Duurzame kleding: 'eigenlijk zijn we gewoon te lui'

Klanten zoeken kleding uit bij Primark. Beeld Jean-Pierre Jans
Klanten zoeken kleding uit bij Primark.Beeld Jean-Pierre Jans

Voor consumenten is het vaak niet duidelijk welke kleding duurzaan is gefabriceerd. En als het wel duidelijk is, zijn we vaak niet bereid om er meer voor te betalen. Bij het Ierse keten Primark in Zaandam is het nog altijd even druk.

Tussen rekken vol kleurrijke jurkjes zoekt Darshna Ramsaran (16) nieuwe aanvullingen voor haar zomergarderobe. "Ik koop mijn kleding vooral bij H&M, Zara en Primark. 'Made in Bangladesh', staat er dan vaak op de labels", zegt ze. "Als ik dat zie, krijg ik wel eens een schuldgevoel, maar eigenlijk sta ik nooit lang stil bij de omstandigheden waarin mijn kleding is gemaakt." De scholiere krijgt 70 euro kleedgeld per maand. "Ik denk niet dat ik genoeg te besteden heb om kleding te kopen die veilig en duurzaam geproduceerd is. Misschien later, als ik een echte baan heb."

Alyssa van der Leij (16) vindt dat een te makkelijke oplossing. "Eigenlijk zijn we gewoon lui", zegt ze met een schuin oog naar haar vriendin. "Zelf heb ik ook geen zin om maanden te sparen om een shirt aan te kunnen schaffen." Meer kleedgeld vragen vindt ze ook geen optie: "Het zou leuk zijn als ik meer te besteden had, maar ik vind de kleding die ik koop niet meer de verantwoordelijkheid van mijn ouders."

Ook Eva Goossens (40) vindt het moeilijk om rekening te houden met de arbeidsomstandigheden van kledingproductie. Met haar dochter Jette (13) brengt zij regelmatig een bezoek aan Primark. "Ik ben me ervan bewust dat deze kleding onder barre omstandigheden wordt gemaakt, maar eerlijk gezegd weet ik niet welke merken wel 'schoon' zijn. Die informatie ligt niet bepaald binnen handbereik. Maar misschien zoek ik zelf niet goed genoeg."

Geen garantie dat dure merken beter zijn
Ook de kleding van duurdere merken wordt vaak in onveilige fabrieken geproduceerd. Zo kwamen in 2010 29 arbeiders om bij een brand in een Bengaalse fabriek van PVH, het bedrijf achter Tommy Hilfiger en Calvin Klein. Staan de klanten van de Bijenkorf in Amsterdam, waar deze merken verkocht worden, wel stil bij de makers van hun aankopen?

Op de damesafdeling houdt Emma Hofman (17) een blouse in haar handen. "Mijn kleedgeld is eigenlijk al op, maar deze ga ik toch even passen." De scholiere koopt soms duurdere merken als Abercrombie & Fitch, maar shopt ook regelmatig bij H&M. Ze verwacht dat duurdere kleding onder betere arbeidsomstandigheden wordt gemaakt. "Als een merk 100 euro voor een shirt vraagt, dan steken ze waarschijnlijk ook meer geld in de productiekosten van dat shirt, toch?"

Nicole Glerum (48) verwacht niet dat de merken die in de Bijenkorf te koop zijn in veiligere fabrieken worden gemaakt. "Sneakers van Nike zijn ook vrij prijzig, maar worden toch in nare sweatshops in derdewereldlanden gemaakt. De hoge prijs wordt verbonden aan de merknaam, niet aan de productiekosten." Ze overweegt daarom ook niet om haar twee zoons meer kleedgeld te geven. "Wel probeer ik ze bewust na te laten denken over de oorsprong van hun kleding, maar ook dat is een uitdaging. Als ik zelf niet goed weet waar ik duurzame kleding kan kopen, hoe leer ik mijn kinderen dan waar ze op moeten letten?"

Ploumen naar Bangladesh voor textielsector
Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) kondigde gisteren aan het voortouw te willen nemen bij de bestrijding van de misstanden in de Bengalese textielsector en stelt daarvoor vast negen miljoen euro ter beschikking. Ze reist daarvoor nog deze maand Bangladesh.

Aanleiding voor de maatregelen is ramp in Bangladesh waar vorige maand meer dan 1100 doden vielen doordat een complex met kledingfabriekjes bij de hoofdstad Dhaka instortte. Het land telt zeker 4500 textielfabrieken waar 4 miljoen mensen werken in vaak onveilige omstandigheden. Na China is Bangladesh de grootste kledingsexporteur. Als co-voorzitter van een groep van donorlanden, bedrijven en maatschappelijke organisaties gaat Ploumen met de regering van Bangladesh overleggen over de aanpak van de misstanden. Verder wil ze in Brussel met de handelsministers van de lidstaten komen tot een Europees actieplan.

,,We mogen niet accepteren dat textielarbeiders enorme veiligheidsrisico's moeten lopen om voor ons spijkerbroeken en T-shirts te maken. Een lage prijs mag niet ten koste van alles gaan. En dan te beseffen dat van een T-shirt van 10 euro slechts 50 cent naar de producent gaat. Deze race naar de laagste prijs moet stoppen'', aldus de minister.

De negen miljoen euro is vooral bedoeld voor de vakbonden en onafhankelijke inspecteurs van kledingfabrieken. ,,Bangladesh is een straatarm land en heeft financiële hulp nodig om dit op te zetten.'' Daarnaast legt het bedrijfsleven nog eens 5 miljoen op tafel voor deze zaken.

,,Volstrekt overbodig'' om hier geld in te steken, vindt het VVD-Tweede Kamerlid René Leegte. Het is bedoeld ,,puur om het Nederlandse schuldgevoel af te kopen''. Volgens hem is het niet nodig omdat de grootste kledingketens inmiddels een overeenkomst hebben getekend voor de bescherming van textielarbeiders.

Donderdag is een overeenkomst van kracht geworden voor de bescherming van de miljoenen textielarbeiders. Zeker 31 toonaangevende bedrijven uit de textielbranche en talrijke kleinere betrokken ondernemingen hebben zich verplicht de panden waar de kleding in Bangladesh wordt gemaakt, veilig te maken. Onder de uitvoerders van de nieuwe overeenkomst zijn kledinggiganten als Abercrombie & Fitch, Benetton, C&A, H&M, Primark en Zara. Ook Hema maakte donderdag bekend de overeenkomst te ondertekenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden