Dus geen ijdel kunstjestoneel

Esther Scheldwacht speelt vanaf morgen 'De vrouw die tegen de deur aan liep' van de Ierse romanschrijver Roddy Doyle. Half november gaat, eveneens bij het RO Theater, de gelijknamige opera onder regie van Guy Cassiers in première. Scheldwacht speelt haar personage teruggetrokken. Ooit leerde zij de kunst een verhaal te vertellen 'terwijl je weet dat je voet wordt opgegeten'.

'Een vrouw die door haar man in elkaar gemept wordt, en toch zeventien jaar lang bij hem blijft. Dat fascineert me, én maakt me kwaad.'' Actrice Esther Scheldwacht ziet ook in de werkelijkheid dat mensen te lang bij elkaar blijven. Waarom ze dat doen? Tja, waarom.

,,De doorslag komt op het moment dat de man net zo haatdragend naar hun dochter als naar zijn echtgenote kijkt. Dan wordt ze, veel te laat, helder en kiest voor haar kinderen. Dat wordt nooit meer wat, denk je dan, en toch: hoe alcoholisch zij ook is, hoe zwart de situatie ook; ze heeft en houdt haar baan, zorgt voor de kinderen en leest die avond aan avond voor.''

Scheldwacht speelt Paula of 'De vrouw die tegen de deur aan liep' ('The Woman Who Walked into Doors') van de Ierse romanschrijver Roddy Doyle in haar eentje, en vertolkt en passant ook de tien overige personages uit het stuk. Gehuld in sjofele kamerjas en zwarte slofjes, en gezeten op een miezerig eenpersoonsbed met daarop een nog triester stemmende sprei. Het decor voor haar monoloog bestaat uit twee haaks op elkaar staande wanden met bloemetjesbehang dat de ogen doet tuiten van verlatenheid. Aan dat behang hangen ook nog eens fotolijstjes die in het behangmotief wegvallen. Haar enige houvast in dit domein der dofheid is een kloeke cassetterecorder, waaruit nu en dan Don MacLeans wereldhit 'Vincent' weerklinkt.

Doyle schreef zijn monoloog als universele vertelling over opkomst, verkruimeling en neergang van twee geliefden, maar daar onderdoor valt tevens de tragiek van het versloeberende Ierland te lezen.

Als 14-jarige, vertelt de volwassen Paula, stopte zij met slettebakken op het moment dat haar grote liefde Charlo met haar begon te dansen. Onderscheid tussen meisje of vrouw bestaat niet, hooguit dat tussen slet en stijve trut. ,,Je was een slet als je gozers hun tong in je mond liet duwen en je was een stijve trut als je dat niet deed. Een van de twee, soms allebei. Roken was er ook eentje. Een sigaret in je mond houden tijdens het lopen, dan was je een enorme slet. Major roken, de zwaarste, dan was je een absolute hoer. Als je helemaal niet rookte dan was je stijf, nauw en droog en de maagd Maria.''

In een handomdraai en met spaarzame stemverheffing laat Esther Scheldwacht haar Paula door de tijd en door de gebeurtenissen rennen. Net als driekwart van Ierland raakt Paula aan de fles, en zegt haar drankzucht te kunnen beteugelen zoniet te beheersen door pas te gaan drinken als ze haar kinderen het dagelijkse indommelverhaaltje voorgelezen heeft. Pas dan gaat Paula in het tuingras op zoek naar de sleutel van het schuurtje met drank. Keer op keer gooit zij die sleutel het gras in, al kijkt ze daarbij wel steevast over haar schouder om de sleutel de volgende dag niet volslagen 'onvindbaar' te weten.

Het is een even bitterzoet getoonzet relaas als de laatste minuten van echtgenoot Charlo, die op de vlucht voor de politie een auto steelt en pas dan beseft dat hij geen rijbewijs heeft en al helemaal geen auto kan besturen.

Scheldwacht koos het stuk van Doyle omdat het haar 'niet losliet'. Het verhaal niet, en vooral de taal niet. Mede-actrice bij het RO-theater Catherine Tenbruggecate en later regisseur Alize Zandwijk hielpen Scheldwacht bij de enscenering. Al gauw werd duidelijk dat Paula niet verknipt heen en weer moest lopen, niet moest kettingroken of met een glas in de hand moest rondzwalken, geen blauwe plekken, brandwonden of tandeloze mond moest hebben en ook geen plat-Rotterdams moest spreken. Het verhaal moest zichzelf vertellen.

Dat geldt overigens voor alle voorstellingen. ,,Ik wist niet dat 'Macbeth' zo'n mooi stuk was. Ik speelde Lady MacDuff en een van de drie heksen. De andere twee heksen waren kinderen, geen toneelspelers. Ik heb ze echt vervloekt, want met hen kwam ik soms niet aan spelen toe. 'Haal die kauwgum uit je mond!' Eén keer moest een heksje plassen precies op het moment van opkomst. Het heeft weinig zin om dan te zeggen: hou het maar op en ga op! Goed, zei ik, ga dan maar. En dus kwamen we niet met drie maar met twee heksen op.''

,,Alize Zandwijk leerde mij wat 'opener spelen'. Ik moet de noodzaak tonen dat 'De vrouw die tegen de deur aan liep' haar verhaal wil vertellen. Niet introvert als een boetelinge in de kerker, niet te gehaast, maar als een documentaire. Ik denk steeds maar aan filmer Frans Bromet, die zo lijzig kan binnenkomen met: 'Hoe zat het nòùwwwwh? En wat sjei sjûh dànnh?' Over het onthouden van de tekst maak ik me geen zorg, terwijl je wel weer droomt dat je je tekst verliest. Maar het moeilijkste van toneelspelen is de balans vinden tussen wat de regisseur wil en wat je zelf wilt. Té geregisseerde acteurs vind ik doorgaans niet interessant. Wel kan ik er erg van genieten als ik een acteur zie spelen, zie goochelen met zijn rol, met de tekst. Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma doen dat. Als het maar in balans blijft, als het maar geen ijdel kunstjestoneel wordt. Een actrice als Marlies Heuer is uniek, die is niet inwisselbaar. Van haar leerde ik hoe je 'geheimen' kunt spelen. Ze gaf mij opdracht een verhaal te vertellen 'terwijl je weet dat je voet wordt opgegeten'. Of om de twee zinnen een wegwerpgebaar te maken, dat er toch niet als tic uitziet. Het mooiste is wanneer je goed materiaal hebt, dan kun je gaan vliegen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden