Duurzame suiker brengt de pauw terug

thee met suiker | In India, een grote producent van thee en suiker, dreigen watertekorten. Maar armoede en ongeletterdheid hinderen de ontwikkeling naar duurzame teelt. 'Voorbeeldboeren' wijzen anderen de weg naar oplossingen. Slot van een tweeluik.

Plotseling staat Ranesh op de rem. Hij roept iets in het Tamil en wijst naar een plek in het uitbundige groen dat de weg aan beide kanten omzoomt. Er is weinig te onderscheiden. Kennelijk is het niets ernstigs, want de stem van de oude chauffeur klinkt enthousiast. "Hij ziet een pauw", vertaalt medepassagier Dilip Kumar Sinha, projectleider suikerriet van Solidaridad in India. "Dat is de nationale vogel van India. Die is lange tijd niet meer gezien in het wild en is nu weer terug hier in de regio. Hij herkent iets uit zijn jonge jaren."

Onderweg van Karur naar Pugalur in het hart van de zuidelijke Indiase deelstaat Tamil Nadu is de zojuist gespotte pauw aanleiding tot een druk gesprek in het Tamil, waarin ook Manjunatha Rao zich mengt. Deze extraverte biochemicus is het hoofd wetenschappelijk onderzoek van EID-Parry, een van de grootste suikerconcerns in India. Rao, door zijn medewerkers dr. Manju genoemd, prikkelt zijn trouwe chauffeur te blijven uitkijken.

"Dat is toch ook dankzij ons werk", zegt Rao nu in het Engels en wijzend op de pauwen. "De verduurzaming van de suikerproductie gaat zijn vruchten afwerpen. We nemen onze toeleverende boeren aan de hand om zo min mogelijk chemische middelen te gebruiken. Dus biologische mest en biologische insectenbestrijding. We zijn nu bezig insecten te kweken die de stengelboorders, de grootste vijand van suikerriet, bestrijden. Dat geeft tot nu toe 12 procent meer opbrengst en het kost amper iets, 15 dollar per hectare per jaar. Bovendien knapt de bodem ervan op. De insecten komen langzaamaan terug en dus ook de vogels die daarvan leven, zoals de pauw. De terugkeer van die vogel is hier in Tamil Nadu van grote symbolische waarde."

De regio rond Pugalur is vergeven van de suikerrietvelden. Het is er drukkend warm, heel anders dan op de kille en vochtige theeplantages in de bergen in westelijk Tamil Nadu. Toch komen de problemen bij beide producten aardig overeen. Er is sprake van overproductie. Voor een groot deel gaat het om zeer arme boeren, waardoor er niet of amper wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld duurzaamheid. Ook ontbreekt de kennis om bodemdegradatie en overmatig watergebruik tegen te gaan. Tevens is er een gebrek aan arbeidskrachten, waardoor de zeer arbeidsintensieve oogsten soms maar gedeeltelijk van het land worden gehaald.

"Er zijn ook verschillen", zegt suikerexpert Dilip Kumar Sinha van Solidaridad. "Een van de belangrijkste is dat de overheid de suikerprijs vaststelt. Elk jaar gaat die iets omhoog, ongeacht de grootte en kwaliteit van het aanbod. Enerzijds is dat gunstig voor de boer. De suikerfabriek in de regio moet zijn riet afnemen en de prijs staat vast. Boeren die het goed doen zien hun inkomen omhoog gaan. De besten hebben qua inkomen de onderkant van de Indiase middenklasse al bereikt. Suikerrietproductie is dus populair bij de boeren."

De keerzijde is dat door de overproductie veel suikerfabrikanten het niet kunnen bolwerken, zegt Sinha. "Van de ongeveer 500 fabrieken in India zijn zo'n 150 buiten gebruik. Heb je als boer geen werkende suikerfabriek in je regio staan, dan kun je niets. Suikerriet moet binnen 48 uur na de oogst verwerkt worden, anders is het suikergehalte in het riet - normaal zo'n 9 à 10 procent - een stuk lager."

Druppel-irrigatie

In het dorpje Karai Palayam staat Palani Chamy in zijn smetteloos witte kledij al te wachten. De suikerboer heeft twee koeien op de kop van zijn paar hectare grond staan en een huisje waar hij doordeweeks verblijft. In het weekeinde gaat de 68-jarige Chamy terug naar zijn gezin met 3 kinderen en 2 kleinkinderen. Hij begint zijn dag om 5 uur met het verzorgen van de koeien. Hij melkt ze, dat is voor de bijverdienste, en geeft ze voer. Dan ontbijt hij en gaat zijn veld in.

"Ik ga dan kijken hoe mijn riet erbij staat, of de druppel-irrigatie overal goed werkt - dat bespaart aardig wat water - en of de bestrijding van vraatinsecten niet moet worden opgevoerd. Afgezien van het plant- en oogstseizoen - dat kan hier in het warme Tamil Nadu tweemaal per jaar - is suikerriet verbouwen niet zo intensief. Een kwestie van goed in de gaten houden."

Te midden van zijn rietstengels laat Chamy zien dat hij na de oogst en de nieuwe inplant de stengelresten op de bodem legt in plaats van verbrandt. "Dat scheelt water, want die methode geeft minder verdamping. Verder gebruik ik de koeienmest op mijn veld. Dat bespaart me weer dure chemische middelen."

In een aanpalend dorpje staat het huis van Jaya Lakshmi. Deze vrouw boert al 30 jaar. Als kind al wilde ze niets liever, net als vele vrouwen in de omgeving, vertelt ze. "De vrouwen in Tamil Nadu zijn sterk en trots en hebben veel zelfrespect. Dat heeft me gebracht waar ik nu ben. Ik verbouw twee hectare suikerriet en ruim een hectare kokosnoten. Door vooral het rietafval als bodembedekking te hergebruiken heb ik de laatste drie jaar mijn productie met zo'n 20 procent kunnen opvoeren en heb ik meer inkomen. Dat heeft me wel verrast, ja. En het heeft me ervan overtuigd dat het nog beter kan. Ik zie veel mogelijkheden, bijvoorbeeld door nieuwe rietvariëteiten van Parry aan te planten."

Dochter Sathya Priya, die met koekjes en thee rondgaat, staat af en toe op het punt in te breken in het gesprek maar ze houdt zich zichtbaar in. Later vertelt ze 'gelukkig' gestudeerd te hebben. Ze is nu ict-ingenieur. "Ik zie niets in werk in de landbouw. Het is een zwaar bestaan met slecht loon. En mama was nooit thuis. Dat wil ik mijn kinderen niet aandoen."

Het hergebruik van het stengelafval is onderdeel van het duurzaamheidsprogramma van Solidaridad. In dat programma zijn zowel milieueisen als regels over arbeidsomstandigheden opgenomen. Belangrijker misschien nog wel is het kweken van vertrouwen. Boeren werken onderling al niet gauw samen, laat staan met de fabriek waaraan ze leveren. Het is pure strijd om het bestaan. Er zijn fabrieken die de geleverde oogst soms niet uitbetalen. Er is geen geld, heel wat suikerfabrieken lijden forse verliezen.

Ook EID-Parry verliest de laatste jaren op zijn suikeractiviteiten, zegt onderzoeksdirecteur Rao, maar compenseert dat met winsten in andere sectoren waarin het concern actief is, zoals staal, fietsen en auto-onderdelen.

"Het is een voorbeeldbedrijf", zegt Sinha, "het eerste Indiase suikerconcern waarmee Solidaridad in zee ging voor certificering volgens de standaard van Bonsucro, een wereldwijde organisatie voor duurzame suikerrietteelt. Maar zelfs met deze industrieleider heeft het jaren geduurd voor het zover was. Het in kaart brengen van de activiteiten van alle aangesloten boeren kostte veel tijd", aldus Sinha.

Met name de armoede en de ongeletterdheid onder een groot deel van de boeren is een forse drempel voor duurzaamheid en de noodzaak tot samenwerking op vele fronten. Daarom werkt Solidaridad met zogenoemde lead-farmers, voorbeeldboeren die hun collega's moeten tonen dat investeren in duurzaamheid loont, evenals samenwerking met de suikerfabriek. Inmiddels loopt er een programma om vier fabrieken en 230.000 boeren mee te krijgen in een verbeteringsproces.

Palani Chamy ziet dat het werkt. Hij is zeer content met de kennisoverdracht en de begeleiding van EID-Parry en Solidaridad. Al met al, vertelt de suikerboer, heeft hij zo zijn kosten kunnen drukken en zijn opbrengsten fors kunnen vergroten. "Soms levert een hectare tot wel 50 procent meer op. Ik kan er nu goed van leven."

Unilever

India is de tweede suikerproducent ter wereld, na Brazilië. Naast een kleine tien miljoen boeren vinden vele anderen in het land er hun bestaan in. De situatie van overaanbod door overheidsregulering stokt echter de ontwikkeling van de sector. Dereguleren betekent wel een koude sanering van de suikersector met hernieuwde armoede voor miljoenen op korte termijn als gevolg. De politici draaien hun hoofd dus liever weg.

Daar blijft het niet bij. In de landbouw verdient 70 procent van de Indiërs zijn brood. Landbouw, en zeker suikerriet, vergt veel water, maar de ontwakende reus India heeft een groeiend waterprobleem. In 2030 is er een geschat tekort van 50 procent van de totale behoefte. Wil er op de langere duur landbouw mogelijk blijven, zijn ingrijpende maatregelen nodig.

De economie wacht niet op de politiek. In de suikersector is er een groeiende groep afnemers in de voedingsmiddelenindustrie - zoals Unilever, Coca Cola, Pepsi en Nestlé - die duurzame basisproducten eisen, waaronder suiker. Onder druk van westerse maatschappelijke organisaties, maar ook omdat ze zelf steeds meer de noodzaak ervan inzien.

Dat zijn tevens de grootste klanten van EID-Parry, vertelt Manju Rao. Voor zijn bedrijf voorziet hij geen problemen. "We maken stappen met onze boeren om slimmer en duurzamer te produceren. Vaak komt dat op hetzelfde neer. We investeren veel in onderzoek en we zien dat een goed voorbeeld doet volgen." Voor India als geheel, met zijn grote ongeletterde en straatarme boerenbevolking, wordt het nog een hele klus. Tot nu toe is een paar procent van de totale Indiase suikerproductie gecertificeerd.

Als chauffeur Ranesh op de terugweg naar Karur opnieuw stopt en wijst, kijkt niemand verbaasd op. Rao pakt zijn telefoon en schiet vanuit de auto een paar plaatjes van loslopende pauwen. Hij bekijkt ze en bromt tevreden. Ook hij is tenslotte een kind van dit land.

Kees de Vré, India

Suikerboer Palani Chamy laat de stengelresten op het land liggen en bespaart zo water. De duurzame teelt brengt insecten terug, en daarmee ook de pauw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden