DWS, de eerste club van full-profvoetballers Joop Burgers DE JAREN '60

Het komend weekeinde begint de veertigste competitie van het betaald voetbal in Nederland. Voorafgaand aan die jubileumjaargang publiceert Trouw deze week vijf verhalen over de verschillende fases van het beroepsvoetbal. Vandaag aflevering 2: de jaren '60 met Joop Burgers; de linkshalf van het opmerkelijke DWS, Door Wilskracht Sterk. De blauw-zwarte arbeidersclub werd in 1963 kampioen van de eerste divisie en een jaar later landskampioen. Morgen: de jaren '70 met Jan Jongbloed.

Er was in die donkere dagen een lichtpunt bij Ajax. Een schriel ventje van net 17 jaar debuteerde: Johan Cruijff. Twee seizoenen later vierde hij met Ajax zijn eerste landskampioenschap en was DWS al weer op de terugweg. Ook die retourreis maakte Joop Burgers mee. “DWS was de eerste profclub. Voor mij was dat ideaal. Maar andere jongens wisten niet wat zij ineens met zo veel vrije tijd aan moesten.” Niettemin was DWS ook in 1965 weer dicht bij het landskampioenschap. Toen brak een beledigende opmerking van doelman Jan Jongbloed aan het adres van Ajacied Bennie Muller de club op.

Joop Burgers, het sensationele Europa Cup-team dat in de beker voor landskampioenen pas door Vasas Gyor in de kwartfinale werd uitgeschakeld, doorlopend: “De meeste jongens waren van eenvoudige afkomst. Er waren nauwelijks spelers bij die een beroep hadden, waarvan kon worden gezegd dat daar nou een goede toekomst mee opgebouwd kon worden. Jan Jongbloed: sigarenzaak, Andre Pijlman: sigarenzaak, Rinus israel: stratenmaker, net als ik, Daan Schrijvers: vertegenwoordiger, Frits Flinkevleugel: sigarenzaak, Jos Vohoff: iets in schoenen, Huub Lenz: geen werk, Mosje Temming: geen werk, Frans Geurtsen: studeerde voor leraar, Dick Hollander: sigarenzaak. Toen we in 1965 overgingen op full-profvoetbal vond ik dat heerlijk. Er waren toen al meer full-profs, een paar bij Feyenoord, een paar bij Ajax. DWS was echt de eerste club die collectief voor dat systeem koos. Financieel was het prima. Nou ja, leek het prima. Toen ik na vier jaar de zaak overzag, kwam ik tot de conclusie dat ik er eigenlijk weinig mee opgeschoten was. Ik ken niet precies de toenmalige overwegingen van onze voorzitter Henk Solleveld om met louter full profs verder te gaan. Hij was een geslaagd zakenman. Solleveld had fotowinkels in de binnenstad en hij handelde ook in goud. Nu schijnt hij in Spanje te wonen. Zakelijk was hij in ieder geval handig.”

“Ik weet echt niet wie de spelers van dat kampioensteam heeft gehaald.

Solleveld zat er mede achter, dat wel. Toen DWS in het begin van de jaren zestig naar de eerste divisie was gedegradeerd heeft Solleveld er gelijk een man of acht uitgegooid. Er kwamen geen grote namen voor terug, maar het klikte wel binnen de nieuwe ploeg. Daan Schrijvers was natuurlijk wel een speler van naam. En Jan Jongbloed heeft ook later bewezen dat hij niet zo maar een keeper was. Welke keeper heeft twee WK-finales gespeeld? En Rinus israel was toen weliswaar nog jong, maar natuurlijk ook een grote voetballer. Rinus is mijn zwager, we kennen elkaar al van de jeugd bij DWV in Amsterdam-Noord. Voor ik met zijn zus trouwde waren er ook al familiebanden. Een broer van mij was met een tante van Rinus getrouwd. Ik vind het niet leuk als het gemene in het spel van Rinus door journalisten wordt benadrukt. Dat doet hem tekort. Hij had ook een prachtige traptechniek, hij kon fantastisch koppen en er was niemand die zo goed een bal kon afpakken als Rinus. En ja, hij was natuurlijk ook meedogenloos. Met twee van die types in je elftal ben je al een aardig eind op weg.''

“Rinus heeft dat eerste jaar profvoetbal bij DWS ook nog meegemaakt, daarna ging hij naar Feyenoord. Daan Schrijvers was voor veel geld ook al verkocht aan PSV. Zodoende is het steeds minder gegaan met DWS. De top was al voorbij toen we full profs werden. Toch vond ik het ideaal om full prof te zijn. Als stratenmaker heb je het lichamelijk zwaar, het valt niet mee om dat vak met betaald voetbal te combineren. Mijn oude beroep heb ik later trouwens weer opgepakt. Ik ben het nu nog en combineer het met het trainen van een amateurclub. Na DWV, waar ik de A-junioren trainde, Spaarnewoude, zes jaar De Volewijckers, twee jaar Spartaan en acht jaar OSV, zit ik nu bij Rood Wit Amsterdam, een tweedeklasser.”

“Full-professional, het was een fijn beroep. In het 4-2-4 systeem werd van mij als middenvelder veel gevraagd. Steun van verdedigers was toen nog niet zo gebruikelijk en de buitenspelers kwamen ook niet altijd terug. Het vergde veel van je conditie en daarom was het ideaal om je helemaal op het voetballen te kunnen richten. Zij het dat toen bedragen aan de spelers werden betaald die in de verste verte niet te vergelijken zijn met de huidige bedragen.”

“Een vriendenploeg, DWS? Ach, het is overal hetzelfde, als het goed gaat is de sfeer goed, als het slecht gaat is de sfeer niet goed. Dat is van alle tijden en dat zie je op alle niveaus. Ook bij de amateurs. Bij DWS kon je vreselijk lachen met een jongen als Frits Flinkveleugel, die was zo gek als een aap. Maar aan de andere kant gingen we niet met elkaar op stap. In het veld klikte het wel. We hadden een Engelse trainer, Lesley Talbot. Hij was aanstekelijk enthousiast en had succes. Maar wat is nu een goede trainer? Was Rinus Michels zo'n goeie trainer? Waarom werd hij dan zo zelden kampioen met Barcelona? Ernst Happel, dat is de enige waarvan ik altijd van andere spelers heb gehoord dat hij iets speciaals had. Op Louis van Gaal is nu nogal wat kritiek bij Ajax.

Maar die Van Gaal trekt zich nergens wat van aan. Hij gaat zijn eigen gang. Dat is knap bij een club als Ajax. Tegen Ajax voetballen, dat was ook in onze tijd al iets speciaals. Niet zo zeer bij de wedstrijden van de eerste teams. Dan wilde je natuurlijk wel graag winnen, maar dat speciale gevoel had te maken met de jeugd. Als je met de jeugd tegen Ajax speelde, dan kreeg je te maken met jochies die duidelijk lieten merken dat ze ver boven je stonden. Zij waren de besten, typisch Ajax. Wat dat betreft was ons kampioenschap natuurlijk een tik voor Ajax. Tot op de dag van vandaag ben ik er van overtuigd dat we ook in 1965 kampioen hadden kunnen worden. Jan Jongbloed had in een wedstrijd tegen Ajax toen dat akkefietje met Bennie Muller, Jan had Bennie in het veld beledigd. De zaak was al lang uitgepraat, toen er alsnog een schorsing kwam. Zodoende moest Leo Heeres in de beslissende wedstrijd tegen Feyenoord in het doel. Het was lullig voor Leo, een aardige jongen, maar hij was nu eenmaal geen Jongbloed.

Hij maakte enkele fouten, we verloren die wedstrijd en Feyenoord werd kampioen.''

“In mijn beste periode als voetballer heb ik een beetje pech gehad. Met DWS liep ik in Europa Cupwedstrijden in Schotland en Polen flinke blessures op.

Mede hierdoor ben ik niet verder gekomen dan een interland. Dat was in 1965 tegen Zwitserland, samen met Rinus in het Nederlands elftal. Het was een vreselijk slechte wedstrijd, 0-0. We hadden een goede kans om ons te kwalificeren voor de WK-eindronde in Engeland. Er zijn toen rare dingen gebeurd, vooral met de Ajacieden. Sjaak Swart zat bij de selectie, maar op zijn plaats stond ineens Co Prins. Co was beslist geen rechtsbuiten. Daan Schrijvers had toen veel te zeggen bij het Nederlands Elftal. Maar wie nu precies de opstelling heeft bepaald, weet ik niet. Dennis Neville was bondscoach. Ik weet wel dat die Ajacieden hopeloos speelden. Daar is toen nog veel ellende over ontstaan. Ze deden er nauwelijks iets aan. Ik vond dat onbegrijpelijk. Je kon je plaatsen voor een WK-toernooi en een aantal spelers liet het gewoon afweten.

Onderling zat het toen niet erg lekker tussen de jongens van Ajax bij het Nederlands elftal. Maar wie precies welke rol heeft gespeeld, weet ik niet. Het viel alleen maar op dat ze er niets aan deden. Na die interland werd ik ook nog geselecteerd voor de return in Bern. Ik was niet fit en zodoende werd ik reserve. Toen werd Miel Pijs op mijn plaats opgesteld. Het werd een nederlaag en het Nederlands elftal was uitgeschakeld.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden