Dure kankertherapie niet vanzelfsprekend

Zorgverzekeraars zetten terecht vraagtekens bij de komst van vier nieuwe kankercentra, vindt hoogleraar Martin Buijsen.

MARTIN BUIJSEN en HOOGLERAAR GEZONDHEIDSRECHT ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

De komst van vier nieuwe kankercentra is onzeker geworden doordat de zorgverzekeraars weigeren de behandeling te vergoeden (Trouw, 8 oktober). Minister Schippers wil nog deze maand een aantal universitaire medische centra een vergunning geven voor protonentherapie, een nieuwe vorm van bestraling. De verzekeraars hebben twijfels over de meerwaarde van deze behandelwijze. Uit het oogpunt van kwaliteit en kostenbeheersing zou met één vergunning kunnen worden volstaan. Zelfs kan overwogen worden, aldus de zorgverzekeraars, om er maar helemaal van af te zien, omdat er in Duitsland nog voldoende onbenutte capaciteit is. En als er toch vier vergunningen worden verleend, gaan de verzekeraars onderzoeken of ze de contractering kunnen beperken tot één, hooguit twee centra.

Dit standpunt ontmoet tot dusver maar weinig sympathie. Toch is het zo onzinnig niet. Protonentherapie is een veelbelovende ontwikkeling op het gebied van de radiotherapie, met minder bijwerkingen en een betere overlevingskans van de patiënt. De behandelwijze stelt echter complexe eisen aan de infrastructuur en vergt bovendien bijzondere deskundigheid, wat weer leidt tot hogere kosten per behandeling. De zorgverzekeraars vermoeden enkele tienduizenden euro's per patiënt, terwijl de kosten van de bouw van de vier centra op maar liefst 350 miljoen euro geraamd worden. Daarnaast wijzen zij op de gebrekkige validering van de nieuwe techniek.

Dat de zorgverzekeraars ontstemd zijn over de gang van zaken is zo vreemd niet. Ofschoon zij de gezondheidszorg financieren, zijn de verzekeraars niet de partij die uitmaakt welke therapieën effectief zijn, en aan de stand van wetenschap en praktijk voldoen. Dat zijn de zorgaanbieders, meer in het bijzonder de medisch specialisten. Vreemd genoeg bepalen de verzekeraars zelf evenmin welke behandelwijzen tot de door hen te verzekeren zorg behoren. Niet de zorgverzekeraars maar het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en de minister van VWS stellen vast welke zorg zij bij de zorgaanbieders hebben in te kopen. Maar sinds de stelselwijziging van 2006 zijn de verzekeraars wel eerstaangewezene om toe te zien op de doelmatigheid, en daarmee de betaalbaarheid van de in Nederland aangeboden collectief gefinancierde zorg. Zij zijn ten minste wel degenen die uitmaken waar de zorg wordt ingekocht. En vanzelfsprekend hebben de verzekeraars daarbij een voorkeur voor efficiënte aanbieders. Nu pas, zoveel jaren later, beginnen zij op deze wijze enigszins greep te krijgen op de kostenontwikkeling van de medisch specialistische zorg.

Niet ten onrechte vrezen de zorgverzekeraars voor voldongen feiten te worden gesteld. Zij voorzien dat zij niet tussen de vier kankercentra zullen mogen kiezen. Immers, als het moet legt de Nederlandse Zorgautoriteit iedere verzekeraar de verplichting op alle vier de centra te contracteren. Gevoegd bij het feit dat de kosteneffectiviteit van protonentherapie vooralsnog onvoldoende duidelijk is, en de wetenschap dat zelfs in grote landen als Duitsland en Frankrijk er slechts zes, respectievelijk twee centra te vinden zijn waar deze kostbare vorm van kankerzorg wordt aangeboden, maakt dit de verzekeraars begrijpelijkerwijs huiverig.

De combinatie van ambitie en kostbare technologie kan zeer nadelig uitpakken. De plannen voor de introductie van protonentherapie in Nederland zijn alvast on-Nederlands ambitieus. Van de zorgverzekeraars mag worden verwacht dat zij prudent met onze premiegelden omgaan. Zomaar de portemonnee trekken is er niet meer bij. Het is dan ook terecht dat zij aandacht vragen voor deze gang van zaken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden