Duurzame overjas voor oud kantoor

Reportage | Sloop had gekund, met dertig jaar oude kantoorgebouwen. Maar netbeheerder Liander koos voor duurzame renovatie. Hun bedrijfspanden in Duiven krijgen de hoogst mogelijke groene upgrade.

Een gebouw is net een mens. Zoals een blitse outfit de saaiste kantoorklerk kan oppimpen tot he-man, bepaalt aankleding ook de uitstraling van een gebouw. Trek een grijze bakstenen gevel een mooi nieuw jasje aan en je herkent de saaie blokkendoos niet meer. Op een bedrijventerrein in Duiven ondergaan vijf kantoorgebouwen van elektriciteitsnetbeheerder Liander zo'n metamorfose.

De nieuwe overjas waarin de dertig jaar oude grauwe gebouwen inmiddels zijn gestoken, is geweven van houten latten. Niet zomaar hout, maar gecertificeerd PEFC-hout, dat onder milieuvriendelijke omstandigheden is verduurzaamd. Een deel van de gevelbetimmering is nog duurzamer, want bij elkaar gesprokkeld uit afvalhout, dat letterlijk is weggesleept voor de ovens van de even verderop gelegen vuilverbrander Sita. Piet Hein Eek maakt er meubels van, maar hier worden muren met afvalhout bekleed. Dat worden binnengevels, als straks een reusachtig, iconisch dak van 8000 vierkante meter het complex overspant en je tussen de glazen wanden van het atrium daaronder van het ene naar het andere gebouw wandelt.

Torenhoge ambities
Duurzaam, milieuvriendelijk en recyclebaar is alles wat er aan het gebouwencomplex wordt verbouwd en toegevoegd. Want Liander heeft torenhoge ambities met deze renovatie. Letterlijk voor hetzelfde geld had de netbeheerder de gebouwen tegen de grond kunnen gooien om er nieuwbouw neer te zetten. Maar dat is precies wat het bedrijf niet wil. Manager huisvesting Ton Bernts is er klip en klaar over: "Wij willen nu en in de toekomst geen nieuwe panden meer neerzetten, maar bestaande gebouwen herontwikkelen, zodat we niet onnodig materiaal onttrekken aan die mooie aarde. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel van Liander, dat als netbeheerder actief betrokken is bij de energietransitie. Het zit in onze genen én we zien duurzaamheid als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bovendien willen wij in 2023 een CO2-neutraal bedrijf zijn. Dat is ook een van de uitgangspunten bij de renovatie van de vestiging in Duiven, die straks niet energieneutraal maar zelfs energieleverend zal zijn."

De aanbesteding van de renovatie was een noviteit voor de bouwwereld. Liander legde geen eisen en voorschriften voor aan de bouwers, architecten en vastgoedontwikkelaars, maar formuleerde vier 'ambities' waaraan het gebouwencomplex na de renovatie moet voldoen. Ten eerste moeten de gebouwen het tijd- en plaatsonafhankelijke 'nieuwe werken' mogelijk maken voor maar liefst 1550 medewerkers. Dat vraagt om vergaderruimtes, overlegplekken en gelegenheden om geconcentreerd te werken. Ten tweede moet het een maximaal circulair gebouw worden, dus zoveel mogelijk hergebruik van materialen en zo weinig mogelijk uitstoot van CO2 door onder meer materiaaltransport. Als derde ambitie noteerde Liander dat het een energiepositief complex moet worden en ten vierde dat het de relatie met het gebied eromheen moet versterken, zowel met de landschappelijke omgeving als met de andere bedrijven op het terrein.

Alleen 'consortia' konden intekenen op het ambitielijstje van Liander: combinaties van een architect, vastgoedontwikkelaar, bouwer, installateur en stedenbouwkundige. Twaalf consortia meldden zich aan en met drie daarvan had Liander voldoende 'gevoelsklik' om ermee om de tafel te gaan zitten. Met z'n allen wel te verstaan, de drie concurrenten bij elkaar. "We zijn bijna een jaar lang bezig geweest," vertelt Bernts, "voor de gunningsdocumenten er lagen en de gunningsfase kon beginnen. Heel onwennig was dat overleg in het begin. Maar gaandeweg werden de architecten en bouwers steeds enthousiaster." Uiteindelijk koos Liander voor het consortium van architect Thomas Rau, VolkerWessels Vastgoed en bouwonderneming Boele & van Eesteren. "Hun invulling van onze ambities paste het beste bij wat wij willen."

De renovatie is een 'co-creatief' project. Dat betekent, legt Bernts uit, dat de verschillende partijen gaande de werkzaamheden steeds opnieuw bekijken of het beter, anders, nog duurzamer kan. "Zo hebben we heel laat in het proces besloten om toch een ander klimaatsysteem te nemen dan aanvankelijk de bedoeling was, omdat dat de kwaliteit, het comfort en de energiehuishouding ten goede zou komen."

CO2-arm beton
Ook weer vanuit het oogpunt van duurzaamheid, staan er geen bouwketen op het terrein. Overleggen en schaften gebeurt in een van de gebouwen die binnen nog intact zijn. Onno Dwars, manager duurzaamheid bij VolkerWessels Vastgoed, komt een van de overlegruimtes binnen met een gele steen in zijn handen. Net als bij dat andere klimaatsysteem, blijkt het ook hier om een nieuw en duurzaam product te gaan, dat goed past bij Lianders ambities.

Triomfantelijk legt Dwars het ding op tafel. "Deze steen is gemaakt van beton. Geen gewoon beton maar geopolymeer beton, dat is gemaakt van de slakken, die na verbranding overblijven uit de afvalverwerking. Bij de productie van dit beton is de uitstoot van CO2 een kwart van die bij het gangbare beton. Beton wordt gemaakt van grind, cement, granulaat, water en zand. Met name het onderdeel cement is verantwoordelijk voor de hoge CO2-uitstoot van beton, dat in zijn eentje verantwoordelijk is voor ongeveer 2 procent van de totale, wereldwijde CO2-uitstoot. Dat extreem vervuilende element cement is in deze nieuwe betonsoort vervangen door geopolymeer. Echt duurzaam kun je een product uit de vuilverbranding natuurlijk nog niet noemen," erkent civiel ingenieur Dwars, die zich van betonspecialist in razend tempo ontwikkelt tot expert in groene oplossingen. "Maar het is een goede tussenstap voor de fase waarin we nu zitten, op weg naar werkelijk duurzaam beton."

Het geopolymeer beton is veel lichter dan gewoon beton en daarom niet geschikt voor dragende constructies. Maar Dwars en bouwbaas Frans Wielemaker van Boele & van Eesteren zien de eerste toepassingen ervan in het-project al levendig voor zich: wandelpaden van dit beton in de kleuren van de elektrische draden die de klanten van Liander ook in hun huizen aantreffen: groen, oranje, geel, blauw en rood.

Voor een overtuigend bewijs van de circulaire ambitie van het project moet je buiten zijn, op de bouwplaats. Aan de zijkant van het terrein staat een hele rij groene containers. Wat erin moet, staat er buiten op geschreven: folie, gips, isolatiemateriaal, bedrijfsafval (kantinerommel et cetera), papier en kunststof, puin, harde kunststof.

"Dit is ons grondstoffendepot," zegt Dwars trots. "Alles wat uit de oude gebouwen komt, moet gescheiden worden ingezameld, voor hergebruik of recycling. Het puin uit de grondstoffenbank wordt vergruisd op het terrein zelf, dus niet getransporteerd naar elders, en wordt weer gebruikt als verharding onder de bestrating. Alle materialen die worden aan- en afgevoerd, worden gemeten en gelabeld. Van elke vrachtwagen die spullen komt brengen, wordt kenteken en eurocode genoteerd, gevraagd waar hij vandaan komt, hoeveel kilometer hij heeft gereden, wat hij komt brengen en hoeveel. Letterlijk alles wordt gemeten. We hebben ons er contractueel op vastgelegd met het ontwerp en de realisatie van het project het Breeam-duurzaamheidslabel excellent te halen, maar we streven naar outstanding. Ik durf te zeggen dat dit ambitieniveau uniek is in de vastgoedwereld."

Luchtbellen van 22 meter
Het enorme dak, dat de gebouwen en het daartussen gelegen atrium gaat overkappen, wordt de grote blikvanger. Het golvende dak van lichte, herbruikbare kunststof, wordt gedragen door gerecycled staal. In het dak zitten enorme 'bellen' van doorzichtig folie. De bellen hebben een diameter van 6 tot 22 meter en bevatten kamers met lucht ertussen. De hoeveelheid lucht tussen de kamers, en daarmee het isolerend vermogen van de bellen, kan worden gereguleerd, rekening houdend met het weer. Om een gezonde vochtigheidsbalans te verkrijgen tussen de glazen wanden van het atrium, wordt een van de gebouwen onder het dak helemaal met groene planten bekleed. "Dat schept een prettig klimaat op een natuurlijke manier. Dat gebouw ademt straks letterlijk zuurstof," zegt de geestdriftige Dwars. "Er komen ook echte bomen te staan in het atrium, van dezelfde soort als buiten."

Het is de bedoeling het buitenterrein zo in te richten dat er zich op den duur ook gebiedseigen plant- en diersoorten kunnen vestigen. De twee 'hotels' die bij de plannen waren inbegrepen, staan er al. Het zijn vleermuizentorens. "De hotelgasten hoeven geen toeristenbelasting te betalen," grapt Dwars.

Zuinig en slim gebruik van energie, luchtverwarming, een bodem-warmtepomp en 10.000 vierkante meter aan zonnepanelen moeten het gebouwencomplex straks energieleverend maken. Dwars is ervan overtuigd dat het lukt. En hij is überhaupt optimistisch over de duurzame ontwikkeling in de bouw. "Het gaat ineens heel snel. Dankzij de opdrachtgevers. Met hun wensen voor duurzame gebouwen brengen zij de hele keten van de bouw in beweging."

Hét keurmerk voor gebouwen: Breeam
Breeam is een uit Engeland afkomstige internationale beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen en gebieden te bepalen. Het is het belangrijkste en meest gebruikte duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen ter wereld. Breeam-NL is de Nederlandse versie ervan, ontwikkeld door de Dutch Green Building Council.

Op deze artist's impression is te zien hoe het kantoor er straks uit gaat zien, met het grote golvende dak dat de gebouwen en het atrium daartussen overspant.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden