Durf te springen

In het Erasmusjaar staan denkers stil bij de betekenis van deze grote Nederlander. Vandaag deel 4: De moed van Erasmus

Een paar jaar geleden nam ik ontslag. Ik had een felbegeerde vaste baan als docent op de universiteit, maar was niet helemaal gelukkig meer op mijn werkplek. Over het nemen van de beslissing heb ik lang gedaan, minstens twee jaar: ik maakte doorlopend lijstjes in mijn hoofd waarbij ik verschillende waarden tegen elkaar afwoog: zekerheid versus vrijheid, veiligheid versus flexibiliteit.

Uiteindelijk waagde ik de sprong in het diepe en nam ik ontslag. Vrienden zeiden dat ze het een 'moedig' besluit vonden. Ik vond het ook best moedig van mezelf, maar voordat ik de beslissing nam, wist ik het allemaal niet zo zeker. Ik wankelde. Was ontslag nemen nu dapper of dom? En waarom was het zo'n lange weg geweest? Zijn sommige mensen van nature moediger dan anderen?

'Adagia' was Erasmus' klinkende debuut in de letteren. Geen bescheiden werkje, maar 818 spreekwoorden en wijsheden. De uitspraken waren bedoeld om mensen op te voeden, iets te leren. Erasmus maakte er kleine kunstwerkjes van, hij schreef het spreekwoord op, zocht uit waar het vandaan kwam, en maakte er vervolgens tekeningetjes bij en voegde er zijn observatie aan toe. Zijn 'Adagia' beschouwde hij als edelsteentjes waaraan hij eindeloos sleep. Vandaag de dag liggen de originelen trouwens in Rotterdam, in de Erasmuszaal van de bibliotheek. Je kunt met witte handschoenen heel voorzichtig er doorheen bladeren.

Een adagium is een spreekwoord dat een universele wijsheid over het leven bevat. Haast je langzaam is een beroemde - en Erasmus' favoriet. Adagia bevatten natuurlijk moraal, maar ze zijn zo geformuleerd dat ze ook rechtdoen aan de poëzie van het leven zelf. Erasmus bleef zijn edelsteentjes verzamelen, en toen hij doodging, had hij er meer dan vierduizend.

In het deel dat ik in huis heb, deel 5, staan enkele befaamde adagia, zoals 'De hele wereld is mijn vaderland' of 'Met gelijke munt betalen'. En: 'Ik slaap niet voor iedereen'. Die lijkt een beetje op het veel bekendere 'Ik wijk voor niemand'. Ik slaap voor niemand gaat over het type mens dat niet ieders knecht wil zijn. Erasmus viert deze moedige mens. Want om moedig te zijn, is een zekere niet-volgzaamheid vereist.

Moed - fortitudo - is een van de vier kardinale deugden, zoals ze zo mooi heten (naast verstandigheid, rechtvaardigheid en matigheid). Moed is een van de belangrijkste maatstaven waarmee we onszelf en anderen beoordelen. Deze deugd heeft altijd te maken met het oversteken van een grens. Er is bijvoorbeeld iets wat je niet durft, maar tóch doet. Een afwijkende mening geven in een groep, een fout toegeven, of voor iemand opkomen. Moed helpt ons onszelf te ontwikkelen. Denk aan een kind, dat bang is om in het zwembad te springen, en het toch doet. Of een pubermeisje dat na de gym als enige bloot doucht omdat ze die bikini die haar vriendinnen aantrekken onzin vindt. Of de oudere die voor het eerst met de rollator op straat durft.

Wie vind ik zelf moedig? Ik kwam aanvankelijk als vanzelf bij een aantal vrouwen terecht. Bij de Suffragettes, bijvoorbeeld, de Britse vrouwen die in 1912 onder leiding van Emmeline Pankhurst zo moedig streden voor het vrouwenkiesrecht. En bij Germaine Greer, Brits feministe, die elk decennium in een erudiet boek de positie van vrouwen en de seksuele tijdgeest analyseert. Wat ik bewonder zijn haar geestige provocaties, haar durf om niet behaagziek te zijn in een cultuur waarin vrouwen nog altijd aangemoedigd worden om te behagen.

Bij Joni Mitchell ook - haar moed om publiekelijk toe te geven dat ze niet voor een kind wilde zorgen, maar muziek wilde maken in een tijd dat dit niet gebruikelijk was; en haar

moed om kwetsbaar te zijn: haar songteksten zijn een soort dagboeken waarin zij eerlijk haar gevoelens op tafel legt.

Ik wil niet bevooroordeeld overkomen, dus krijgt u ook een paar moedige mannen. Categorie geschiedenis: de Canadese en Amerikaanse soldaten, jonge mannen, die hun leven in de waagschaal stelden, om Nederland en andere landen te bevrijden in de Tweede Wereldoorlog. In de categorie kunst: twee schrijvers die tegen censuur op blijven komen, de Zuid-Koreaanse dichter Ko Un en Salman Rushdie.

Soms weet ik het niet, of ik iemand nu moedig vind. Zoals het gevalletje Daan Roosegaarde - Twan Huys. Was het nu moedig van Roosegaarde om uit de uitzending weg te lopen om de filmpjes waarin hij werd neergezet als een niet erg origineel kunstenaar? Ook Jack van Gelder stapte op toen hij in een jubileumuitzending beledigd werd. Is dat moedig, of wijk je dan toch voor iemand?

Zo vond ik het weer minder moedig dat de presentatrice van het televisieprogramma 'Halve Maan', Naeeda Aurungzeb, in 2012 opstapte nadat een imam weigerde om naast een ongesluierde vrouw te zitten. Maar weer wel moedig dat ze vanuit het publiek een vurige discussie met hem aanging over de gelijkwaardigheid van de vrouw. Iedere situatie dus vraagt om een eigen afweging. En je kunt moedig en niet moedig tegelijkertijd zijn. Halfmoedig, eigenlijk.

Moed wordt in onze cultuur gekoppeld aan avontuurlijkheid. Mensen kunnen geen nieuwe oceanen ontdekken als ze de moed niet hebben om uit het zicht van de haven te verdwijnen, zei de Franse schrijver André Gide ooit. Heldendom komt niet zonder moed. Een voorbeeld is camel lady Robyn Davidson, die in de jaren zeventig een voetreis met kamelen maakte door Australië terwijl haar hele omgeving het haar afraadde. Zo'n leven levert een mooie film op, 'Tracks'. En, als ik denk aan de vrouwen die ik bewonder, mijn heldinnen - filosofen als Donna Haraway en Rosi Braidotti, singer-songwriters als Ani DiFranco, maar ook de schrijfsters Alice Munro en Ali Smith - dan delen zij moed. Ze durven anders te zijn, zaken uit te spreken, te schrijven of te zingen. Maar ook kwetsbaar te zijn over dat wat niet lukt.

En Erasmus, was hij moedig? 'Ik wijk voor niemand' was zijn lijfspreuk. Hij kwam aan de lijfspreuk door een gift van een leerling: een juweel waarop de Romeinse God Terminus was afgebeeld met de woorden Concedo Nulli - Ik wijk voor niemand. Omdat Terminus de god van de eindigheid - de dood was - werd de uitspraak geïnterpreteerd, ook door Erasmus zelf, als een herinnering dat je moet sterven, wij allemaal. En misschien dat het besef van de dood en onze sterfelijkheid ons moediger maakt. Toch, wie je het vraagt, herinnert zich niet Erasmus als een moedig man. En dan wijst men vaak op zijn anti-Turkse of antisemitische sentimenten.

Het credo 'Ik wijk voor niemand' duikt nog wel volop op in onze cultuur. Het symboliseert vooral mannelijk doorzettingsvermogen. Het is het embleem van de Koninklijke Landmacht. Maar ook coachingbedrijven en een strijdlustig bandje verheffen 'concedo nulli' tot hun credo. En dan zijn er nog vrachtschepen die die naam dragen, en bootjes met de ambitie om de aarde te ronden.

Tot nu toe was 'moedig' heel positief ingevuld, alsook 'Ik wijk voor niemand'. Maar je kunt evengoed beweren dat wie nooit wijkt wel erg koppig is, misschien zelfs gewelddadig. Moed en woede kunnen met elkaar te maken hebben. Laat me daarvoor een oud-Grieks begrip afstoffen: Thymos - trots, erkenning, eer, moed, strijdlust. Volgens Plato zit het tussen logos (rede) en eros (verlangen) in en huist het in de longen en het middenrif. Het is het temperamentvolle deel van de ziel, fel, trots, vechtlust, onverschrokkenheid.

Thymos is een kracht die twee kanten op kan. Naar het lagere deel van de ziel, en dan leidt hij tot destructie. Of naar het hogere deel van de ziel, waar hij transformeert tot heldhaftigheid, inzet voor het collectief, voor een nobel doel. Dat zien we bij de suffragettes, en ook bij de soldaten. Woede is een kracht, en als je die constructief en creatief inzet, kan hij worden omgezet in trots en moed. En voor vrouwen in autonomie en zelfstandigheid.

De Franse filosoof Michel Foucault formuleerde het fraai in zijn collegereeks 'De moed tot waarheid' (1984): de moedige is de parrhêsiast: de vrijmoedige waarheidsspreker. Dat is het krachtigste individu, stelt Foucault. Wie de waarheid durft te spreken neemt een risico: om afgewezen te worden, om te kwetsen of om geweld uit te lokken. De waarheidsspreker zegt alles, ook het pijnlijke, zonder voorbehoud en zonder retorische opsmuk en zonder iets te verbergen. En dat vergt vrijmoedigheid, dapperheid, precies omdat je een grens durft te overschrijden.

Je zou kunnen denken dat we in een tijd van waarheidssprekers leven - twitteraars zijn vaak schaamteloos - maar het luistert nauw. Want met de waarheid spreken doelt Foucault niet op de kletsmajoor die er van alles uitflapt: meningen, opinietjes, voor- en afkeuren. We leven in een drukke praatcultuur: talkshows verwachten vaak dat je een eenduidige mening hebt, of weet wat er gedaan moet worden. De flapuit floreert, maar die is eerder over-moedig: roekeloos en baldadig.

Tegelijkertijd leven we ook in een angstcultuur. Voortdurend staat de vraag op de agenda: durven we alles nog wel te zeggen? "Moed is niet hetzelfde als geen angst hebben. Moed is het vermogen met de angst om te gaan", zei de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan treffend naar aanleiding van 'Charlie Hebdo'.

Moedig zijn vergt een waarachtig contact met jezelf. En om jezelf oprecht, en zonder smuk of voorbehoud te leren kennen, heb je een waarheidsspreker nodig in je omgeving, aldus Foucault. Iemand die jou vertelt wat hij vindt van jou en van de cultuur waarin we leven - van wat is --zodat je je kunt ontwikkelen en kunt groeien. Op Facebook (de kleinmoedigheid regeert hier in de vorm van likes) en Twitter (de overmoedigheid huist hier met afkeren en scheldpartijen) zul je die niet vinden. Onder echte vrienden misschien wel. Ook hebben we de functie van de waarheidsspreker uitbesteed aan psychologen, coaches en leraren.

Terug naar het begin en mijn beslissing destijds om ontslag te nemen. Ik nam zo'n professionele coach in de arm. Die hield mij een aantal spiegels voor: in hoeverre was mijn twijfelen 'gezond' en in hoeverre was het een manier om het beslissen uit de weg te gaan? Twijfelen hoort bij het nemen van beslissingen, grote en kleine. Het vergt wankel-moed. Deze prachtige term lanceerde de filosofe en schrijfster Désanne van Brederode in haar boek 'De ziel onder de arm'. Wankelmoed is de moed om te twijfelen, het even niet te weten. Alvorens de sprong in het diepe te wagen is een waarlijk zelfonderzoek (al dan niet met een parrhêsiast) nodig: wat vind ik nu eigenlijk echt? Waar sta ik voor? De moed tot waarheid begint met wankel-moed - de kaders loslaten. En het vergt opnieuw moed, zelf-moed, om op een gegeven moment de wankel-moed te verlaten en een moedig besluit te nemen.

Over moedige filosofen gesproken. Naast de halfmoedige Erasmus, de volmoedige Foucault en de wankelmoedige Désanne van Brederode is daar natuurlijk ook Søren Kierkegaard. Deze Deense filosoof nam ooit een paar onconventionele beslissingen. Hij had de wankelmoed om het christelijke geloof steeds te bevragen. In de liefde was hij eerder laf dan moedig: hij koos niet voor Regine, de vrouw op wie hij verliefd was, en bleef daar jarenlang onder lijden. Wankelmoedig was hij wel als het ging om hoe te leven als ethicus of estheticus, en daarover schreef hij het vuistdikke boek 'Of/Of'.

Daaruit komt een van de mooiste raadgevers uit de filosofie. Durven is even je evenwicht verliezen. Niet durven is jezelf verliezen. Het mag dan geen edelsteentje van Erasmus zijn, maar het is er beslist een om te koesteren. Want wie voor niemand wil wijken, moet eerst weten waar hij zelf staat te wankelen.

Dit is een bewerking van de Erasmuslezing die Stine Jensen heeft gehouden in Museum Gouda.

Stine Jensen (1972) is filosofe, publiciste en programmamaker bij omroep HUMAN.

Erasmus in glas en lood Voor de Goudse Sint Janskerk ontwierp beeldend kunstenaar Marc Mulders een glas-in-loodraam, geïnspireerd op Erasmus' gedachtengoed. Details ervan verluchtigen dit essay; het raam is nu nog te zien in de expositie 'Ik wijk voor niemand' in Museum Gouda.

Desiderius Erasmus publiceerde precies 500 jaar geleden zijn hoofdwerk, 'Novum Instrumentum'. Gouda, waar Erasmus opgroeide, maakt 2016 tot Erasmusjaar, met o.a. lezingen. Deze serie is uitverkocht. De lezingen zijn te bekijken op

www.human.nl/erasmus

Essay 7

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden