Review

Dwingend relaas terecht bekroond

Janni Howker: 'Toen onze Daniel doodging', vert. Janneke van der Meulen, Querido, 119 p, f 22,90, v.a. 12 jaar.

Max Velthuijs krijgt ook een Zilveren Griffel voor de tekst van 'Kikker in de kou'. Voor zijn vorige prentenboek, 'Kikker en het vogeltje', werd hij eveneens dubbel bekroond, maar omgekeerd: goud voor de tekst en zilver voor de prenten. En dat terwijl volgens hemzelf zijn mooiste boek, 'Kikker en de vreemdeling', nog moet komen (in september). Opmerkelijk is, dat Velthuijs' constante kwaliteit volstrekt onweersproken is, terwijl het tegelijkertijd erg moeilijk is nog nieuwe, frisse woorden te vinden om zijn werk te karakteriseren. Velthuijs vernieuwt zijn stijl de laatste jaren namelijk niet. Zijn kwaliteit ligt in de perfecte uitgewogenheid van kleur en compositie, de gedoseerde emotie in zijn prenten, de eenvoud en intensiteit van zijn verhalen, de innige band tussen tekst en illustraties en zijn onwankelbaar vertrouwen in de goedheid van de mens. En verder blijft het stotteren.

Geforceerd

Verdiend zijn ook de Zilveren Griffels voor 'Marie Pouceline' van Simone Schell en 'Met je rug tegen de muur' van Klaus Kordon. Maar die voor 'niet wiet, wel nel', een boekje voor beginnende lezers van Joke van Leeuwen, is teveel eer. Joke van Leeuwen kan prachtige, geestige boekjes voor eerste lezertjes maken, zoals bijvoorbeeld blijkt uit 'Sus en Jum' (1985). In het nieuwe boekje is het op zich aardig dat het over ruzie gaat, maar de manier van ruziemaken is die van volwassenen en niet die van kinderen. Verder is het wat geforceerd om in een kinderboek het belang van lezen te thematiseren. En tenslotte zijn de tekeningen van de schrijfster, vergeleken met haar vroegere, bijzonder sterke illustratiewerk, op twee na absoluut ongeinspireerde routineplaatjes.

Hoe relatief bekroningen binnen de beperking van een bepaalde jaarproduktie zijn, blijkt uit de Vlag en Wimpel voor 'De weg van de wind' van Hans Hagen. Het boek is namelijk beter, vooral qua compositie, dan het eraan voorafgaande 'Het gouden oog', dat vorig jaar een Zilveren Griffel kreeg. Ook de Vlag en Wimpel voor 'Meneer Ratti' van Mensje van Keulen is aan de magere kant.

Opvallende afwezigen in het lijstje van 28 bekroonde boeken zijn 'Aan de andere kant van de deur' van Tonke Dragt en 'Multiple noise' van Ted van Lieshout. Ook 'Duel' van de Israelische schrijver David Grossman, 'Geen tijgers in Afrika' van de Zuidafrikaan Norman Silver en 'De plensbui' van de Hongaarse Eva Janikovsky hadden een prijs verdiend. En zo zijn er meer uitstekende, maar niet-bekroonde titels die de jaarlijkse run op de gelauwerde boeken tot een twijfelachtige zaak maken.

Gezinspotentaat

Een boek dat zijn Zilveren Griffel zeker heeft verdiend is 'Toen onze Daniel doodging' van de Britse schrijfster Janni Howker, die in 1987 overigens eenzelfde bekroning kreeg voor haar jeugdroman 'De aard van het Beest.'

Beide boeken spelen zich af in de armoedige omgeving van Lancaster, waar de schrijfster woont. Beide zijn geschreven in de ik-vorm, als relaas van iemand die zijn aangrijpende verhaal kwijt moet.

'Toen onze Daniel doodging' is gegoten in de vorm van 'oral history': de 96-jarige Isaac Campion vertelt eind 1984 vanuit een verpleegtehuis over de episode uit zijn jeugd die een beslissende wending gaf aan zijn verdere leven. Howker laat hem aan het woord in een verpletterend directe verteltaal, waarvoor de vertaalster overigens precies de juiste toon gevonden heeft. Het begint zo: 'Nou, ik was twaalf, tegen de dertien, toen onze Daniel doodging. Ja... dat is een hele tijd geleden. Maar liefst drieentachtig jaar terug. Drieentachtig jaar. Dat was zo'n andere tijd, dat kan je je gewoon niet voorstellen. (...) Je had toen geen radio, geen televisie. Geen wereldoorlogen. De Titanic was nog niet eens gebouwd, laat staan vergaan. (...) Eigenlijk zou ik al lang en breed in mijn graf moeten liggen, maar of je 't gelooft of niet, de dag dat Daniel stierf, staat me nog bij als de dag van gisteren.' Een begin dat bijna dwingt tot verder lezen.

Al gauw wordt duidelijk op welk een gruwelijke, zinloze manier Isaacs oudere broer om het leven kwam. En wat voor vreselijke gevolgen zijn dood had voor de menselijke verhoudingen in het gezin en in de buurt. Voor de familievete tussen de Campions en een andere familie, de Lacey's, is de dood van Daniel olie op het vuur. Vader Campion, een ruwe paardenhandelaar en gezinspotentaat, voelt meer haat naar de Lacey's, die volgens hem de schuldigen zijn, dan verdriet om zijn oudste zoon. Hij zint op wraak en haalt zijn broers en zwager erbij om een aanslag te beramen. Meer per ongeluk dan expres weet Isaac de wraakoefening te voorkomen en als hij na enkele maanden de kans krijgt om met een oom naar Amerika te gaan, is dat voor hem de kans om te ontsnappen aan het harde regime van zijn vader. Een vlucht die voor de lezer een opluchting is na een beklemmend en spannend verhaal.

Campions relaas is als een oude wond. Het praten maakt de wond schoon, en dat doet pijn, maar is noodzakelijk voor genezing. En de ik-figuur vertelt, perst zijn verhaal eruit alsof het eruit moet voordat hijzelf sterft. Geladen, in een gespierde, vitale taal. Rauw: 'De Lacey's konden hun geen moer verdommen'. Plat: 'Hun tweeen zaten een pijp te roken'. Maar ook gevoelig, met een op levenservaring gebaseerd psychologisch inzicht: 'Ik aaide de ruin om mezelf te troosten'. En met de nuchtere wijsheid van de ouderdom: 'Zo gaat dat soms tussen broers.'

Nogmaals blijkt Janni Howker met dit boek een vertelster van allure te zijn, een natuurtalent, dat zich onttrekt aan literaire modes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden