DWANG bezwering van de angst

Van 2 à 3 procent van de Nederlanders wordt het dagelijks leven bepaald door een dwangstoornis, zo blijkt uit onderzoek. Daarvan is maar een fractie bekend; als alle mensen met een dwangstoornis bij hun huisarts bekend zouden zijn, dan zou elke praktijk zo'n 50 tot 75 patiënten met deze aandoening hebben. In werkelijkheid zijn het er ongeveer vijf. ,,Het is een beschamende ziekte, en niet zo geaccepteerd als bijvoorbeeld depressiviteit. Deze mensen lijden in stilte'', zegt de psychiater.

Meike Huber

Rechts om de put lopen, links om mocht niet. Vier keer moest het licht aan en uit voor het slapen gaan, en vier keer onder het bed kijken. Het rechterbeen moest als laatste over de drempel, want rechts staat voor even getallen, oneven mag niet, het kan ongeluk brengen.

,,Op mijn veertiende begon het; controledwang. Het is ontstaan uit angst'', zegt Ruud Osborne (38). Hij schrijft de doodangst toe aan zijn jeugd, een gevoelig kind dat met zijn emoties nergens terecht kon. ,,Het maakte mijn dwang zo erg dat ik er hartkloppingen van kreeg. Ik verkeerde constant in doodsangst. Zo voelde het. Ik geloofde oprecht dat ik elk moment ter plekke dood neer kon vallen.''

,,Ik ontdekte dat ik de angst kon bezweren door bepaalde handelingen. Als ik voldeed aan mijn dwang, dan bleef mijn hart redelijk rustig, maar als ik het niet deed, sloeg het over. Er was niemand die mij ervan kon overtuigen dat ik gezond was.'', aldus Osborne.

Osbornes dwang is gericht op allerlei stoffen, die elkaar doorlopend afwisselen. De ene keer is het lood, de andere keer verf. Het is er altijd maar één tegelijk. Nu is het rubber. Behalve rubber, doen andere stoffen hem op dit moment niets.

Osborne: ,,Rubber is vies, het kan hard en zacht worden. Als het dan ook nog zwart is, dan weet ik niet meer waar ik het zoeken moet. De kleur zwart is uit den boze, daar kan van alles aan blijven zitten dat je niet ziet. Ik zou nu absoluut mijn auto niet op een parkeerterrein neer zetten. In een rij, dat gaat nog, dan zijn de autobanden te overzien. Maar op zo'n terrein, daar loop je dan over de straat waar al die banden kris kras overheen gaan. Bah, dan zit het aan je schoenen en neem je het mee naar binnen. Stel dat je dan wat op de grond laat vallen, dan zit het daar ook aan.''

,,Als het heel erg is, dan raak ik de afstandsbediening onder geen beding aan als ik rubber op televisie zie. Ik weet dat het niet reëel is, maar dan ben ik zo bang dat ik er iets van krijg. Het is gewoon geen prettige stof. Absoluut een rotstof. Je hebt er geen idee van waar rubber allemaal in zit. Het is overal. Ik loop er zo mee te worstelen op het moment, laat in Godsnaam een andere stof weer de boventoon voeren, denk ik dan.''

Heb ik het gas wel uitgedaan? Is de wekker gezet? Sommigen zullen het, ter geruststelling, extra controleren, en misschien zelfs een tweede of een derde keer. Het is normaal. De meeste kinderen hebben een periode dat ze niet op de lijntjes tussen de stoeptegels mogen lopen, of per se alle lantaarnpalen onderweg naar school moeten tellen. Dat gaat meestal vanzelf over.

Maar als die onschuldige dwang niet overgaat, en de persoon er meer dan een uur per dag last van heeft, heet het een stoornis. Mensen kunnen dwangstoornissen hebben op alle mogelijke gebieden, van verzameldwang, tot biechtdwang. Maar de oorzaak is steeds dezelfde: angst.

,,Het gaat mis in het deel van de hersenen dat de repeterende handelingen reguleert, zegt psychiater dr H. van Megen, die in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht onderzoek doet naar angststoornissen. ,,De hersenen geven de opdracht de handeling uit te voeren, tot zij de terugkoppeling krijgen dat het genoeg is. Als je bijvoorbeeld suiker door je koffie wilt roeren, dan geeft de hersenkern een impuls af waardoor de hand rondjes gaat draaien. Op een gegeven moment krijg je de terugkoppeling, dat het genoeg is, de suiker is opgelost. En dan stop je.''

,,Bij een dwanger gaat het op dit punt mis. Hij denkt dan: volgens mij is het genoeg zo, nee, het is niet genoeg zo, ik denk dat het nu wel goed is, maar is het wel genoeg? Het blijft maar rondzingen, en ondertussen kan hij niet stoppen met roeren. Het mechanisme is altijd hetzelfde.''

,,Toegeven aan een dwanggedachte als het gas controleren, kun je beter niet doen'', aldus Van Megen. ,,Het kan de eerste stap zijn tot een dwangstoornis.''

Bij Adri-Marijke Threels (50) ligt het accent op een dwangmatige gedachte: medelijden met anderen. Het leidt tot de dwang extreem goed, aardig en hulpvaardig te zijn voor de medemens. Haar dwang begon twaalf jaar geleden: ,,Ik mocht niet meer genieten vanaf het moment dat mijn vader overleed. Mijn moeder bleef alleen achter, uit schuldgevoel voor haar eenzaamheid moest mijn leven net zo verdrietig zijn als het hare. Ik had het gevoel dat ik haar terug moest betalen. In mijn kinderjaren heb ik allerlei ziektes gehad. Soms moest ik eigenlijk naar het ziekenhuis, maar kon ik dankzij de zorg van mijn moeder thuisblijven. Na de dood van vader, was het mijn beurt en moest ik er zijn voor haar. Ik kroop als het ware in haar huid.''

,,Ik werd er op een gegeven moment volkomen gek van om in haar vel te zitten. Onbewust ging ik op zoek naar iemand anders waarin ik me kon verplaatsen.''

Het werd een man uit de straat, die was overleden aan een hersentumor. ,,Ik mocht niet meer van mijn kinderen genieten, want dat kon hij ook niet meer. Als ik naar de bloemen in de tuin keek, kwam er een stemmetje in mijn hoofd dat zei: Dat mag niet, hij kan niet meer van bloemen genieten, dus jij ook niet!''

De 'slachtoffers' waarin Threels zich verplaatste, volgden elkaar steeds sneller op. ,,Op een gegeven moment kon ik de straat niet meer op. Want stel dat ik iemand tegenkwam die in een rolstoel zat, dan was ik daar weer dagen ziek van. Ik kon er niet tegen als ik iemand zag lachen, of genieten op wat voor manier dan ook. Ik leefde een dubbel leven, mijn gezin mocht er niet onder lijden. Ik moest doen alsof ik kon lachen.''

De dwang ging steeds verder en mondde uiteindelijk uit in de gedachte dat ze Jezus moest zijn, om maar zoveel mogelijk goed te doen. Threels: ,,Aan de goedheid van Jezus kon ik natuurlijk nooit voldoen. Dit had een nog groter schuldcomplex tot gevolg, en godsdienstwaanzin. Ik moest doen zoals Jezus zou doen, praten zoals hij zou praten. Als ik per ongeluk zei: ik schrik me kapot, woorden die Jezus nooit zou gebruiken, dan moest ik op mijn knieën om vergiffenis vragen. Dat gebeurde meerdere malen per dag.''

Threels ging in therapie. ,,In de zeven jaar dat ik wekelijks een therapeutische behandeling op de afdeling van een ziekenhuis kreeg, ben ik alleen maar verder gezakt. Ik kreeg medicijnen, maar die gaven weinig verlichting. De therapie had een negatieve uitwerking. Op het moment dat een psychiater zei dat ik 'een losgeslagen dolle hond' zou zijn als ik mijn dwanggedachte niet meer zou hebben, heeft mijn man ingegrepen. Ik ben toen via de Fobieclub Nederland bij een andere therapeut terechtgekomen. Sindsdien gaat het beter.''

Ook Osborne heeft niet al te beste ervaringen met de hulpverlening: ,,Ze hebben er te weinig kaas van gegeten. Sommige psychiaters pakten tijdens de sessie een boek uit de kast, om op te zoeken wat ik had. Daar hoorde dan een bepaald medicijn bij, en daarmee kon ik naar huis.''

Psychiater Van Megen kan zich de kritiek voorstellen. ,,Doordat er maar zo weinig mensen met een dwangstoornis bij de psychiater terechtkomen, hebben die er weinig ervaring mee.'' In het Universitair Medisch Centrum in Utrecht (UMC, voorheen AZU) wordt momenteel onderzoek gedaan naar de meeste effectieve combinatie van gedragstherapie en medicijnen. Van Megen: ,,We willen een behandeltraject opzetten, zodat de hulpverleners weten wat ze moeten doen wanneer een patiënt zich meldt.''

De Utrechtse onderzoekers kijken ook naar bevindingen van Amerikaanse collega's, dat dwangstoornissen het gevolg kunnen zijn van een bacteriële infectie. Van Megen: ,,Het lijkt erop dat in sommige gevallen de streptokok-bacterie de boosdoener is. Deze bacterie veroorzaakt ondermeer infecties als angina, roodvonk en acute reuma. Bij acute reuma, slaat de infectie neer op de grote gewrichten. Maar het kan ook in de hersenkern neerslaan, met een dwangstoornis tot gevolg. Ook erfelijke factoren lijken een belangrijke rol te spelen.''

De geschiedenis van Threels' dwang lijkt het verband met de streptokok-bacterie te bevestigen. Agina en acute reuma, ze heeft het beiden gehad. Daarnaast komen dwangstoornissen meer voor in haar familie.

De oorsprong van Osborne's dwang lijkt niet overeen te stemmen met de streptokok-theorie. Hij heeft niet meer dan de normale kinderziektes gehad, ook zijn er in zijn familie geen dwangstoornissen bekend.

Osborne was als kind al gevoeliger dan de anderen in het grote gezin (vijf broers en zussen). ,,Als we bijvoorbeeld naar de kermis gingen, dan raakte ik volkomen in paniek. Het was een overdaad aan prikkels, dat kon ik niet aan. Panisch werd ik dan.''

In het gezin werd Osborne als een uitzonderlijk kind beschouwd. ,,Ons gezin was erg prestatie-gericht, er was nauwelijks ruimte voor emoties. Ik was nu eenmaal extreem emotioneel. Achteraf lijkt het niet meer dan een eenvoudige optelsom, een scheikundige formule bijna: overgevoeligheid + omgeving die voedingsbodem was + aanleg voor dwang = dwangstoornis.''

Osborne wil geen verwijten maken aan het adres van zijn ouders: ,,Ze hebben gedaan wat zij konden. Ik kan me herinneren dat ik tijdens mijn eindexamens een angstaanval kreeg. Ik zat op de bank te trillen als een rietje. Het zweet liep in stralen van me af. Achteraf weet ik dat het angst was om te falen. Mijn vader sloeg zijn arm om me heen, dat deed hij dan wel. Ook bij hem gutste het zweet van het gezicht. Dit soort angsten wens je niemand toe, zei hij. Het moet ook een afschuwelijk gezicht zijn. Het voelt alsof je door een muur gaat. Het is een golf, die begint in je maag, langzaam omhoog kruipt en explodeert in je hoofd. Dan wil je met je hoofd tegen de muur slaan, zodat het openbarst en dat verschrikkelijke gevoel eruit kan.''

Dat haar dwang zich op godsdienst heeft gericht, vindt Threels niet verwonderlijk; ze is opgegroeid op de Veluwe, in een behoudende en zeer gelovige omgeving. Threels: ,,Heb uw naaste lief, gelijk uw zelve. Maar van mijn zelve was geen sprake meer, ik had geen 'ik' meer. Met het geloof ben ik verschrikkelijk in de knoop geraakt. Toen ik van mezelf Jezus moest zijn, ben ik me gaan realiseren dat het geloof door mensen bedacht is. Hoe kan het anders dat er zoveel leed op de wereld is? Als God almachtig is, zoals in de bijbel staat, waarom helpt hij de mensen dan niet? Waarom hielp hij mij niet?!''

,,Sommige mensen, die altijd vooraan in de kerk zaten, hebben op een verschrikkelijke manier misbruik gemaakt van mijn dwangmatige hulpvaardigheid. Dat zette me aan het denken. En beetje bij beetje vond ik mezelf terug. Want als je kunt nadenken, kun je ook keuzes maken. En dat betekende dat er een persoon bestaat, die 'ik' was, met eigen denkvermogen en een wil. Geloven doe ik nog steeds, maar dan op mijn eigen manier. God is liefde, God is geen 'moeten en niet mogen'.''

,,Bloemen kopen voor mezelf, lekker koken, op vakantie, zomaar even niksen. Ik doe het allemaal. En soms geniet ik er zelfs van. Maar vaak steekt toch ergens dat nare gevoel op: is het wel eerlijk wat ik doe? Lol maken is gewoon moeilijk voor mij. Het verschil is nu, dat ik het mijn dagelijks leven minder laat beïnvloeden. Ik werk zelfs weer. Zodra die nare gedachte in me opkomt, zet ik me schrap. Letterlijk. Ik krom mijn tenen, en hou me ergens aan vast of bal mijn vuisten. Het is, met medicijnen, in elk geval hanteerbaar nu.''

Bij zowel Osborne als Threels heeft de dwang ervoor gezorgd dat ze hun baan kwijt raakten. Threels was apothekersassistente. Ze werd min of meer gedwongen ontslag te nemen. ,,Mijn bazen hadden een onderzoek gelezen waaruit bleek dat mensen met een psychiatrisch verleden nooit meer te vertrouwen zouden zijn met medicijnen. Ze wisten dat ik 'iets' had. Ze waren bang dat ik pillen zou jatten. Ik mocht alleen blijven als ik toe zou staan dat een collega me volgde bij elke stap die ik zette. Dat is geen werkbare situatie.''

Osborne stopte uit vrije wil: ,,Ik werkte op een reclamebureau, en ik kon de druk niet meer aan. Ik had in die tijd grote angst voor hondsdolheid. Ik waste ontelbare keren per dag mijn handen, tot de vellen erbij hingen en mijn nagels niet meer groeiden. Door de grote druk die het werk met zich meebracht, werd het alleen maar erger. Er werden prestaties van me verwacht. Van die druk werd ik zo dwangmatig dat het niet meer hanteerbaar was. Toen ben ik freelance reclameteksten gaan schrijven. Ik moet eerlijk zeggen dat ik onbewust mijn dwang ook als excuus gebruikte. Inmiddels wist iedereen het wel. Als ik een deadline dreigde te missen kon ik zeggen: sorry, ik was ziek, zwak, misselijk, ik had dwang. Dat was dan ook wel zo, maar daarmee hield ik het wel voor een deel in stand. Nog steeds. Alle dwangers hebben op een of andere manier baat bij hun kwaal.''

Osborne kwam in de WAO. ,,Het ultieme falen. Mijn hele zelfbeeld hing aan mijn werk. Toen ik dat niet meer had, bleef er niets, maar dan ook helemaal niets meer van mij over. Tegen vrienden en familie riep ik dat ik gedichten componeerde op mijn zoldertje. Poëzie schrijven heeft aanzien, vandaar. In werkelijkheid ging ik door een hel. Het begon al als ik 's ochtends wakker werd en moest douchen. Dat was verschrikkelijk vanwege landbouwgifstoffen waarvan ik overtuigd was dat ze overal waren, zelfs in het water. Vervolgens zat ik de hele dag te trillen in een hoekje op de grond tegen de muur met mijn handen omhoog. Ik durfde niets aan te raken en kwam niet buiten.''

,,Toch heb ik ervaren dat het ook weg kan ebben. Het was de eerste stap tot waar ik nu ben. De angst is hanteerbaar geworden. Nu is de dwang aan de beurt. Ik weet dat ik op moet letten met spanning en druk. Ik schrijf nog wel, maar kinderboeken en poëzie zonder deadlines.''

Precies datgene doen wat de meeste angst inboezemt is volgens Osborne de enige en de beste remedie tegen de dwang. ,,Wanneer je als kind nooit met angst hebt leren omgaan, moet je ervaren dat het 'maar' angst is. Dat je daar niet dood van gaat en dat het op een gegeven moment verdwijnt. Soms stop ik een stukje zwart rubber in mijn zak. Dan ben ik de hele dag bloednerveus en doodsbang, maar het helpt wel. Het rubber heeft dan een iets minder angstige lading. Vanochtend ben ik er even mee in bed gaan liggen. Dat is voor mij een ultieme nachtmerrie. Daarna heb ik alles aangeraakt, vooral de dingen die me dierbaar zijn. Ik onthoud normaal feilloos wat ik aanraak. Het is daarom zaak om zoveel aan te raken dat ik niet meer weet waar ik heb aangezeten. Anders zou ik het gaan poetsen.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden