Dwingeland Gates wordt weldoener

Bill Gates, de steenrijke oprichter van Microsoft, beleefde gisteren zijn laatste werkdag bij het softwareconcern. Hij wil al zijn tijd aan liefdadigheid besteden, en uiteindelijk ook al zijn geld.

’Oh, I love technology!’ Het is een verzuchting die Bill Gates (52) graag laat vallen middenin een technische uiteenzetting over de fraaie eigenschappen van Microsoft-producten. Maar de man die met zijn onveranderd jongensachtige nerd-uitstraling zo’n ontwapenende indruk kan maken, is altijd een gehaaide en harde zakenman geweest.

Het was een ontspannen ontmoeting, op die februaridag in 1999 in de Houtrusthallen in Den Haag, met werknemers van Microsoft uit de Benelux, althans zo had het bedrijf dat besloten. Gates liet zich naar Amerikaanse gewoonte amicaal aanspreken met ’Bill’ en na afloop van zijn vraaggesprekje met de baas van Microsoft-Benelux mocht de zaal vragen stellen. Maar de onderknuppel zat op het podium te trillen als een rietje op zijn wankele barkruk en de vragen na afloop waren even schaars als braaf.

Vervolgens zoefden Gates en zijn gevolg naar het Haagse Binnenhof, waar een aantal leden van het kabinet een vriendelijke aai over de bol kreeg van Gates. „Het kabinet heeft hem zelf gevraagd om een onderhoud”, vertelde een woordvoerder van Microsoft trots. „Niet omgekeerd.” Premier Kok en de ministers Jorritsma, Hermans en Van Boxtel mochten er vernemen dat Gates Nederland graag te hulp schiet bij zijn doorgaande avonturenreis over de digitale snelweg.

Microsoft was toen al lang niet meer weg te denken uit de wereld van de personal computer. Het concern had in bijna elke pc zijn plaatsje veroverd, en als oprichter plukte Gates daarvan de vruchten en de roem. Het verhaal van Bill Gates laat zich gemakkelijk vertellen als een sprookje: hoe hij als tiener op zijn kamertje in Seattle te midden van afgekoelde pizzapunten en Coca-Cola dag en nacht zat te prutsen om zijn amateurcomputer te doorgronden. Hoe hij als twintiger zijn wiskundestudie aan de universiteit Harvard stopte, om met zijn vriend Paul Allen de programmeertaal Basic te schrijven voor de hobbycomputer Altair 8800. Hoe hij in 1975 een bedrijfje begon vanuit een loods in Albuquerque in de staat New Mexico. En hoe Microsoft vervolgens vleugels kreeg.

Gates heeft altijd iets met nullen en enen gehad. In zijn huis aan het Washingtonmeer nabij Seattle ligt negentig kilometer glasvezelkabel en bezoekers krijgen een pas met een chip met persoonlijke instellingen waardoor elke kamer van kleur verandert als ze er binnenlopen.

Maar voor de bloei van Microsoft telde veeleer zijn uitgesproken zakelijke talent. Eerder dan vele anderen had hij reeds in de jaren zeventig in de gaten dat de pc een uitgesproken massaproduct zou worden. Bij de computergigant IBM was dat besef toen nog lang niet doorgedrongen, maar in 1981 sleepte Gates de opdracht van zijn leven binnen: Hij mocht IBM een besturingsprogramma leveren. Hij blufte op dat moment, want hij had dat programma helemaal niet. Hij zou het niet eens schrijven, want hij bemachtigde het door QDOS te kopen, het latere MS-Dos. Hij betaalde er 50.000 dollar voor, de beste investering van zijn leven, vooral omdat hij bij IBM bedong dat hij MS-Dos ook zou mogen verkopen aan andere computerfabrieken. Gates voorzag dat de IBM-computer massaal door concurrenten zou worden gekopieerd. Dat gebeurde, en voor deze fabrikanten was het wel zo gemakkelijk om Gates het bijbehorende MS-Dos te laten leveren.

Zo bezien kun je zeggen dat Gates veel technologie bereikbaar heeft gemaakt voor de massa. Maar een echte uitvinder is hij niet. Het besturingssysteem Windows is volgens kenners in veel opzichten een kopie van dat van aartsrivaal Apple, hoewel juridische procedures om plagiaat aan te tonen op niets uitliepen. Ook het nieuwste systeem –Vista– treft die verdenking.

De zakelijke lijn van Gates sloeg over op het concern, dat zich ook bijvoorbeeld met het zoekprogramma Live Search en de browser Internet Explorer eerder een goede na-aper dan een goede technicus betoont. Maar in marketing is het concern uitgesproken goed geworden, met Bill Gates als een onmiskenbaar voorbeeldfiguur: de man die met zijn zelf vergaarde rijkdom van zestig miljard dollar the American dream belichaamt en door het grote publiek aardig wordt gevonden.

De kleine man met de grote bril toonde zich binnen het bedrijf echter uitgesproken autoritair. Hij onderwierp zijn werknemers aan een spartaans werkregime. Onder het motto „Microsoft is geen bedrijf maar een manier van leven” namen werknemers noodgedwongen genoegen met een salarisverlagingen en werkweken van vaak wel tachtig uur. De enigen die Gates remden, waren de Amerikaanse en Europese overheden; een beetje door werknemers rechten te geven, maar vooral door de monopolies van Microsoft aan te vallen en te bestraffen.

Maar wat er nu ook met Microsoft gebeurt, Gates heeft zich er bijna van verzekerd dat hij ook straks nog aardig zal worden gevonden. Nu hij zijn werkzame leven bij Micosoft heeft beëindigd, gaat alle tijd en energie voortaan naar de Bill and Melinda Gates Foundation, het liefdadigheidsfonds van Gates en zijn vrouw Melinda French om armoede te bestrijden en het onderwijs te bevorderen in arme landen. Gates wil uiteindelijk zijn hele vermogen in het fonds laten opgaan. Zijn kinderen Jennifer, Rory en Phoebe krijgen elk zo’n tien miljoen euro, zodat ze het even kunnen uitzingen. Maar verder moeten ze, zo zei Gates eens, gewoon zelf aan de kost komen.

Gates laat een bedrijf in de problemen achter, dat wel. Microsoft slaagt er niet meer in om het imago van een jong, innovatief en creatief bedrijf waar te maken. Het concern toont zich eerder bang en krenterig. Als een kloek over haar kuikens waakt Microsoft over zijn intellectuele eigendomsrechten, zelfs waar dat eigenlijk geen rechten meer zijn. Zo slingerde de Europese Commissie het bedrijf al voor miljarden op de bon, omdat het bleef weigeren om broncodes prijs te geven. Dat zijn de codes die andere softwaremakers nodig hebben om programma’s te maken die in combinatie met het Microsoft-besturingsprogramma kunnen worden gebruikt. Zolang Microsoft de boot afhield, dwong het consumenten om uitsluitend Microsoft-producten te gebruiken. Dus bleef het concern geld verdienen door de zaak te traineren en te vertragen, om pas op het laatst toe te geven.

Het betekent dat de grote inkomstenbronnen van Microsoft –Windows en Office– langzaam maar zeker opdrogen. Wat Microsoft kon, kunnen vele anderen nu ook, en dat heeft de bezigheden van het concern voor computerliefhebbers minder interessant gemaakt. Microsoft moet hollen om de ontwikkelingen bij te houden en besteedt vooral veel tijd en geld aan het beschermen van zijn patenten. Maar dat werk liet Gates toch al over aan de ijzervreter Steve Ballmer. Die nam in 2000 de dagelijkse leiding over, en doet in hardheid niet voor hem onder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden