'Durf je publiek uit te dagen'

interview | In de serie 'De Schepping' vertelt een kunstenaar hoe zijn werk tot stand kwam. Deel 4: mezzosopraan Christianne Stotijn over het samenstellen van een concertprogramma rond de wereldpremière van een liedcyclus van de Amerikaanse componist Ned Rorem.

Mezzosopraan Christianne Stotijn wilde heel graag een recitalprogramma samenstellen waarin zij en haar vaste begeleider Joseph Breinl samen konden werken met haar broer Rick Stotijn - contrabassist. Het idee ontstond ongeveer twee jaar geleden.

"Rick en ik voerden samen een lied van Tsjaikovski uit", herinnert Stotijn zich. "Dat wil zeggen, een bewerking van dat lied, want Tsjaikovski componeerde er uiteraard geen partij voor contrabas bij. Dat was eigenlijk het beginpunt van dit nieuwe recital. We dachten toen allebei dat het wel heel fijn zou zijn als er iemand voor ons, voor Rick, Joseph en mij, een nieuw stuk zou willen componeren. De combinatie mezzosopraan, contrabas en piano is natuurlijk niet heel gebruikelijk, en er zijn amper originele stukken in het repertoire. Later had ik in een bruine pub in Engeland een gesprek met mijn agent waarin ik hem vertelde over de vurige wens om een recital met mijn broer te doen. Zijn reactie was bemoedigend: 'Dan gaan we dat doen', zei hij. Toen ik het idee aan het Concertgebouw voorstelde, waren ze meteen positief. De Nederlandse impresario Marianne Brinks heeft vervolgens de presentatie en organisatie overgenomen; zij verrichtte veel werk."

Het idee voor een trio-recital was de opmaat tot een lange zoektocht naar het juiste programma. Een zoektocht ook naar nieuwe muziek, die niet helemaal zonder hobbels verliep, maar die uiteindelijk de liedcyclus 'How Like a Winter' van de Amerikaanse componist Ned Rorem opleverde. Die compositie beleeft vanavond in het Concertgebouw haar wereldpremière.

De samenstelling van een goed recital is een hele puzzel. Het uiteindelijke resultaat is de uitkomst van maanden zoeken, schuiven, schrappen en uitproberen. Dan blijft er een geheel over dat uit twee delen bestaat: veertig minuten muziek vóór de pauze, veertig minuten erna. Zo'n recital is niets minder dan een schepping op zich, een schepping waarin net geschapen muziek naast oudere composities klinkt. Stotijn vertelt hoe een en ander tot stand kwam, en waarom ze zo graag met haar broer samenwerkt.

Dezelfde adem
Om met dat laatste te beginnen. "Rick en ik delen dezelfde adem. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar wij hebben echt dezelfde ademhaling. We spreken eenzelfde muzikale taal, zonder woorden uit te wisselen. Hij musiceert met zoveel flexibiliteit; het is met hem altijd weer net even anders. Rick vindt het belangrijk dat je tijdens het musiceren risico's durft te nemen. We zijn samen twee jaar bezig geweest om dit programma te bedenken. Het moest niet een recital van mij worden, waarin mijn broertje een begeleidende rol speelt. We moesten als musici gelijkwaardig zijn. Dit is daarom een heel ander recital geworden dan mensen gewend zijn. Daar hou ik van. Ik probeer te zoeken naar nieuwe wegen, andere ingangen.

"Het scheppingsproces speelt zich thuis af, lezend en denkend. Thuis in Deventer gaat dat het best. Dit huisje hier is een soort baarmoeder waarin ik me veilig voel. Ik werk het liefst in een klein kamertje, daar ontstaan de meeste ideeën. Zo kreeg ook de nieuwe liedcyclus van Ned Rorem vorm. Iemand vroeg mij of ik zijn muziek kende. Ik ben meteen gaan luisteren. Een prachtige cd vol liederen, gezongen door Susan Graham. Rorem, die vorige week 90 jaar werd, schrijft vanuit traditie en is heel melodieus, daarin ook conventioneel. Een mooi tegenwicht met de muziek van Michel van der Aa, juist omdat in zijn stukken alles beweegt en sprankelt van vernieuwing.

"Het idee kreeg verder vorm toen ik gedichten van Pessoa las. Ik vond die heel mooi en dacht dat we ze als basis voor de nieuwe cyclus zouden kunnen gebruiken. Rorem heeft veel muziek voor kamerbezetting en zang geschreven, en hij vond het idee om voor mezzosopraan, contrabas en piano te schrijven intrigerend. Ik had materiaal naar hem opgestuurd: mijn Tsjaikovski-cd, zodat hij een idee van mijn stem kreeg, en de gedichten van Pessoa.

"Ik probeer altijd om een componist te ontmoeten en met hem te praten over de muziek die hij gaat schrijven. Met Michel van der Aa gaat dat natuurlijk prima, net als met Fant de Kanter, en ook met Thomas Adès had ik een goed contact voor de wereldpremière van zijn 'Totentanz' in de BBC Proms afgelopen zomer. Ik vind het belangrijk en fijn om met componisten werksessies te hebben. Maar Rorem is al oud, minder flexibel, en een ontmoeting in New York lukte niet. De drukke agenda liet het niet toe. Het contact met hem liep steeds via een secretaresse. Dat was soms aardig lastig.

Melancholische, desolate muziek
"Rorem is een heel vastberaden man. Hij stelde voor om in plaats van de gedichten van Pessoa sonnetten van Shakespeare te kiezen. Dat verraste me enorm, maar ik ben wel meteen gaan lezen. Nieuwe muziek begint voor mij altijd met tekst, met gedichten. Als ik een gedicht lees, hoor ik er soms meteen muziek bij. Ik moet door een tekst geïnspireerd raken en dat gebeurde met deze sonnetten gelukkig. Vooral sonnet 97, waaraan de cyclus zijn titel te danken heeft, vind ik bijzonder mooi. En dus kreeg Rorem het groene licht om te componeren.

"Maar voordat de muziek haar uiteindelijke vorm kreeg, werd er nog wel heel wat heen en weer gemaild. De communicatie was moeilijk. Daar heb ik me behoorlijk op verkeken. Maar je wilt wel vechten voor zo'n opdracht. Rorem is natuurlijk niet zomaar iemand en de Van Beinum Stichting heeft zo veel moeite gedaan om dit stuk te kunnen laten schrijven. We hebben er zelf ook veel in geïnvesteerd. Ik voelde me verplicht om me ervoor in te zetten.

"Maar ik ben nu heel tevreden met het nieuwe stuk, dat zo'n tien minuten duurt. Het is melancholische, desolate muziek. Twee afgeronde eenheden, de getoonzette sonnetten 97 en 98, plus een korte 'Song without Words' voor contrabas en piano alleen. De muziek heeft iets meditatiefs, is desolaat in het begin, maar wisselt in Sonnet 98 naar een zeer ritmisch en grillig samenspel, parallel aan de tekstontwikkeling. Al met al een mooie afwisseling tussen mijn stem en de contrabas van Rick. En het contrasteert mooi met 'And How Are We Today / Miles Away' van Van der Aa op de rauwe en bittere gedichten van Carol Ann Duffy. Die schreef het eerste deel van dat stuk voor ons voor het Prinsengrachtconcert in 2012. Later voegde hij een deel toe dat we met Janine Jansen in haar Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht hebben gespeeld. Dat deel heeft hij nu bewerkt voor onze combinatie."

Op het programma dat zus en broer samenstelden, staat nu vóór de pauze muziek van Bottesini, Ravel en Glinka. Na de pauze volgen dan Rorem, Tabakov, Van der Aa en Bolcom.

"Je moet een publiek durven uitdagen", zegt Stotijn. "En je moet je afvragen hoe je een publiek meteen kunt omarmen. Dat lukt het best met oorstrelende muziek en daarom beginnen we met de romantische muziek van Giovanni Bottesini, die zelf contrabassist was. Hij componeerde voor stem, contrabas en piano, en Rick speelt ook een bravoure stuk voor bas en piano. En dan warmen we het publiek langzaam op voor wat komen gaat. Belangrijk is dat er een uitdagend contrast tussen de teksten zit, zoals bij Shakespeare en Duffy. En nog veel belangrijker: er moet voldoende humor in zitten.

Veel humor
"Ik zing de 'Cinq mélodies populaires grecques' van Ravel, en daarna volgt Glinka. Na de pauze volgen dan de tegenpolen Rorem en Van der Aa, gescheiden door een heel lastig stuk voor contrabas solo van Emil Tabakov. En dan eindigen we met een paar 'Cabaret Songs' van William Bolcom. Heel onbekend in Nederland. Ik leerde ze kennen toen ik ze met pianist Marc-André Hamelin op het Ojai Music Festival in Californië uitvoerde. Swingende muziek, en ik zag meteen mogelijkheden voor een extra contrabaspartij. Bolcom vond het een geweldig idee om aan een paar van zijn liederen een contrabas toe te voegen. Vier liederen zijn met veel humor bewerkt door Marijn van Prooijen en Wijnand van Klaveren.

"De opbouw van een recital is belangrijk. Hoe begin je, hoe eindig je. Daar zijn we heel zorgvuldig in te werk gegaan. Natuurlijk zijn er stukken gesneuveld, maar dat waren eigenlijk steeds composities voor stem en piano. We hebben nu allemaal krachtige stukken, met soms een heel kort stuk ertussen. Ik denk dat het goed kan werken. Een overkoepelend thema is er niet. We proberen meer een boog te spannen. Een boog van traditioneel, via hedendaags naar lichter repertoire. Binnen de traditie van het conservatieve liedrecital kun je iets heel nieuws brengen. We hopen dat met dit programma te doen."

Vanavond in het Concertgebouw Amsterdam, waar tegelijk de nieuwe cd van Rick Stotijn wordt gepresenteerd. Daarna Groningen (31), Leiden (2/11), Enschede (7/11), Gent (9/11), Nijmegen (18/12), Deventer (26/1) en Brussel (27/1).

How like a winter hath my absence been

From thee, the pleasure of the fleeting year!

What freezings have I felt, what dark days seen!

What old December's bareness everywhere!

And yet this time removed was summer's time;

The teeming autumn, big with rich increase,

Bearing the wanton burden of the prime,

Like widow'd wombs after their lords' decease:

Yet this abundant issue seemed to me

But hope of orphans, and unfathered fruit;

For summer and his pleasures wait on thee,

And, thou away, the very birds are mute:

Or, if they sing, 'tis with so dull a cheer,

That leaves look pale, dreading the winter's near.

William Shakespeare: Sonnet 97

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden