Dwangvoeding is gewoon mishandeling

De overheid is gehouden de beslissing tot voedselweigering van een gedetineerde hoe dan ook te respecteren. Patiënten, ook degenen die gevangen zijn, moeten worden gevrijwaard van ongewenste medische interventies. Volkert van der G. is vrij zich dood te hongeren.

Gevangenen kunnen gedwongen gevoed worden, betoogt de gezondheidsjurist Buijsen naar aanleiding van de hongerstaking van Volkert van der G. (Podium, 7 augustus). Buijsen wijst op artikel 32 van de Penitentiaire Beginselenwet, die ruimte geeft aan de directeur van een penitentiaire inrichting een gedetineerde te 'dwingen te gedogen dat bepaalde medische handelingen worden verricht, wanneer die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is om ernstig gevaar van de gedetineerde (of van anderen) af te wenden'.

Buijsens conclusie is dat voor Van der G. een 'levensbeschermende maatregel als gedwongen infuusvoeding zeker geen schending van de mensenrechten oplevert'. Het is merkwaardig dat een dergelijk pleidooi wordt gevoerd in een geval van een gevangene, voor wie kennelijk het grondwettelijk recht op respect voor de integriteit van het lichaam niet zou gelden.

Door dwangvoeding als een reële mogelijkheid te beschrijven, worden artsen ten onrechte uitgenodigd tot een juridisch en medisch-ethisch zeer dubieuze actie.

Wanneer Volkert van der G. zijn hongerstaking voortzet, zal binnen enkele weken zijn lichamelijke en geestelijke conditie sterk achteruitgaan. Zolang hij bij kennis is, zal hij uiting kunnen geven aan zijn wil om niet kunstmatig te worden gevoed. Zodra hij het bewustzijn verliest, zal een te voren opgestelde wilsverklaring moeten worden gerespecteerd, ook wanneer daarin staat dat de betrokkene in geen geval kunstmatig wil worden gevoed of van vocht wil worden voorzien. Een eventueel aanwezige vertrouwensarts wijst de hongerstaker op de consequenties, en ziet erop toe dat de wilsverklaring wordt gerespecteerd.

De Nederlandse Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) beschermt de patiënt tegen door hemzelf niet gewenste medische interventies, zoals ook internationale mensenrechtenverdragen dat doen. De World Medical Association verbiedt artsen expliciet in haar Verklaring van Tokio (1975) en Verklaring van Malta/Marbella (1991/1992) om patiënten tegen hun wil gedwongen voedsel toe te dienen.

Dit geldt ook voor Nederlandse artsen, en de bepalingen zijn onverminderd van toepassing op gevangenen. Dwangvoeding (een medische handeling waarbij een slang in de maag of in de bloedbaan wordt aangebracht, en waardoorheen vocht en voedsel het lichaam wordt binnengebracht) tegen de wil van de betrokkene, is een vorm van mishandeling.

Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bevat het recht gevrijwaard te worden van onmenselijke of vernederende behandeling, evenals artikel 11 van de Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam). Blijkens Richtlijnen van de staatssecretaris van justitie uit 1985 betreffende gedetineerden in hongerstaking, onderschrijft de overheid de in Nederland gangbare opvatting dat de beslissing tot voedselweigering, ook bij ernstige gevolgen, door overheid en hulpverleners moet worden gerespecteerd.

De enige mogelijkheid om tot dwangvoeding over te gaan is wanneer er sprake is van wilsonbekwaamheid, waardoor het oordeelsvermogen van de betrokkene verminderd of afwezig is. Wilsonbekwaamheid vaststellen is een zeer lastige zaak, en in het zo gevoelige en inmiddels publieke geval van Van der G. zal een psychiater, die bij zijn/haar oordeel uitsluitend mag letten op het belang van de betrokkene, zich zeer bewust moeten zijn van de oneigenlijke (politieke, publieke) argumenten die op de achtergond kunnen meespelen. De verdediging van Van der G. zal bij enige twijfel niet aarzelen een contra-expertise te eisen.

De mogelijkheid die Buijsen noemt om dwangvoeding toe te passen omdat 'die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is om ernstig gevaar van de gedetineerde af te wenden' is niet bruikbaar, omdat dit ('bestwil')-argument altijd wel toe te passen is, en haaks staat op het grondwettelijke zelfbeschikkingsrecht.

Artsen die in de verleiding zouden komen om op grond van Buijsens argumenten mee te helpen bij dwangvoeding, lopen kans op rechtsvervolging.

Hongerstaking, het 'machtsmiddel van de machteloze', is een lastig en moeilijk probleem, dat zorgvuldige behandeling en begeleiding vereist, maar niet kan worden 'opgelost' door de elementaire rechten van de -in dit geval gevangen- mens te schenden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden