Duurzaam in de woestijn

In de jaren zeventig begon Ibrahim Abouleish in Egypte met duurzame landbouw. Zijn bedrijf, Sekem, is een voorbeeld voor mens- en milieuvriendelijk ondernemen.

Als telg van een gegoede Egyptische familie toog Ibrahim Abouleish (1937) bijna als vanzelfsprekend naar Europa om er te studeren. In zijn geval chemie, in het Oostenrijkse Graz. Hij raakt er onder de indruk van de stand van wetenschap, kunst en cultuur. „Ik heb er 21 jaar gewoond, trouwde met een Oostenrijkse en voelde me ook werkelijk Europeaan. Ik vergat veel van mijn vaderland.”

Hij gaat in 1975 terug naar Egypte om het land aan zijn kinderen te laten zien. „Pas toen werd ik me bewust van de enorme verschillen in ontwikkeling tussen mijn oude en nieuwe vaderland. Onderwijs, gezondheidszorg, de werking van de economie, het liep zo veel achter. En niet te vergeten de corruptie van het Egyptische bestuursapparaat. Ik wilde wat doen, maar als individu kan je niet veel uitrichten. Een paar jaar heb ik er grondig over nagedacht en ik besloot een organisatie op te richten met als centraal thema de menselijke ontwikkeling. Natuurlijk moet de mens allereerst werk hebben, maar wel werk met respect voor zijn medemens en zijn natuurlijke omgeving. Dus behalve arbeid moest er ook gezorgd worden voor onderwijs, gezondheidszorg, mensenrechten en het milieu. En ik wilde ze ook laten kennismaken met kunsten en wetenschappen.”

Abouleish zet in 1977 drie organisaties op: het bedrijf Sekem – Egyptisch voor energie van de zon – waar biologische kruiden worden verwerkt, en twee instellingen die het lichamelijke en geestelijke welzijn moeten bevorderen. „Nu is dat een veel gebruikte aanduiding, maar duurzaamheid – activiteiten met respect voor mens en milieu – was in 1977 erg revolutionair. Zelfs in Europa werd ik toen als gek beschouwd.” Abouleish laat zich er niet door weerhouden en trekt met alleen eigen geld op zak letterlijk de woestijn in. „Ik wilde daar midden in het grote niets helemaal vanaf nul beginnen. Me niet laten afleiden door bestaande ideeën en praktijken.”

Hij bouwt er een biologisch-dynamisch landbouwbedrijf op, dat tien mensen in dienst heeft. Zijn eerste klant is een pure toevalstreffer: een Amerikaans bedrijf dat op zoek is naar geneeskrachtige kruiden. Via een kennis van zijn vader hoort hij erover. Abouleish: „Die kruiden kon ik leveren. Boeren uit de wijde omgeving brachten op kamelen en ezels de in het wild groeiende planten naar mijn bedrijf en ik bouwde een fabriekje voor de verwerking. We hebben jarenlang samengewerkt. Zo leerde ik dat je niet zo maar wat moet gaan telen in de hoop dat er later wel afnemers zijn. Dat was toen wel heel gebruikelijk. Je moet juist denken vanuit de consument en werken in opdracht van bijvoorbeeld winkelketens.”

Abouleish is zijn tijd ver vooruit, maar zijn plannen worden regelmatig gefrustreerd door incapabele werknemers, slechte infrastructuur en corruptie. Wel krijgt het ecologisch bedrijf financiële steun van groene banken als de Duitse GLS Bank en Triodos Bank uit Nederland. En Abouleish is optimistisch ingesteld: „Het maakte ons juist sterker. We groeiden als gemeenschap door al die obstakels. We gingen ook ons productpalet uitbreiden. Er kwamen medicijnen bij en we gingen zelf boeren.”

Na dertig jaar werken bij Sekem inmiddels 2000 mensen, die voedingsmiddelen, geneesmiddelen en textiel produceren. Zij wonen allen rond het bedrijf en hebben hun eigen scholen, crèches en ziekenhuis. Het vormt, gelegen tussen de Nijl en de Rode Zee, een eigen stad met eigen politie en een postkantoor. Daarnaast zijn 800 boeren uit het hele land toeleverancier van groenten en fruit, kruiden en katoen. De producten gaan de hele wereld over – in Nederland is er onder andere thee van Sekem van het merk Pyramide – en zijn allemaal biologisch geteeld. „Daar trainen we onze boeren ook op. We betalen de boeren bovendien meer dan de marktprijs. Wij waren al met fair trade (eerlijke handel) bezig voordat het begrip was uitgevonden. Het doel is om onze boeren via Sekem aansluiting te laten krijgen bij de wereldeconomie. Dat lukt prima, we groeien als kool.”

Sekem heeft inmiddels vele prijzen gewonnen en Abouleish werd in 2003 de Right Livelihood Award toegekend, een soort alternatieve Nobelprijs voor duurzame ontwikkeling. Veel zakenmensen en ondernemers zijn er kind aan huis om met eigen ogen te zien hoe Sekem functioneert. De VN beschouwen Sekem als veelbelovend voorbeeld hoe ontwikkeling zou moeten verlopen.

Dezer dagen zet Abouleish, inmiddels 70 jaar, wederom een nieuwe stap. Hij vraagt, voor het eerst, aan particuliere investeerders in Nederland en Duitsland om via obligaties deel te nemen in Sekem. Hij wil zo in elk van de twee landen 5 miljoen euro ophalen. Op de vraag of de banken hem in de steek laten, schudt hij lachend zijn hoofd. „Ik wil weer uitbreiden en heb geld nodig voor nieuwe machines en bedrijfsgebouwen. Banken in het Midden-Oosten en vermogenden in de Golf zijn maar wat bereid geld te lenen. Wat ik echter wil is consumenten, mensen die begrijpen wat Sekem is en doet, de gelegenheid geven deel te nemen in ons ontwikkelingsproces. Via zo’n lening worden ze rechtstreeks betrokken bij ons wel en wee.”

Abouleish beseft dat hij zich hiermee aansluit bij een trend in ontwikkelingsland. Particulieren geven steeds meer geld aan projecten die ze via familie, vrienden of bekenden ook echt kennen. „Ja, ik ken die trend. Voor Sekem zou ik dat een prachtige ontwikkeling vinden.”

Als je echter kijkt naar de onzekerheden die in de prospectus van de obligatielening vermeld staan, zouden particulieren wel eens kunnen afhaken. Met name de situatie in het Midden-Oosten met zijn vele conflicten is verre van ideaal.

Abouleish: „We moeten al die onzekerheden nou eenmaal opsommen. Dat vereisen de financiële autoriteiten hier. En als je puur naar de opgetelde onzekerheden kijkt zou je inderdaad niets doen. Om verandering te bewerkstelligen moet je echter moed tonen. Je moet je nek durven uitsteken. Harde garanties zijn er niet, maar de Triodos Bank leidt deze operatie in Nederland. Dat moet ook vertrouwen geven. Ik ken Nederlanders als zeer betrokken bij de Derde Wereld. Zij zien Sekem niet louter als een geldmachine, maar als een goedlopend ontwikkelingsmodel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden