Düsseldorf terecht trots

(Trouw) Beeld AFP
(Trouw)Beeld AFP

Kunstliefhebbers kunnen zich op twee uur – of minder – afstand laven aan een ongekende rijkdom. Met de Quadriennale 2010 werpt Düsseldorf zich op als cultureel bastion dat Berlijn naar de kroon steekt. Wij Nederlanders kunnen slechts jaloers toekijken.

Denk de grenzen van Nederland weg, neem een passer, zet de punt in Utrecht en neem de afstand tot, zeg maar, Groningen. Binnen de cirkel die je kan vormen, bevinden zich talloze steden in Duitsland en België die op het gebied van kunst en cultuur jaloersmakend veel te bieden hebben.

Eerder schreven we al over het Ruhrgebied met Essen als middelpunt, dat dit jaar een van de culturele hoofdsteden van Europa is en zich als kunstmetropool wat borstklopperig vergelijkt met steden als Londen en Parijs. Nu is daar Düsseldorf dat aan de weg timmert met een uitzonderlijke kunstmanifestatie, de ’Quadriennale 2010’. In minder dan twee uur met een comfortabele trein is er in tien musea, het ene nog mooier dan het andere, een schat aan moderne kunst uit de 20ste en 21ste eeuw te zien.

Bij de presentatie in september konden ook de organisatoren in deze stad aan de Rijn er wat van op het gebied van snoeven – is dit wellicht typisch Duits? – door te stellen dat Düsseldorf met de Quadriennale de hoofdstad Berlijn met zijn vele musea naar de kroon zou steken. Het gemeentebestuur had er een smak geld (5 miljoen euro) tegenaan gegooid om van het kunstfestijn een succes te maken. Ondanks de financiële crisis steunen we de Quadriennale, stelde burgemeester Dirk Elbers. „Met dit kunstenfestival onderstreept deze stad met zijn uitgebreide artistieke traditie zijn reputatie als internationale kunststad”, zei Elbers.

De gemeente Düsseldorf heeft er veel geld voor over om het kunstimago van de stad nog meer op te vijzelen. Het wil het nabijgelegen Keulen, en nu dus ook zelfs Berlijn overtreffen. Niet alleen de kerststalletjestoeristen dienen te komen, maar ook de internationale jetset uit de kunstwereld. En het moet gezegd: het is smullen geblazen met de speciaal voor de Quadriennale samengestelde tentoonstellingen. Düsseldorf hoeft er geen minderwaardigheidscomplex om te hebben.

De verscheidene musea blikken vooral terug op de kunstenaars die in de jaren zestig, zeventig en tachtig hun wortels hadden in het Rijnstadje, of daar vanuit verschillende werelddelen naartoe trokken vanwege het artistiek zo bijzondere klimaat. De aandacht is dus vooral gericht op kunst van de laatste vijftig jaar.

Voor de kunstliefhebber die met een open mind in Düsseldorf rondkijkt, valt veel te genieten.

Joseph Beuys (1921-1986), de belangrijkste kunstenaar van de stad en wellicht ook van het na-oorlogse Duitsland, krijgt een grote overzichtstentoonstelling met de naam ’Parallelprozesse’ in het vernieuwde en vergrote K20, de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen. Beuys krijgt alle ruimte in de lichte zalen van K20. Het is wellicht de zoveelste overzichtstentoonstelling van Beuys – veel van deze werken waren ook in de Londense Tate te zien in 2005 en later in het Hamburger Bahnhof in Berlijn – maar het blijft verbazen dat Beuys met zijn sculpturen, installaties, tekeningen en wat dies meer zij nog steeds de gevoelige snaar weet te raken, tot de kern van onze gedachtenwereld weet door te dringen.

Beuys was een ware ideeënkunstenaar en wereldverbeteraar. Met zijn kunst wilde hij mensen in hun ziel raken.

Zijn bekende werk ’Rudel’, een roestig Volkswagenbusje met een rits sleeën erachter met daarop opgerolde viltdekens, staat er in K20 in volle glorie. De associatie met een meute wolven in het koude Siberië dringt zich op.

Joseph Beuys leverde destijds in een van zijn vele performances ook het motto waarop Düsseldorf als kunststad voortbouwt: „Ik wil graag een permanente internationale activiteit tot stand brengen, een forum vormen in een of andere stad, laten we zeggen Düsseldorf, waar voortdurend internationale kunst wordt getoond.” En: „Er moet een permanente activiteit zijn van menselijke creativiteit, waarbij het begrip kunst zich uitbreidt naar muziek, literatuur, theorie, kunstgeschiedenis. Ook wetenschappers zijn er gewenst, zodat er weer gediscussieerd gaat worden over een nieuw wetenschapsbegrip, over een nieuw kunstbegrip.”

Beuys is een van de grote publiekstrekkers in Düsseldorf, maar zeker ook de moeite waard is de tentoonstelling van het werk van de Amerikaan van Koreaanse afkomst Nam June Paik (1932-2006) in het Museum Kunst Palast. Nam June Paik, die van 1958 tot 1963 in Düsseldorf werkte, is de grondlegger van de videokunst. Hij wilde een tegenwicht bieden aan het televisiegeweld dat de wereld bedreigt. In samenwerking met Tate Liverpool biedt het Kunst Palast een retrospectief van zijn werk.

Spectaculair is zijn laatste werk ’Laser Cone’ (2001). De bezoeker gaat zelf deel uitmaken van het kunstwerk, waarbij gebruik wordt gemaakt van lasertechnologie. Liggend op de grond kijkt de toeschouwer naar een plafond met laserstralen die steeds verschillende vormen aannemen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, gaat er een enorme rust uit van dit voortdurende veranderende kleurrijke lijnenspel. Gelouterd verlaat je de matrassen op de grond.

De vele kunstinstallaties waarbij televisies, monitoren en videoapparaten in alle maten en uit alle tijden worden gebruikt, zijn bijzonder inspirerend. Over zijn werk zei Nam June Paik: „Lange tijd heeft de televisie de intellectuelen gemarteld, het wordt tijd dat de intellectuelen de televisie gaan martelen.”

Niet onvermeld mogen andere tentoonstellingen blijven, zoals in het NRW-Forum de fotoexpositie ’Der Rote Bulli. Stephen Shore und die Neue Düsseldorfer Fotografie’ over de New Yorker Shore en zijn invloed op de Duitse fotografen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Het lijnenspel van Shore is in het werk van zijn volgelingen van de Düsseldorfer Schule terug te zien.

Zeker de moeite waard is K21, het fascinerende museumgebouw dat is gevestigd in het voormalige parlementsgebouw. Daar zijn verscheidene tentoonstellingen te zien. In het oude Slot Benrath is onder de titel ’The Perfect Axis’ werk te zien van de Amerikaanse beeldhouwer James Lee Byars. Ronde vormen in een oude omgeving. Byars was op zoek naar de perfecte vorm, de perfecte ruimtelijke werking. Bijzonder is te zien hoe zijn werk zich verhoudt tot de sierlijke architectuur van het oude slot, dat werd gebouwd door de Franse bouwmeester Nicolas de Pigage (1723-1796).

Niet vergeten een bezoekje te brengen aan het KIT, Kunst im Tunnel, waar jonge kunstenaars hun verrassende werken tonen. En in de Kunst Akademie Galerie zijn bijzondere tekeningen en schetsen te zien van grootheden als Kirchner, Lichtenstein, Immendorff, Richter en Picabia. Niet te versmaden.

Düsseldorf werpt zich op als kunststad, het gemeentebestuur heeft daar veel geld voor over. Te zien is wat een goede samenwerking tussen de verschillende kunstinstellingen en de gemeente vermag, iets waar veel andere steden, zeker in Nederland, met jaloezie naar kunnen kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden