Dwaze moeders, speelse kinderen

'Dwaze moeders' vragen om arrestatie van Alfredo Astiz, een gepensioneerde militair, die mensen heeft ontvoerd, gemarteld en gedood. (AFP) Beeld
'Dwaze moeders' vragen om arrestatie van Alfredo Astiz, een gepensioneerde militair, die mensen heeft ontvoerd, gemarteld en gedood. (AFP)

Aanstaande dinsdag opent de Frankfurter Buchmesse haar deuren. Speciale gast op deze immense uitgeversbeurs is dit jaar Argentinië. Het land, schrijvers incluis, worstelt nog met zijn dictatoriale verleden. Maar de benadering verschilt hemelsbreed.

Tijdens de Frankfurter Buchmesse van vorig jaar liepen niet minder dan 290.000 bezoekers elkaar voor de voeten en werden er meer dan 400.000 titels gepresenteerd. De uitgeversbeurs pakt graag groot uit. Voor Argentinië, eregast van dit jaar, is een breed cultureel programma opgezet, waarbij meer dan vijftig Argentijnen acte de présence zullen geven.

Argentinië is het derde Latijns-Amerikaanse land dat bijzondere aandacht krijgt op de beurs. In 1992 was Mexico al aan de beurt, twee jaar later Brazilië. Hopelijk krijgt Colombia binnenkort dezelfde uitnodiging, want dat is op dit moment een van de productiefste en meest prestigieuze literaire centra van Latijns-Amerika.

Eén ding valt meteen op: in elk van deze literaturen is de problematiek van geweld niet weg te denken. Gezien de nieuwsberichten die ons ongeveer dagelijks bereiken, verbaast dat niet, zeker niet als het gaat om Mexico, Brazilië en Colombia. Maar ook in Argentinië, een land dat door de meeste Europeanen vooral met tango en pampa wordt geassocieerd, blijft geweld een onvermijdelijk thema.

Bij veel Argentijnse schrijvers klinkt de herinnering aan de dictatuur van de jaren zeventig en tachtig nog steeds door. Een aantal van hen is ook te gast in Frankfurt. Juan Gelman bijvoorbeeld, een dichter die internationaal geprezen wordt om zijn diepzinnig en door de ziel snijdend werk, en van wie de bundel ’Plaatsen en kanttekeningen’ in 2008 in het Nederlands werd vertaald.

In zijn poëzie staan de ontvoering van en moord op zijn zoon en schoondochter centraal, evenals de zoektocht naar zijn vermiste kleindochter, die hij na jarenlang speurwerk uiteindelijk met succes wist te traceren.

Een andere auteur die vermelding verdient is de highbrow schrijfster Luisa Valenzuela. Ook zij is in onze contreien niet helemaal onbekend. Al in 1988 lag haar verhalenbundel ’Wisseling van wapens’ bij ons in de boekhandel. Het is tot op de dag van vandaag haar enige vertaalde werk. Komt dat doordat ze het dictatoriale geweld vaak erg indirect en hermetisch beschrijft?

Dat laatste kun je in elk geval niet zeggen van Elsa Osorio, ook te gast in Frankfurt. Zij benadert het thema dictatuur vanuit een heel andere hoek en schuwt suspense en soms sentimentele, kitscherige scènes niet. Haar makkelijk verteerbare, maar meeslepende romans, zoals ’Luz’, ’Ana’ en ’Uitweg’, verschenen al in vertaling. Gezien de herdrukken voldoen ze aan de verwachtingen van de Nederlandse lezer.

Dat de hele herinneringscultus Argentinië stevig in zijn greep houdt, blijkt uit de belangrijke rol die de zogeheten ’dwaze moeders’ – een beweging van moeders van de slachtoffers van het regime – in het huidige Argentinië nog speelt. De vele recente processen die nog tegen ex-militairen werden aangespannen, spreken ook boekdelen.

Toch is de grens tussen goedkoop sentiment en noodzakelijke herinnering in deze traumaliteratuur soms erg dun.

Sommige auteurs lijken om die reden te kiezen voor een ronduit shockerende aanpak, die de hardvochtigheid en de onmenselijkheid van het regime weer helemaal aanwezig stelt.

Martín Kohan bijvoorbeeld laat zijn nog niet vertaalde roman ’Dos veces junio’ (’Tweemaal juni’, 2002) beginnen met de volgende vraag: „Vanaf welke leeftijd mag men een kind beginnen te folteren?” Waarop zijn overste ijzig antwoordt dat de vraag fout gesteld is: het is niet de leeftijd, maar het gewicht van de pasgeborene dat telt. Het gaat er immers om ervoor te zorgen dat de moeder zoveel mogelijk informatie prijs geeft, zonder dat de baby aan de elektroshocks overlijdt.

Niet iedereen drijft het geweld op de spits. Er zijn ook Argentijnse auteurs die enigszins lijden aan wat je een ’postdictatoriaal vermoeidheidssyndroom’ zou kunnen noemen. Zo is er Félix Bruzzone, die in zijn nog niet in het Nederlands vertaalde roman ’Los topos’ (’De mollen’) uit 2008 een bijzonder satirisch portret schetst van de dwaze moeders, en de draak steekt met het obsessieve en soms zelfs pathetische verlangen om het traumatische verleden voortdurend centraal te stellen. De golf van polemische recensies die deze roman in Argentinië uitlokte, laat zien dat Bruzzone een gevoelige snaar heeft geraakt. Dat hij zo’n positie überhaupt kon innemen, heeft alles te maken met zijn eigen geschiedenis. Hij is de zoon van vermoorde dissidenten.

Naast de literatuur over het dictatoriale geweld is er in de recente Argentijnse literatuur ook aandacht voor wat de Sloveense cultuurcriticus Slavoj Zizek het ’systematische geweld’ heeft genoemd. Het geweld dat ontstond door de roekeloze en veel te snelle invoering van de neoliberale economie, waarvan de bevolking niet zozeer fysieke als wel economische en sociale gevolgen ondervindt. In Argentinië staat democratie dan vaak ook synoniem voor een verziekte regeringsvorm waarin frauduleuze politieke leiders – de naam van de ex-president Carlos Menem valt in deze context onvermijdelijk – zich verrijken met de steun van grote multinationals, de corrupte justitie en de onbetrouwbare politiemacht.

Dit soort problematiek is op het lijf geschreven van de detectiveroman, die in Argentinië al veel langer bijzonder welig tiert.

Vorig jaar werd een goed voorbeeld vertaald: ’Brandend geld’ van Ricardo Piglia, over een bende die een bank overvalt en door de politie genadeloos achtervolgd wordt. De epigraaf van Bertold Brecht spreekt in dat opzicht boekdelen: „Wat is het beroven van een bank in vergelijking met het oprichten ervan?”

Ook andere onlangs vertaalde romans stellen indirecte vormen van geweld in de Argentijnse samenleving aan de kaak. ’De weduwen van de donderdag’ van Claudia Piñeiro bijvoorbeeld, is een meeslepend relaas over het verstikkende klimaat van de Argentijnse high society die graag bijeenklit in hermetisch afgesloten luxueuze villawijken, maar zichzelf door jaloezie en prestigedrang te gronde richt.

Sergio Bizzio daarentegen focust niet op de bikkelharde en eenzame wereld van de Argentijnse rijken, maar op haar tegenpool. In zijn roman ’Razernij’ beschrijft hij met een meesterlijke subtiliteit hoe de laagste sociale klassen – vaak mestiezen die afkomstig zijn uit de omringende buurlanden – dagelijks het racisme en de discriminatie moeten ondervinden van de Argentijnse bourgeoisie.

Is het echt zo dat het thema geweld de Argentijnse hedendaagse literatuur overheerst? Als Nederlandstalige lezer kun je die indruk gemakkelijk krijgen, want ’light’ postdictatoriaal geweld en misdaad verkopen blijkbaar goed.

Toch is dat niet het enige wat de springlevende Argentijnse literatuur te bieden heeft. De schaarse vertalingen van het werk van César Aira of van Andrés Neuman bewijzen dat er een hele wereld openligt voor de lezer die zich in de Argentijnse literatuur wil vastbijten, maar genoeg heeft van al het geweld. Nieuwe, vaak nog onvertaalde schrijvers bieden die lezer bijvoorbeeld ook reisverhalen, speelsheid, absurde humor en ironie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden