuseum. Beeld ANP

Achteraf lijkt het of Eberhard van der Laan zijn hele leven burgemeester van Amsterdam was, zozeer was hij vergroeid met zijn ambt. Hij hield van de stad en die liefde was wederzijds. Hij overleed donderdagavond op 62-jarige leeftijd aan longkanker.

De gemeente maakte vrijdag in een verklaring bekend dat de burgemeester 'thuis in alle rust' is overleden. 

‘Lieve Amsterdammers’, zo luidde de aanhef van de brief waarin Eberhard van der Laan meedeelde dat hij uitgezaaide longkanker had. Dat was eind januari en het kwam uit de grond van zijn hart. Hij kende uiteraard de reputatie die Amsterdammers in den lande hebben: luidruchtig en zelfingenomen. In de 42 jaar dat hij in de stad woonde en vooral in de ruim zeven jaar dat hij er burgemeester was, kwam hij ze tegen in alle soorten en maten: als hij boodschappen deed in de supermarkt, langs de zijlijn op het veld waar zijn jongste zoon voetbalde en in de wachtkamer van het ziekenhuis. Een grote mond, ja, maar bovenal lieve mensen – hij zei het al toen hij aantrad als burgemeester, in 2010: “De eerlijkste, de geestigste en volgens mij ook de liefste mensen ter wereld.”

Met zijn afscheid in zicht voegde hij daar een wens aan toe. Wat hoopte hij dat zijn erfenis voor Amsterdam zou zijn, werd hem gevraagd, eind juli in het tv-programma Zomergasten. “Dat het de lieve stad blijft die het is.”

Die liefdesverklaring is tekenend voor de overgave waarmee Van der Laan burgemeester was. Dat wilde hij ‘nog een poosje’ blijven, schreef hij in die brief van januari. Hij moest openbare optredens laten schieten, vergaderingen belegde hij thuis in de ambstwoning in plaats van op de Stopera, maar hij ging dóór. In september moest hij zijn ambt toch neerleggen, donderdagavond overleed hij, 62 jaar oud.

Geliefd in de stad, gevreesd op het stadhuis

Van der Laan heeft indruk gemaakt als burgemeester. Zozeer zelfs dat zijn voorgangers (de voorlaatste burgemeester was Job Cohen) al bijna vergeten lijken. Zozeer ook dat het bijna onvoorstelbaar is dat hij pas op zijn 55ste burgemeester van Amsterdam werd, in plaats van dat hij dat bij wijze van spreken al zijn hele leven was.

Hij was geliefd in de stad. En gevreesd op het stadhuis, voegen sommigen daaraan toe. Hij was altijd recht voor z’n raap en zijn ambtenaren moesten daaraan wennen. Als hij hun werk onder de maat vond, zei hij dat, in plaats van vriendelijk te vragen of het misschien net iets anders kon. Zelf zei hij dat hij lééfde van tegenspraak – als voormalig advocaat was hij niet anders gewend – maar wie kritiek had op zijn plannen, kreeg soms ongenadig de wind van voren.

Maar hij stond voor zijn zaak. En zijn zaak, dat was de stad – en niets anders. Daardoor wist hij ambtenaren, wethouders en raadsleden toch steeds voor zich in te nemen. Hij was burgemeester geworden om problemen op te lossen. Kom op dan, aan de slag! Geen flauwekul alsjeblieft! Alles voor de stad!

Amsterdammers voelden zich serieus genomen. Hij sprak hun taal, helder en duidelijk. Hij luisterde, maar als hij dat nodig vond, sprak hij hen ook tegen. Als hij ‘zakkenvuller’ werd genoemd, kon hij bits terugkaatsen: “Wat doet ú dan voor de stad?”

Neem zijn optreden tijdens de huldiging van Ajax na het kampioenschap in 2012. Die vond plaats bij de Arena, omdat hooligans er een jaar eerder op het Museumplein een zooitje van hadden gemaakt. De supporters floten hem snoeihard uit toen hij het podium opkwam. “Lieve mensen, het is een waardevolle traditie om de burgemeester van Amsterdam uit te fluiten”, reageerde hij met de onderkoelde humor die hem eigen was. “Maar ik had al een seizoenskaart toen de meesten van jullie nog naar Sesamstraat keken, in je pyjamaatje.” En hij sloot af met een bedankje voor ‘het fantastische fluitconcert’.

Mensen naar de mond praten, dat was niét zijn stijl, en dat werd gewaardeerd. Toen hij aankondigde dodelijk ziek te zijn, kreeg hij een stortvloed aan lieve, meelevende brieven en kaartjes. Honderden mensen keken her en der op grote schermen naar zijn optreden in Zomergasten en ook dat was een soort liefdesverklaring. Net als het applaus voor de ambtswoning aan de Herengracht, vlak nadat hij zijn taken had moeten neerleggen.

Hij hield van de stad, de stad hield van hem.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Het applaus voor de ambtswoning van de burgemeester. Beeld ANP

Snel klaar met de kerk

Eberhard Edzard van der Laan, geboren op 28 juni 1955, groeit op als zesde en jongste kind van een huisarts in Rijnsburg en zijn vrouw. Zijn ouders zijn lid van de gereformeerde kerk. In de Tweede Wereldoorlog boden ze plek aan onderduikers en waren ze betrokken bij het illegale Trouw, een geschiedenis waarover Van der Laan pas het fijne te horen krijgt, als zijn moeder op haar 72ste opschrijft wat ze heeft meegemaakt.

Zelf is Van der Laan snel klaar met kerk en geloof. Als jongen van een jaar of twaalf krijgt hij van de predikant te horen dat iemand Jezus moet kennen om in de hemel te komen. “En wat als je hem niet hebt kúnnen kennen? Zoals de Inca’s?”, wil Eberhard weten. Voor hen is de hemel niet weggelegd, antwoordt de dominee. Daarmee is het pleit beslecht: Eberhard wil niet meer naar de kerk. Dat hij zich tientallen jaren later nog steeds een calvinist noemt, heeft met iets anders te maken. “Ik zie dingen die beter kunnen”, zegt hij tegen het Parool. “Ik denk dat we veel meer kunnen, en ik ben een calvinist, omdat ik vind dat we het dan ook moeten doen.”

Na zijn middelbareschooltijd gaat Van der Laan geneeskunde studeren in Brussel, omdat hij in Nederland uitgeloot wordt. Maar de studie in België bevalt niet en hij verhuist naar Amsterdam, in 1975. Als hij opnieuw wordt uitgeloot, kiest hij voor een studie rechten aan de Vrije Universiteit.

Stad in verval

Amsterdam ligt er in die tijd niet florissant bij. De negentiende-eeuwse wijken verarmen en verkrotten, veel gezinnen trekken weg voor een huis met een tuin in groeikernen als Purmerend en later Almere. Van der Laan komt te wonen in zo’n buurt in verval, de Kinkerbuurt.

Met wat hij om zich heen ziet, gaat Van der Laan aan de slag in de politiek. In 1976 sluit hij zich aan bij de Partij van de Arbeid, even later wordt hij gewestelijk partijbestuurslid. Ook werkt hij kortstondig als politiek assistent van Jan Schaefer, de roemruchte wethouder wonen die plannen om de verkrottende wijken plat te gooien en te vervangen door luxe nieuwbouw van tafel veegde. “In geouwehoer kan je niet wonen”, sprak Schaefer ooit, en iets van die stijl maakt Van der Laan zich ook eigen.

Na een aantal jaren als slapend partijlid wordt Van der Laan in 1990 gekozen in de gemeenteraad, eerst als gewoon lid, later als fractievoorzitter. Daarnaast is hij advocaat; als het kantoor waar hij werkt hem te commercieel wordt, zet hij een eigen kantoor op, Kennedy Van der Laan. In 1998 stapt hij uit de politiek, naar eigen zeggen ‘gesloopt’ en vast van plan het rustiger aan te doen – iets wat hij zich ook later in zijn loopbaan meerdere malen voorneemt. Maar zijn kantoor groeit en uiteindelijk is zijn werkdrift een van de redenen dat de relatie met de vrouw met wie hij twee kinderen heeft stukloopt.

Landelijke politiek

Tien jaar na zijn terugtreden uit de Amsterdamse politiek laat Van der Laan zich opnieuw strikken voor een rol in de politiek, nu landelijk: hij volgt Ella Vogelaar op, die als minister van wonen, wijken en integratie in het vierde kabinet-Balkenende geen steun meer krijgt. Maar dat ministerschap loopt uit op een ‘traumaatje’, zegt hij later: vanwege de val van het kabinet duurt het maar vijftien maanden. “Ik heb van alles in gang gezet en niks afgemaakt. Dat steekt.”

Vier maanden later al kan Van der Laan aan de slag als burgemeester van Amsterdam, en dat burgemeesterschap wordt het hoogtepunt van zijn loopbaan.

Jan Schaefer zei ooit: “Wil je tien problemen tegelijk oplossen, dan heb je er elf. Dat lukt je namelijk nooit. Dus begin met de belangrijkste.” In die geest gaat ook Van der Laan aan het werk.

Welke problemen pakte hij dan aan? Hij speelt een belangrijke rol in de omgang met ouders van de slachtoffertjes van pedoseksueel Robert M., kort na zijn aantreden. Hij leidt de inhuldiging van koning Willem Alexander in goede banen. Hij stort zich met zijn volle gewicht op de aanpak van jonge draaideurcriminelen, de zogeheten top-600.

Na de raadsverkiezingen van 2014 verliest zijn eigen PvdA haar plaats in de coalitie en sindsdien bestuurt hij de stad met wethouders van D66, VVD en SP. Ook al ademt hij via alle poriën zijn sociaal-democratische inborst uit, hij leidt die coalitie geolied en soepel. De aanpak van het verloederende Wallengebied, waarvoor de coalitiepartijen weinig enthousiasme opbrengen, weet hij te borgen in een vastgoedfonds.

Feilloos is Van der Laan uiteraard niet. Niet iedereen is overtuigd dat die Wallenaanpak daadwerkelijk vruchten afwerpt. Beleid om misstanden in de prostitutie terug te dringen stuit op weerbarstige praktijken. Het ambtenarenteam dat radicalisering moet aanpakken, werkt niet goed en dat heeft hij pas laat in de gaten.

Belangstellenden kijken in het Scheepvaartmuseum naar de uitzending van het VPRO-programma Zomergasten met Eberhard van der Laan als gast. Beeld ANP

Partijpolitiek

Maar de stad staat er inmiddels goed voor en dat had hij al bij zijn aantreden, nog middenin de crisis, voorspeld. Toch maakt hij zich ook zorgen: de stad moet toegankelijk blijven voor arm en rijk en de toeristendrukte moet binnen de perken blijven. Als zijn wethouders op dat terrein weinig daadkracht tonen, neemt hij zelf het voortouw. “Als we niets doen, als we alles laten doorgaan zoals het nu gaat”, zegt hij in maart 2016 in gesprek met Trouw, “zullen we er over tien jaar beroerd voor staan.”

Van der Laan heeft niet alleen oog voor de belangen van Amsterdam, hij kijkt naar heel Nederland. Zoals het Rijk de steden er in de jaren tachtig bovenop hielp met miljardensteun, zo kunnen de grote steden nu als de motor werken van de hele Nederlandse economie, zegt hij in datzelfde gesprek. Amsterdam moet een ‘verantwoordelijke hoofdstad’ zijn.

In de nazit van dat interview komt hij nog even goed op stoom. In de stad worden problemen opgelost waarover in politiek Den Haag alleen maar wordt gepráát, zegt hij. Neem de debatten na de aanslag op Charlie Hebdo, in 2015. In de gemeenteraad ging het over de vraag wat er gedáán moest worden in de omgang met radicalisering. In de Tweede Kamer bestookte men elkaar slechts met volledig langs partijpolitieke lijnen bepaalde standpunten. “Kom binnenkort maar eens terug voor nóg een interview, want ik maak me hier vreselijk zorgen over”, zegt hij. “Ik denk dat de levenscyclus van de partijpolitiek z’n einde heeft bereikt.”

Bijna in één adem neemt hij een voorschot. Hij verwijst naar de Verenigde Staten, waar politici allereerst partijganger zijn, “dan een hele tijd niets en dán pas probleemoplosser”. Hier gaat het dezelfde kant op, waarschuwt hij.

Het zit hem hoog. Maar hij is er niet over uitgedacht en hij blijft dat interview erover maar uitstellen. Uiteindelijk komt het er niet meer van.

Ziekte

Halverwege zijn eerste termijn als burgemeester, in 2013, neemt hij zich opnieuw voor het rustiger aan te doen en meer tijd aan zijn gezin te besteden – hij is hertrouwd en heeft nog drie kinderen gekregen. Niet veel later krijgt hij prostaatkanker en móet hij het wel rustiger aan doen. Maar hij geneest en gaat weer volle kracht vooruit.

Als hij in 2016 begint aan zijn tweede termijn zegt hij het nogmaals. “Ik ga het echt rustiger aan doen, ik ga bijvoorbeeld om de week naar de voetbaltraining van mijn zoon.” Middenin het gesprek met journalisten waarin hij dit aankondigt, belt z’n dochter. “O, die moet ik even nemen”, grinnikt hij, “anders maak ik mezelf volstrekt ongeloofwaardig.”

Ruim een half jaar later wordt hij opnieuw ziek.

Deze zomer was Van der Laan te gast in Zomergasten. Lees hier de recensie: Eberhard van der Laan ziet ondanks alles het beste in de mens

Lees ook: Emotionele reacties op het overlijden van burgemeester Van der Laan

Amsterdammers voor de ambtswoning van burgemeester Van der Laan waar ze hem bedanken met een enorm applaus voor zijn jaren als burgemeester. Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden