Dure fout van de Wereldbank

Misschien schrijft hij een brief aan zijn geliefde. Wellicht een rapport over het laatste schip dat al weer anderhalfjaar geleden de haven binnenvoer. De politieman is de enige aanwezige in de haven van Angoche. Hij werkt. Tenminste, zijn vingers ratelen op de schrijfmachine. Het lawaai van de wagen die hij driftig naar een nieuwe regel duwt, is het enige geluid in het doodstille havenkantoor.

De haven van Angoche in Noord-Mozambique is bezaaid met scheepswrakken. Vroeger kwamen hier de vissersschepen en bracht de bemanning de vangst naar de visverwerkingsfabriek. De fabriek staat er nog, er is zelfs nog management aanwezig. Vertwijfeld vragen zij zich af of er ooit een koper komt die de fabriek weer aan de praat krijgt. De meeste vis gaat nu naar de grote haven van Beira en komt daarna in het exportkanaal terecht. De lokale vissers bevoorraden het achterland, maar in die handel speelt de visverwerkingsfabriek geen enkele rol.

Vis en landbouwproducten vormen de belangrijkste exportproducten. Voor vierhonderd miljoen gulden werd er in 1997 door Mozambique geëxporteerd, ter vergelijking: de Nederlandse hulp aan het land bedroeg vorig jaar honderd miljoen gulden.

De visverwerker is niet de enige fabriek in de regio die het loodje heeft gelegd. Van de vijf cashewnotenfabrieken werkt er nog maar een. En het ontslag van de achthonderd werknemers hangt in de vochtige lucht. Dertig jaar oud zijn de machines. De noten worden van vuil ontdaan, gebrand, geblust en vervolgens van de dop ontdaan. Twee nootjes stoppen de jongens in de machines. In rijen staan ze in schaars licht te doppen. In de hal ernaast staan vooral jonge vrouwen de noten te sorteren. Om vervolgens de noten te verpakken in plastic van het Nederlandse Van Leer Packaging. De Nederlandse arbeidsinspectie zou de fabriek direct hebben gesloten, in Mozambique knappen de wetten van de vrije markt dat karwei op. Onder het communistische regime van Frelimo was handel verboden. Handel was een typische uitwas van het kapitalisme. Om het kwaad tegen te gaan, hanteerde de overheid een heffing van 100 procent op de uitvoer door de toenmalige staatsbederijven. En dat was goed voor de fabrieken die op een gestage aanvoer konden rekenen. Het was echter slecht voor de boeren die niet de prijs voor hun noten kregen die op de wereldmarkt werd geboden. De Wereldbank greep enkele jaren geleden dan ook in. Mozambique mocht op steun rekenen, maar dan moesten de tariefmuren wel worden geslecht en de staatsbedrijven geprivatiseerd. Van 100 procent daalde de heffing naar 14 procent. En dat gaf de Indiase opkopers de kans hun slag te slaan. Hun fabrieken werken efficiënter dan de aftandse Mozambikaanse machines. En zelfs de transportkosten naar India zijn voor de Indiërs geen belemmering om de Mozambikaanse noten in te slaan. De ingreep van de Wereldbank was, zo erkent de instelling zelf achteraf, te eenzijdig. De vrije markt heeft wel de boeren geholpen aan een hogere prijs. Maar voor de werkgelegenheid in de regio was het snelle wegvallen van de tarieven desastreus. Een dure fout van de Wereldbank, erkent ook minister E. Herfkens voor ontwikkelingssamenwerking. Een fout waarvoor de rekening in termen van sociaal leed bij de Mozambikaanse bevolking ligt. Een situatie overigens die niet meer is terug te draaien. Of toch? Nederlandse landbouwexperts geloven nog heilig in de cashewnotenproductie. De boeren kunnen hun productie van drie kilo noten per boom nog opschroeven naar zeker 15 kilo. Maar dan moeten ze de 25 jaar oude bomen vervangen door nieuwe. Dan moet het gras onder de boom kort worden gehouden, zodat de gevallen vruchten snel te rapen zijn. En dan moet op grote schaal herplant worden met een soort die minder gevoelig is voor 'roest' op de noot. En voor dat proces moet de Wereldbank de tijd verschaffen, anders verdwijnt ook de laatste fabriek uit de regio. En worden de boeren overgeleverd aan de Indiase opkopers die er nu al van worden beschuldigd de cashewnotenoorlog te hebben ontketend.

Blijft over dat de fabrieken het afleggen tegen hun Indiase tegenhangers. Maar ook daar is een oplossing voor. In Brazilië draaien kleine fabrieken. Die fabriekjes draaien 6,7 maanden per jaar en dat is profijtelijker dan de grote Mozambikaanse fabriek die driekwart van het jaar stilstaat. De vraag is alleen: wie durft nog te investeren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden