Durf eens aan te rommelen

Het bestaan hoeft niet perfect te zijn. Verwaarloos gerust je kind, een beetje. Probeer te leven

ELMA DRAYER

In eigen land geldt de Amerikaanse essayiste Katie Roiphe als behoorlijk omstreden. Dat begon al meteen bij het eerste opiniestuk dat ze in 1994 publiceerde in The New York Times: een eigenzinnig betoog over het verschijnsel date rape. Als vrouwen tijdens een afspraakje welbewust te veel drank en drugs gebruiken, meende Roiphe, en een man maakt daar misbruik van, dan gaan zij zelf niet gehéél vrijuit. Dat hoeft niet per definitie te duiden op 'verkrachting'.

Vrouwen niet langer uitsluitend beschouwen als willoze slachtoffers, maar als volwassen wezens met eigen verantwoordelijkheid - het viel totaal verkeerd. Schuimbekkende reacties in opinieland waren Roiphe's deel. (En toen was Twitter nog niet eens uitgevonden.) Haar stuk groeide uit tot een boek, 'Geef ons de nacht terug!', waarover ook deze krant destijds zuinigjes schreef dat de auteur doorsloeg en wel 'erg gemakkelijke conclusies' trok over de man-vrouwverhoudingen. "Ook scheert zij, helaas, de diverse feministische theorieën met het grootste gemak over dezelfde kam."

Dwars is Roiphe twintig jaar later nog steeds. En gelukkig maar. Uit haar deze week verschenen essaybundel 'Lof van het rommelige leven' waait je een frisse bries tegemoet. Het boek is een verademing, zeker voor wie het taaie, boze proza kent dat haar feministisch correctere zusters zo dikwijls afscheiden. Roiphe bezit niet alleen een uiterst elegante stijl, ze is ook een scherp cultuurcriticus die met merkbaar genoegen idées reçues onderuithaalt.

Veel en graag schrijft ze over haar eigen vakgebied, de literatuur. De bundel bevat intelligente beschouwingen over vrouwelijk schrijverschap, over auteurs als Joan Didion en Susan Sontag. Ze neemt het op voor mannelijke schrijvers als John Updike en Philip Roth, door feministische critici consequent weggezet als vuige seksisten. Roiphe vindt dat de heren meer eerbetoon verdienen, helemaal als je ze vergelijkt met de huidige generatie mannelijke schrijvers, types als Dave Eggers en Jonathan Franzen, die gebukt gaan onder hun 'behoedzame, verstikte, ambivalente, eindeloos ironische benadering' van seks.

Ook buigt ze zich over het succes van de sadomasochistische trilogie 'Vijftig tinten grijs' - een fenomeen dat menig feministe tot wanhoop drijft. Hieruit zou immers blijken dat ook moderne vrouwen massaal snakken naar onderwerping. Maak je niet druk, zegt Roiphe. De gevoelswereld trekt zich nu eenmaal weinig aan van wat hoort of niet. Kijk maar naar Simone de Beauvoir, bij wie tussen leer en leven ook nogal een kloofje gaapte. Veel verontrustender vindt Roiphe dat zoveel lezeressen genoegen nemen met het tenenkrommende proza van de trilogie.

Op haar best vind ik Roiphe als ze dicht bij het thema uit het titelverhaal blijft. Dat zou je kunnen omschrijven als een enorme weerzin tegen de eigentijdse neiging om te jagen naar een volmaakt bestaan, naar volmaakte kinderen, naar volmaakte gezondheid, naar volmaakt geluk. Terwijl het leven, zoals wij allen zouden moeten weten, in werkelijkheid maar zeer ten dele maakbaar is.

In een geestige beschouwing over de televieserie 'Mad Men' probeert ze te analyseren waarom die zo'n aantrekkingskracht heeft op hedendaagse kijkers. 'Mad Men', waarin het draait om reclamejongens in de jaren zestig, laat volgens haar vóór alles een wereld zien waarin je nog lekker ongegeneerd kon roken, drinken, lummelen, 'aanrommelen'. In de huidige cultuur dienen we allemaal linksgedraaid voedsel tot ons te nemen, dagelijks uren in het fitnesscentrum door te brengen, onszelve nauwomschreven doelen op te leggen, en roken helemáál te beschouwen als de grootste zonde sinds Eva die appel aanbod aan Adam. Verantwoord leven is het parool, en wee je gebeente als je daar luchtiger over denkt. "Misschien", schrijft Roiphe, "is 'Mad Men' wel zo onweerstaanbaar, zo fascinerend, omdat de serie een manier biedt om te ontsnappen aan de alledaagse burgerlijkheid, een verzet daartegen."

Zelf is Roiphe alleenstaande moeder van twee kinderen, verwekt door twee verschillende vaders - gewoon, omdat het nu eenmaal zo liep. Ironisch beschrijft ze hoe haar omgeving haar op subtiele wijze laat voelen dat ze de verkeerde keuzes heeft gemaakt. "De onderliggende aanname is dat het iets hebzuchtigs, egoïstisch, narcistisch of asociaals heeft om in je eentje een baby te krijgen. Maar is dat wel zo? Mij lijkt juist dat een kind dat in zulke omstandigheden wordt geboren extra gewenst is. Het feit dat je een kind krijgt op een moment in je leven dat niet per se het meest voor de hand liggende, normale, voorspelbare of gemakkelijkste is, maakt het tot een des te vergaander en ingrijpender besluit."

Ronduit herkenbaar is haar beschrijving van de compassie die haar als alleenstaande ten deel valt. Haar omgeving gaat er blind vanuit dat ze wel een reuze zwaar leven moet leiden.

En informeert om de haverklap of ze het wel redt. "Je vraagt je onwillekeurig af waar die honger naar details over een ongelukkig bestaan vandaan komt", schrijft Roiphe. "Is er iets wat sommige getrouwde mensen reden geeft te denken dat iedereen die los van de institutie van het huwelijk door het leven gaat, wel moet lijden? Heeft die reden mogelijkerwijs ook iets van doen met hun eigen onvrede?"

Met haar lofzang op het rommelige leven heeft de auteur een sterk punt. Zeker in haar eigen land, en zeker in de artistiek-intellectuele kringen waarin zij verkeert - de Amerikaanse grachtengordel, zeg maar. Daar is alleen al de zwangerschap omgeven door absurde geboden en verboden. En als het kind er eenmaal is, slaat de hysterie helemaal toe.

Zo liet een vriendin van Roiphe een partij rubbertegels verschepen naar haar Zuid-Franse villa opdat haar peuter zich tijdens de zomervakantie maar niet zou bezeren op de natuurstenen - hoewel, zoals Roiphe fijntjes opmerkt, "hele generaties Franse kinderen ongeschonden volwassen zijn geworden terwijl ze op dat soort stenen liepen en vielen, speelden en droomden".

Veelzeggend vindt ze ook dat menig hoogopgeleide vrouw tegenwoordig bij wijze van profielfoto, foto's van haar kinderen plaatst op Facebook. "Hier is mijn mooie gezin, lijkt ze te zeggen, ik doe er niet langer toe." Het is een 'vorm van wegcijfering' die de subliminale boodschap uitstraalt: ik bén mijn kinderen. Betty Friedan, verzucht ze, zou zich omdraaien in haar graf.

Nu is Nederland Amerika niet, maar geheel onbekend komt me dit alles niet voor. Ook hier lijken kinderen, zeker in de bevoorrechte kringen, uitgegroeid tot prestigeprojecten waarin je je hele hebben en houwen dient te investeren, de zonnetjes waarom alles moet draaien.

Terecht vraagt Roiphe zich af of het gezinsleven niet 'iets te veel' ten dienste is gaan staan van l'enfant roi, zoals de Franse filosofe Élisabeth Badinter hem noemt in haar boek 'Le conflit'. Want wie wordt hier gelukkig van? Is al die 'intensieve, bewonderenswaardige toewijding', die 'welhaast religieuze ijver' ook goed voor het kind? Terecht pleit Roiphe voor de omgekeerde opvoedhouding, voor wat ze 'de goedaardige verwaarlozing' noemt. Het kind zou niet het middelpunt moeten zijn van het ouderlijk universum, maar simpelweg een deel ervan.

Al met al klinkt Roiphe's boodschap me als muziek in de oren: hou op met dat obsessieve streven naar volmaaktheid. Ofwel: probeer te leven. "Het heeft er alle schijn van dat we zozeer gefocust zijn op wat goed voor ons is, voor onze kinderen, op verantwoord en heilzaam gedrag, dat we ergens onderweg naar toneelles of de groene winkel zijn vergeten hoe we de dag moeten plukken."

Is 'Lof van het rommelige leven' overal even inspirerend? Nee, hoor. Sommige stukken had Roiphe ter gelegenheid wel wat meer mogen uitbouwen. Niet elke ooit gepubliceerde beschouwing of recensie kan nu eenmaal bundeling verdragen. En sommige thema's liggen voor de Nederlandse lezer wel heel ver weg. Maar het was lang geleden dat ik zo vaak, en zo vaak spinnend van instemming passages heb zitten onderstrepen.

Katie Roiphe: Lof van het rommelige leven. (In Praise of Messy Lives) Uit het Engels vertaald door Toon Dohmen. De Bezige Bij, Amsterdam; 288 blz. euro 22,90

Katie Roiphe (1968), dochter van een feministische schrijfster en een psychoanalyticus, weet vanaf haar allereerste opiniestuk in The New York Times met vaste regelmaat de woede te wekken van de spraakmakers in haar vaderland.

Het tijdschrift The New Yorker noemde haar ooit 'a self proclaimed bad girl and sexual rebel', het online blad Gawker prefereerde de term 'Big Immature Baby', betitelt haar consequent als 'date rape apologist', en plaatste in 2011 een schimpstuk onder de titel 'Shut Up, Katie Roiphe' - inclusief gedicht.

Over de weerstand die ze oproept schrijft ze zelf in het voorwoord van de hiernaast besproken bundel: "In een recensie van een eerder boek van mij kwam ik de kleurrijke term 'Roiphe-haters' tegen, en al was ik er een heel klein beetje door van mijn stuk gebracht, ik ben me ervan bewust dat er bovengemiddeld veel mensen rondlopen die mijn teksten 'haten', en dat ik iets bijzonders moet hebben gedaan om die haat over mezelf af te roepen, zo niet te hebben uitgelokt."

Opmerkelijk genoeg werd 'Lof van het rommelige leven', haar vijfde boek, in de Verenigde Staten juist uiterst lovend ontvangen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden