Duurzaamheid is niet elitair maar big business

De groene revolutie is al doorgedrongen tot het bedrijfsleven, dat in hoog tempo verduurzaamt. Nu het kabinet-Rutte nog.

STIENTJE VAN VELDHOVEN EN GERBEN-JAN GERBRANDY | TWEEDE KAMERLID D66; EUROPARLEMENTARIËR D66

Duurzaamheid was ooit een geitenwollensokkenonderwerp. Nu is het een wereldwijde markt van 1700 miljard euro, met een jaarlijkse groei van 5 procent. Milieu was ooit een kostenpost, maar nu genereert General Electric 80 miljard dollar aan groene inkomsten met een investering van 1,8 miljard dollar. Kortom, duurzaamheid is big business.

Maar terwijl veel grote en kleine bedrijven hun strategieën met zevenmijlslaarzen vergroenen, wil het met het kabinetsbeleid maar niet lukken. Klimaatpolitiek is impopulair, het idee dat je zorgvuldig met grondstoffen moet omgaan revolutionair en verantwoord consumeren elitair. Tenminste, volgens dit kabinet.

De onderliggende trends zijn echter niet te keren: grondstoffen worden schaars en duur en consumenten willen schone producten. Vorige week kwam de 7 miljardste mens op aarde, iedere dag komen er 200.000 mensen bij. Meer en rijker leidt tot een explosie aan consumptie. De voedselproductie moet bijna verdubbelen en de vraag naar grondstoffen groeit net zo hard mee.

De winsten van bedrijven verdampen snel als prijzen voor grondstoffen en energie stijgen. Bij Akzo Nobel bleken de grondstoffen 800 miljoen euro duurder in een jaar tijd. Bij Unilever zelfs 2,5 miljard euro.

Niet alleen de prijs van grondstoffen levert problemen op, ook de leveringszekerheid. Voor energie speelt het al jaren, maar het was toch schrikken toen China een exportverbod voor zeldzame aardmetalen instelde. Het is evident dat naast energie ook andere grondstoffenstromen een rol gaan spelen in de internationale politieke verhoudingen. Veel gemakkelijk winbare voorraden lopen op hun einde. De winning kost meer energie. Daarbovenop dreigt nog meer natuur te vernietigd te worden.

De wereld bereikt zijn grenzen, zoals de Club van Rome in 1972 al voorspelde. De wal keert het schip. De wereldeconomie zal verduurzamen, gewoon omdat er geen andere keuze is.

Dit is de vooravond van een groene industriële revolutie, en net als bij de vorige industriële revolutie betekent dat dynamiek. De vraag is alleen of de groene tycoons wel uit Europa komen. Volgens een recent rapport van de Boston Consulting Group komen de nieuwe duurzaamheidskampioenen uit opkomende markten, zoals China en Brazilië. Ook Brussel doorziet de urgentie en zet vol in op deze trend.

Maar de Nederlandse politiek en werkgeverskoepel VNO-NCW blijven de stokpaardjes berijden van de fossiele economie.

Bedrijven die nu voorop durven te lopen, positioneren zichzelf voor een nieuw tijdperk. De hoge prijs van olie en grondstoffen maakt alternatieven aantrekkelijk. Over tien jaar kost het opwekken van duurzame elektriciteit amper meer dan stroom uit fossiele brandstoffen als kolen en gas. Zonnepanelen zullen volgend jaar zelfs zonder subsidie concurrerend zijn. En de elektrische auto staat aan de vooravond van een historische doorbraak.

De kogel moet door de kerk: gaan we ervoor of keren we ons af? Er is maar één antwoord: een groen aanvalsplan. Het kabinet moet het gebruik van grondstoffen en vervuiling belasten, in plaats van arbeid. Niet de ingenieur belasten, maar de materialen waarmee hij werkt. De miljarden aan subsidies op fossiele brandstoffen kunnen prima worden omgezet in stimuleringsmaatregelen voor vergroening: van rode diesel naar groen gas.

Duurzaamheid is geen issue voor een losse 'Dag van de Duurzaamheid', maar moet prominent op in de bestuurskamer op de agenda. Er is een groen akkoord nodig tussen de politiek en het Nederlandse bedrijfsleven. Deze kans voor open doel mogen we niet missen.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden