Durven twijfelen en blijven zoeken

Oorlogen hielpen om ruimte te scheppen voor moderne wetenschap

Bewijzen wilde de Brit Francis Bacon (1561-1626). Zonder bewijzen geen kennis. "Het verstand van de mens heeft geen veren en vleugels nodig, maar eerder loden gewichten. De mens beseft geenszins hoe streng en gedisciplineerd het onderzoek naar waarheid en natuur is", meende de vader van het empirisme.

Steeds meer geleerden gingen in de loop van de zeventiende eeuw volgens wetenschappelijke methodes werken. Daarvoor vonden ze dat nog allerminst vanzelfsprekend. De scheidslijn met het occulte was flinterdun. In de papieren nalatenschap van Isaac Newton, meer dan een miljoen woorden, gaat het voornamelijk over alchemie, zoeken naar de Steen der Wijzen en kraken van geheime codes die hij vermoedde in de Bijbel en Griekse mythologie.

In 'De tijd van het genie. De zeventiende eeuw en de geboorte van het moderne denken' beschrijft de Britse filosoof A.C. Grayling hoe een wereldbeeld, gevormd uit klassieke en middeleeuwse ideeën en waanideeën, in goed honderd jaar veranderde in een grotendeels wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid.

Grote namen uit deze periode waren Descartes, Pascal, Galilei, Huygens en Van Leeuwenhoek. Maar ook in de kunsten zetten genieën nieuwe standaarden: schrijvers als Cervantes, Shakespeare en Molière, schilders als Caravaggio, Rubens, El Greco en Rembrandt.

Het opmerkelijke is dat deze grootste revolutie van de geest kon plaatsvinden in een periode waarin Europa werd verscheurd door bloedige conflicten. Alleen al bij de Dertigjarige Oorlog liet een derde van de Duitssprekenden het leven. Hoe kon de wetenschap ondanks die chaos floreren? Of kwam die misschien wel tot bloei dankzij alle tumult?

Grayling ziet die onrust inderdaad als een voedingsbodem voor veranderingen. Bij voortdurend twist en machtsvacuüms ontstond ruimte voor onafhankelijker denken. Bovendien versnellen oorlogen innovatie. Grayling trekt de vergelijking met de Britse luchtmacht die in 1939 nog met dubbeldekkers vloog en in 1945 met de eerste straalvliegtuigen. In de zeventiende eeuw was het niet anders.

Bij al hun denkkracht en denkdurf hielpen nieuwe wetenschappelijke instrumenten de geleerden vooruit. De boekdrukkunst en het goedkoper worden van papier hadden evenzeer een positieve invloed, net als het steeds beter functionerende postverkeer. De zeventiende eeuw betekende namelijk niet alleen de doorbraak van het methodologisch onderzoeken, maar ook van het samenwerken. Internationale contacten kwamen tot bloei. Nationaal werd de basis gelegd voor prestigieuze en vruchtbare instituten als de British Royal Society en de Académie française.

Hoeders van het oude denken, zoals de Kerk, streden een verloren strijd en wisten dat misschien wel. Typerend is het proces tegen Galilei, die Copernicus' beweringen over een om de zon draaiende aarde van bewijzen voorzag, waarbij de aanklagers weigerden om door een telescoop te kijken. Alles uit angst iets te zien dat volgens het ingeprente denken niet kon bestaan: een kosmos in strijd met wat de Bijbel en het Vaticaan voorschreven. De wetenschap zelf had net zo goed tijd nodig om tot het besef te komen dat serieus onderzoeken eigenlijk geen onderliggende politieke of religieuze agenda verdraagt. Uiteindelijk sloegen theologie en wetenschap (met de bijbehorende filosofie) elk een andere richting in.

Grayling schreef een enerverende geschiedenis over denken en durven denken. Het is wel jammer dat hij een erg lange aanloop nodig heeft om tot de kern van zijn betoog te komen. Het beschrijven van de oorlogen in de zeventiende eeuw had zeker een stuk korter gekund.

En dan is er het einde van het boek waarin de auteur parallellen trekt tussen de zeventiende eeuw en het heden. Het wetenschappelijke wereldbeeld komt steeds meer op afstand te staan, constateert Grayling. Techniek en complexiteit gaan het begrip van de meeste mensen te boven. Tegelijkertijd winnen oude overtuigingen weer terrein. De filosoof ziet maar een oplossing: onderwijs!

Je kunt het onmogelijk met hem oneens zijn, maar de poging tot actualiseren is geforceerd én onnodig. 'De tijd van het genie' is ook zonder die sprong in de tijd een vurig pleidooi voor het toelaten van systematische twijfel en het al even systematisch onderzoeken en blijven onderzoeken van fundamentele vragen.

A.C. Grayling: De tijd van het genie Vert. Het Vertaalcollectief. Hollands Diep; 448 blz. euro 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden