Review

E.W.A. HENSSEN, 'LANGS ZELFGEKOZEN PADEN'Pareau is serieuzer dan vermoed

E.W.A. Henssen, 'Langs zelfgekozen paden. Het leven van H.J.S. Scheltema, N.E.M. Pareau, Mr. J.Jer. van Nes', uitg. Querido, 1992. 272 blz. - (geb.) f 49,90

In 1940 schrijft Pareau naar aanleiding van de honderdste sterfdag van Staring, een dichter die hij zeer bewonderde: "Op sommige letterkundigen moeten Staring, Drost en Potgieter een grote aantrekking oefenen, en wel op hen, die het gevoel hebben, dat de letterkundige positie van heden herinnert aan die uit Starings tijd. Ook zij zijn niet overtuigd van de letterkundige waarde der heden als poezie geaccepteerde uitingen. Het geeft hun moed in het werk van dit drietal een monument te aanschouwen van goede, degelijke, smaakvolle, ietwat stroeve Nederlandsche kunst."

Het is duidelijk dat hij met 'sommige letterkundigen' vooral zichzelf op het oog had. Ik kan mij tenminste geen schrijver uit die tijd voor de geest halen, die zich, met alle waardering, Staring ten voorbeeld stelde. De conclusie is dus onontkoombaar dat het Pareau ernst was toen hij dichtte:

Wanneer de koele avondstond de vale

lazuren lucht befloerst met een gordijn,

waardoor ik leunend in het raamkozijn

de stille maan en 't sterreheir zie dwalen,

Hans Warren vergeleek deze poezie met Wedgewood, "het is namaak en op een bepaalde manier ook echt." Daar zit veel in en het is ook goed te begrijpen dat de liefhebbers het als camp lezen, want dat is de enige manier waarop van dit archaiserende werk te genieten valt. Maar, zo vraag ik me na lezing van de biografie 'Langs zelfgekozen paden' af, heeft Pareau zijn werk zelf ook als camp beschouwd. Het lijkt me niet. E.W.A. Henssen, die in het kielzorg van zijn geschiedenis van de Groningse universiteit een biografie van de hoogleraar Romeins recht H.J.S. Scheltema (1906-1981 schreef) beantwoordt deze vraag niet en laat verschillende visies op de poezie van Pareau - Scheltema's pseudoniem - de revue passeren. De persoonlijkheid van de maker van deze gedichten laat overigens alle gelegenheid om ze als grapjes te lezen.

Er is ook wel een enkel evident hilarisch bedoeld gedicht bij, zoals het dikwijls gebloemleesde 'Voorval' dat als volgt begint:

De trein had nauwelijks een kwartier

't station IJmuidenOost verlaten

of Hugo loosde zijn uraten

door het ontslotene portier.

Maar 'Ter nagedachtenis', 'Herfstzang', 'Gezicht op Groningen' en zo veel meer, het lijkt alles serieuzer genomen te moeten worden dan over het algemeen gebeurt.

Pareau's gedichten dateren grotendeels van voor de oorlog. Alles bijeen is het maar weinig wat hij heeft voortgebracht: nog geen dertig sonnetten, een paar prozastukjes en een lang stroomdicht, 'De Drenthsche A'. Zijn vriend Tammes, beter bekend onder de naam J.C. Noordstar, met wie hij in 1930 het uitgeverijtje Ebenhaezer oprichtte, is met zijn ene bundel 'De Zwanen en andere gedichten' een stuk bekender geworden dan Pareau en dat is ook direct te begrijpen. Noordstar is vergeleken bij Pareau een wonder van vrijheidslust. Waar bij Pareau alles geperst moest worden in het keurslijf van het sonnet, daar stond Noordstar zich allerhande experimenten toe, die aan zijn werk tot op de dag van vandaag een ongekende frisheid geven. De Groninger dichter Hendrik de Vries, zelf een formalist van het zuiverste water, stelde Pareau boven Noordstar; ik denk dat op het ogenblik vrijwel iedereen het juist anders ziet.

De biografie van Henssen gaat maar voor een klein gedeelte over Pareau en voor het merendeel over Scheltema (Mr.J.Jer. van Nes, pseudoniem van de componist Scheltema, komt maar eventjes aan de orde). We krijgen het een en ander over zijn kinder-, jeugd- en studentenjaren te horen. Hij was een fervent corpslid. Na de oorlogsjaren werd hij hoogleraar Romeins recht en dat is hij tot zijn emeritaat in 1977 gebleven. Wereldberoemd is hij geworden door van de 'Basilica', de schriftelijke neerslag in vele tientallen delen van vrijwel de gehele Byzantijnse rechtswetenschap. Henssen geeft een heldere indruk van deze geniale onderneming, waar de rechtshistorici over de hele wereld Scheltema dankbaar voor zullen blijven.

Over Scheltema doen heel veel verhalen de ronde. Hij was een practical joker. Op de omslag van de biografie is een foto afgedrukt van zijn kamer, met een imposante kast vol oude boeken en een stoel die er uitziet als een chimpansee: in deze 'apestoel' verzocht hij studenten die bij hem tentamen kwamen doen plaats te nemen. Veelal zijn al die grappen knap flauw, geregeld zelfs beneden alle peil. Scheltema hield van oppervlakkigheid, lees ik: hij 'domineerde' graag in cafe's of speelde triktrak, spelletjes waarbij je gezellig praten kon.

Van democratisering moest hij, de dichter van oud-modische sonnetten die altijd in oude spelling is blijven schrijven, niets hebben. In 1969 betoogde hij: "De universiteiten drijven nu met groote snelheid den chaos tegemoet; zelden is er zooveel onbegrijpelijke onzin gesproken en gedrukt als heden ten dage. Het aantal commissies groeit nog sneller dan de snorren en baarden der studenten; regeering en nieuwsverspreidingsdiensten hebben hun koele verstand verloren."

Toen hij zelf ging studeren waren er bij elkaar nog maar duizend studenten in Groningen. Dat werd in de jaren zestig wel anders. Scheltema's ideaal, om met een kleine kring geinteresseerden van gedachten te wisselen en om studenten persoonlijk aan te spreken, werd steeds moeilijker te verwezenlijken.

Scheltema stierf toen zijn levenswerk, de 'Basilica'-uitgave, net voltooid was. Henssen typeert hem in een epiloog als een uiterst dubbelzinnige man, die zich nauwelijks laat kennen ('raadselachtig') en zijn toevlucht zoekt in grapjes en boosaardigheden, maar die 'uiteindelijk' toch 'verlegen' is achter zijn zorgvuldig in stand gehouden pantser: "Met dat pantser kwam de buitenwereld dagelijks in aanraking en dikwijls in botsing. Zijn gevoeligheid kwam slechts zeer zelden tot uiting, bij het horen of spelen van muziek of bij het schrijven van een gedicht."

Misschien is het, wat dat laatste betreft, voor lezers van zijn poezie dus inderdaad maar beter om door de schijn van camp heen te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden