Dynastie met groene vingers

Al 250 jaar brengt de familie Copijn onafgebroken kwekers en tuinarchitecten voort. Tijd voor een Copijn-jaar, met een overzichtswerk, tentoonstellingen en excursies.

Anne-Kim Copijn (1966) is trots op iedere voorvader. Met haar broer Mark (1967) leidt ze sinds 2008, na het overlijden van hun vader Loek, het familiebedrijf Copijn Groenekan Boomkwekerij en Tuinarchitectuur. In directe lijn is zij de achtste generatie Copijn die actief is in het vak van kweker en tuinarchitect. Op het bord naast de oprijlaan staat nog de oude familiebedrijfsnaam 'Copijn & Zoon'.

De Nederlandse tuinhistorie kent meer families waarin het vak werd overgedragen van vader op zoon, met bekende namen als Zocher, Van Lunteren, Wattez en Vroom. Maar alleen het geslacht Copijn kan bogen op een ononderbroken lijn van acht generaties die, sinds de eerste Hendrik Copijn zich in 1763 als tuinman vestigde op een landgoed in Groenekan, tot op de dag van vandaag actief zijn als tuinlieden, boomkwekers, boomverzorgers, tuin- en landschapsarchitecten.

Het schilderachtige kantoor van Anne-Kim en Mark Copijn ademt historie. Krakende vloeren, een antiek houten bureau en aan de houten wanden oude foto's, schetsen en schitterende ingekleurde ontwerptekeningen: van elke voorvader hangt er wel iets. Antieke catalogi van de kwekerij liggen uitgestald. Het kantoor biedt aan de achterzijde uitzicht op een deel van de boomkwekerij, gelegen op diezelfde 'humusrijke zandgrond' waarop hun voorvader in de achttiende eeuw zijn kwekerij begon.

Een tentoonstelling zou nazaat Anne-Kim de uitstalling van kostbare archiefstukken van de familie niet willen noemen, maar ze zijn niet voor niets tevoorschijn gehaald. Samen met de overzichtstentoonstelling '250 jaar Copijn in het Groen' in Wageningen, zijn de historische ontwerpen en foto's in Groenekan een interessante aanvulling op het pas verschenen boek dat architectuurhistorica Mariëtte Kamphuis schreef over de Copijn-dynastie.

In dat rijk geïllustreerde overzichtswerk, waarvoor Kamphuis tien jaar onderzoek heeft gedaan, beschrijft zij hoe de veelal nog bestaande parken en landgoederen, en ook de latere golfterreinen, daktuinen en wonderwalls van generaties Copijn tot stand kwamen. Toch is haar boek niet louter een 'oeuvre-catalogus' van de Copijn-dynastie. Omdat de familie al tweeënhalve eeuw actief is in het groenvak en alle ontwikkelingen daarin heeft meegemaakt, leest Kamphuis' boek ook als een geschiedschrijving van het vak van kweker, tuin- en landschapsarchitect in Nederland.

Exotische planten

De familiefirma Copijn is groot geworden in de negentiende eeuw, toen de tuinkunst en botanie een hoge vlucht namen. Overal vandaan werden exotische planten aangevoerd. Omdat de buitenplaatsen en landgoederen grotendeels zelfvoorzienend waren, ontbraken ook fruit, groente, bloemen en voor gebruikshout gekweekte gewassen niet. Om kopers duidelijk te maken hoe deze bomen en planten het beste tot hun recht konden komen, begonnen de kwekers met het tekenen van plattegronden. Zo ontwikkelden de Copijnen zich ook tot succesvolle tuin- en landschapsarchitecten.

In de tweede helft van de negentiende eeuw kregen zij steeds meer en grotere ontwerpopdrachten. Anne-Kim Copijns favoriete voorvaders komen ook uit deze tijd: Hendrik Copijn IV (1842-1923) en zoon Lodewijk Wilhelmus Copijn (1878-1945) met wie hij samenwerkte. Bekende ontwerpen van Hendrik IV zijn onder andere buitenplaats Hydepark in Doorn en zijn magnum opus: de parkaanleg bij Kasteel De Haar in Haarzuilens, waarvoor zelfs het hele dorp werd verplaatst. Toen in 2005 de Romeinse tuin bij het kasteel gerestaureerd moest worden, kreeg het familiebedrijf in Groenekan die opdracht. Loek Copijn en dochter Anne-Kim konden hierbij teruggrijpen op het ontwerp van voorvader Hendrik.

Bij Hydepark en vooral bij De Haar leefde Hendrik zich uit in de zogenoemde eclectische stijl. Een combinatie van strakke, geometrische tuinkunst met thematuinen, en de veel lossere landschapsstijl, met spiegelende vijvers, bospartijen, bruggetjes en slingerpaden. In de thematuinen kon de kweker Copijn zich uitleven.

Als gevolg van de bevolkingsgroei, industrialisatie en verstedelijking namen in de loop van de negentiende eeuw, naast particuliere tuinontwerpen, ook de stedelijke opdrachten toe, zoals het ontwerpen van villaparken, begraafplaatsen, plantsoenaanleg, stadsuitbreiding en -verfraaiing. Zo legde Hendrik Copijn IV op de bolwerken van Groningen in 1882 het Noorderplantsoen aan, in 1903 in Leeuwarden het Rengerspark, en het zuidelijke deel van het Julianapark in Utrecht.

De nieuwe ontwerpopdrachten voor de aanleg van tuinen bij villa's van de middenklasse, met mixed borders, stapelmuurtjes, vijvers, rotspartijen en strak gesnoeide hagen, waren een stuk bescheidener dan die voor landgoederen en kastelen. Door die schaalverkleining gingen de kwekers ook hun assortiment aan bomen en heesters inperken, een ontwikkeling die in de twintigste eeuw werd versterkt door de Eerste Wereldoorlog en de latere crisisjaren.

In de loop van de twintigste eeuw kreeg de firma Copijn meer opdrachten voor recreatieve voorzieningen, zoals natuurbaden, wandelparken en golfterreinen. Bijvoorbeeld sport- en natuurpark de Biltse Duinen, recreatiepark Berg en Bos in Apeldoorn, de Kennemer Golf bij Zandvoort en de Haagse Golf in Wassenaar.

Wederopbouw

De combinatie kweker/tuinarchitect was in de 18de en 19de eeuw voor alle partijen aantrekkelijk, zeker ook voor de opdrachtgevers. Vaak betaalden zij niet voor een parkontwerp wanneer de kweker/tuinarchitect ook het park aanlegde en de beplanting leverde. Kon je de aanleg en beplanting niet voor je rekening nemen, dan kwam je als tuinarchitect moeilijk aan de bak, ondervond bijvoorbeeld Hugo A.C. Poortman (1858-1953). De gemeente Zeist vroeg hem in 1904 een ontwerp te maken voor het Walkartpark. Maar omdat Poortman de uitvoering niet kon begeleiden, gaf de gemeente de opdracht aan Hendrik Copijn.

De Copijnen hielden die combinatie lang vol, maar na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel. De grote wederopbouwprojecten vroegen om specialisatie van de beroepsgroep. Veel tuin- en landschapsarchitecten stootten hun kwekerij af, om opdrachtgevers een onafhankelijk advies te geven. Copijn Groenekan hield als enige tak van de familie de kwekerij wel in stand. "Al is het een tijd dubieus geweest om beide specialismen te combineren," zegt Anne-Kim Copijn. "Je kon het verwijt krijgen dat je je eigen bomen in een ontwerp zette."

Voortzetting van de allround kwekerij bracht haar grootvader Hendrik H. Copijn wel in financiële problemen, waardoor hij in 1957 het oudste en mooiste deel van de kwekerij moest verkopen aan de gemeente. Zijn oudste zoon Hendrik Lodewijk, de vader van Anne-Kim en Mark, kwam in 1964 bij hem in het bedrijf, stopte met het kweken van vaste planten en richtte zich op het kweken van vormbomen, zoals lei- en bloklindes en parasolplatanen.

In de jaren tachtig besloot hij het uitvoerende deel van het bedrijf af te stoten, maar de architectuurpoot en de kwekerij bleven. Anne-Kim en Mark zetten zijn specialisme van het kweken van vormbomen voort. "Daarnaast kweken we de zwaardere laan- en parkbomen, zoals beuken, eiken, kastanjes, esdoorns, tulpenbomen, en ook notenbomen en hoogstam fruitbomen, meidoorns, buxus, taxus." Anne-Kim ontwerpt voor bedrijven en particulieren. "Parken, pleinen, straten, landgoederen, stadstuinen, daktuinen, alles eigenlijk." Het ontwerp voor de tuin bij het Utrechts Medisch Centrum, waaraan haar vader was begonnen, heeft ze na zijn dood afgemaakt.

In een andere tak van de familie ontwikkelden de broers Allrik (1938-2007) en J'ørn (1941) Copijn een heel nieuw specialisme. Zij werden de eerste boomchirurgen en boomverzorgers van Nederland en zetten spectaculaire operaties op hun naam, zoals de redding in 1965 van een door stormschade aangetaste eeuwenoude linde in Achterberg bij Rhenen.

De Utrechtse tak van de Copijnfirma maakte vooral naam op ontwerpgebied. Die omarmde hightech ontwikkelingen waarmee grote daktuinen, muur- en binnentuinen konden worden aangelegd. Een bekend voorbeeld is de daktuin van het ING-hoofdkantoor in Amsterdam. Andere voorbeelden: de verticale tuinen, de zogenoemde wonderwalls.

Een Copijn-ontwerp: verticale tuin, de zogenoemde wonderwall, aan het hoofdkantoor van Eneco in Rotterdam.

Park Haarzuilens.

Mariëtte Kamphuis: Met levend materiaal. Copijn 1763-2013. Tweehonderdvijftig jaar tuinlieden boomkwekers boomverzorgers tuin- en landschaparchitecten. De HEF publishers. 352 pag. Tot 4/7 39,90 euro, daarna 45 euro.

De aanleg, omstreeks 1896, van een vijver bij Kasteel De Haar in Haarzuilens. De kasteeltuin is ontworpen door Hendrik Copijn IV (1842-1923).

Copijn anno 2014

De firma Copijn in Utrecht is sinds 2006 geen familiebedrijf meer, de naam Copijn is hier een merknaam geworden. Het bedrijf zet de traditie voort met drie werkmaatschappijen: Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten, Copijn Boomspecialisten en Copijn Groenaanleg en Beheer. Een van hun spraakmakende ontwerpen is de renovatie van de Rijksmuseumtuin.

Na terugtrekking uit de Utrechtse firma hebben J'ørn en Lia Copijn een nieuw ontwerp- en adviesbureau opgericht, Copijn Bruine Beuk in Groenekan.

Kennismaken met Copijn

Onder de naam Copijn Groenekan Boomkwekerij en Tuinarchitectuur zetten Anne-Kim en Mark Copijn 'Copijn & Zoon' voort, het bedrijf dat zij hebben overgenomen van hun vader Loek.

Overzichtstentoonstelling '250 jaar Copijn in het Groen'. Wageningen UR Library, t/m 1 augustus, ma t/m vr van 9-13 uur, 's middags op afspraak.

Copijn Groenekan Boomkwekerij en Tuinarchitectuur toont werk van verschillende generaties Copijn en van de 16de eeuwse ontwerper Hans Vredeman de Vries. Alleen op afspraak: 034-6212401.

Excursie Copijn in Groningen, tijdens Tuin- en Kunsttiendaagse, 27 juni.

In het kader van de Landschapstriennale worden excursies georganiseerd naar parken en tuinen rond Arnhem, die door telgen uit de Copijndynastie zijn ontworpen (www.schokland.com).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden