DUMP ON US, BABY, WE NEED IT!

Wybren Verstegen is docent ecologische geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Julian Simon is hoogleraar economie aan de universiteit van Maryland, VS. Hij is te zien bij de VPRO, Noorderlicht, maandag 15 januari Nederland 3, 20.00 uur tot 20.30 uur.

Het is een onheilspellend beeld dat ons waarschuwt voor de gevolgen van een onnadenkende omgang met moeder aarde. Tekst en beeld suggereren dat de Romeinen door uitputting van de watervoorraden, ontbossing of overbeweiding, woestijnvorming op gang hebben gebracht en zo hun eigen ondergang hebben bewerkstelligd. Het land lijkt voorgoed verwoest.

Het is een suggestie die indringend en misleidend is. Want wat wil het geval? In dit gebied zouden de oude Romeinse waterbronnen en waterleidingen, mits gerepareerd, het gebied weer vruchtbaar kunnen maken. Niet door ecologische problemen, maar door invallen en epidemieën ontvolkte het gebied in de Late Oudheid en vervolgens raakte alles in verval. Anders gezegd: de mensen trokken niet weg omdat de woestijn oprukte, maar de woestijn rukte op omdat de mensen verdwenen. Het is een afwijkende visie die de essentie van de denkbeelden van de econoom Julian Simon in een beeld vangt.

Simon is een optimist die zichzelf een realist noemt. Hij is wars van doemdenkerij en ergert zich aan het sombere beeld dat er bestaat over de toekomst van de aarde en de mensheid.

Simon was kortgeleden in Nederland voor tv-opnamen voor het programma Noorderlicht van de VPRO. In het kader daarvan trok ik een dag met hem op. Hij is een levendige oude baas die me tegemoet treedt met de openingszin: “my ears are bigger than yours”. Somber is hij niet: “I wish you a very good day, a very good year”, zo eindigt zijn antwoordapparaat de uitnodiging voor een in te spreken boodschap. Een phoenix siert de omslag van zijn laatste boek, The State of Humanity. (Blackwell 1995).

Julian Simon houdt er onorthodoxe meningen op na, althans vanuit de milieubeweging bezien. “Het aantal mensen op aarde neemt toe, maar schadelijk is dat niet”, zegt hij, “althans niet op den duur. Er zijn geen voorbeelden te vinden dat bevolkingsgroei een negatief effect heeft op de groei van de welvaart. Wereldberoemde economen, zoals Simon Kuznets, hebben dat al vaak aangetoond. Vooraanstaande onderzoeksinstituten in de VS, zoals de National Research Council en de National Academy of Sciences die in 1971 nog flirtten met verplichte geboortenbeperking in de Derde Wereld, geven hem nu gelijk. Meer mensen veroorzaken problemen, maar meer mensen betekent ook meer kennis om die problemen op te lossen. En de uitkomst is dat het materieel beter gaat dan voor die problemen werden aangepakt.”

“Een voorbeeld? Zolang de Europese steden klein van omvang waren, waren problemen rond huisvuil, water en luchtverontreiniging onoplosbaar en werden gelaten geaccepteerd. Toen de bevolking toenam, werden de problemen echter onhanteerbaar. Ze moesten opgelost worden, met als resultaat dat de Europese steden nu oneindig veel schoner zijn dan een eeuw geleden.”

Een artikel van zijn hand uit 1994 had dan ook de provocerende titel: More people, greater wealth, more resources, healthier environment. Simon heeft een zwak voor Nederland, omdat ons land zo treffend zijn stellingen illustreert (behalve dat mestoverschot dan, dat vindt hij maar absurd).

Met de bevolkingsgroei is de levensverwachting de afgelopen eeuw met tientallen jaren toegenomen: “mensen leven langer en leven langer gezond. De aantallen slachtoffers van hongersnoden nemen weliswaar maar langzaam af, maar dat komt vooral door politieke problemen zoals in Afrika.” En er zijn in de strijd tegen de hongersnood enorme successen geboekt. Een enorm land als China, waar vroeger gemiddeld eens per jaar een hongersnood heerste, “'will be flooded with food' ”, voorspelt Simon. De statistieken bevestigen het. Terwijl het areaal bouwland per inwoner in China verder inkrimpt, neemt de voedselproduktie per hoofd van de bevolking toe: de Chinezen eten steeds meer en steeds beter.

Simon heeft provocerende uitspraken te over. Wat te denken van zijn voorspelling dat landbouwgrond steeds minder waard wordt? Ook die voorspelling blijkt uit te komen, tot verbazing van velen. De voedselprijzen vertonen al sedert 1900 een dalende tendens, zegt de Food and Agricultural Organization en dat in weerwil van de bevolkingsgroei, en dus dalen de prijzen voor landbouwgrond. Dat komt omdat de voedselproduktie per hectare tot buitenissig hoge proporties kan worden opgeschroefd. In India is daarom ondanks de bevolkingsdruk het areaal bouwland gelijk gebleven en de voedselvoorziening behoorlijk verbeterd.

Daarmee is de honger nog niet de wereld uit, maar honger wordt een minder nijpend probleem. En voordelen heeft het ook: in Nederland komt dank zij het dalen van de waarde van agrarische grond meer land vrij voor natuurgebieden.

Niet alleen is Simon optimistisch over de toekomst van de mens, hij laat in zijn publikaties ook op overtuigende wijze zien hoezeer doemdenkers de werkelijkheid geweld aan doen met onzinnige perspectieven. Berucht, maar te weinig bekend, is de wijze waarop hij in The New Scientist van 15 mei 1986 de vloer aanveegde met het door het Wereld Natuurfonds voorspelde massale uitsterven van diersoorten: het W.N.F. had er maar een slag naar geslagen zei Simon en kreeg gelijk.

“Het geconstateerde tempo van uitsterven ligt tegenwoordig op een soort per jaar. Voorspellingen van het uitsterven van zoveel soorten per minuut hebben de biologen, ondanks hardnekkig speuren, dan ook niet waar kunnen maken.” En wat sterker is: het W.N.F. zelf moest constateren dat het tempo waarin soorten feitelijk uitsterven nu lager ligt dan in het midden van de 20e eeuw! Men vreest massaal uitsterven maar in de praktijk blijkt die niet aan te tonen. “Het ging het W.N.F. dan ook om de politieke waarde van alarmerende schattingen; met wetenschap heeft het weinig te maken.”

Op mijn commentaar dat overdrijven nodig is om de politiek in beweging te krijgen, reageert Simon afwijzend: de waarheid geweld aandoen vindt hij alleen in uiterste nood geoorloofd. Het probleem is natuurlijk dat biologen en het W.N.F. 'uiterste nood' anders definiëren dan economen.

Behalve het tempo van het uitsterven van diersoorten zijn er meer voorspellingen die Simon in twijfel trekt. Zo won hij in 1988 een weddenschap met de Amerikaanse onheilsprofeet Paul Ehrlich, die geheel in de lijn van het rapport van de Club van Rome voorspelde dat de grondstoffenprijzen (en met name die voor het strategische metaal koper) op de lange duur zouden gaan stijgen ten gevolge van uitputting van de mijnen. Dat deden ze niet: ze daalden.

“Grondstoffen raken weliswaar uitgeput, maar de mensheid is slim genoeg om de meest onverwachte vervangers te vinden. Het gaat niet om olie, kolen of koper: menselijke vernuft is de final resource. Zo vervangen glasvezels en satellietverbindingen tegenwoordig koperdraad.”

Simon beroept zich hierbij op de geschiedenis. In de 18e eeuw verving steenkool het door ontbossing schaars geworden houtskool, al was er eeuwenlang en wel honderd maal beweerd dat steenkolen houtskolen nooit zouden kunnen vervangen: ze zouden te verontreinigend zijn. “Zo zal ooit kernenergie echt een acceptabel alternatief worden.” En kernafval dan? Mopperend erkent hij dat hij er eigenlijk weinig verstand van heeft. De hoopvolle berichten de laatste tijd over goedkope alternatieve energie hoort hij hoofdschuddend aan, hij moet het nog zien.

Voor wie zich zorgen maakt over de vraag of Nederland te vol is, heeft Simon bemoedigende woorden. “Immigratie vanuit de Derde Wereld naar de Eerste levert aanvankelijk veel problemen op, maar is op de lange duur gunstig, kijk naar Hong Kong.”

Iedere historicus in Nederland kan bevestigen dat forse immigratie in de Nederlandse geschiedenis een prima voedingsbodem is geweest voor de economische groei in de Gouden Eeuw. Volgens Simon betekent meer immigratie: meer kennis, meer (zelfgecreëerde) banen, (meer uitheems eten), meer belastingbetalers en ten slotte een remedie tegen de vergrijzing. De recente economische 'boom' in Israël kan en wordt dan ook toegeschreven aan de enorme toename van immigranten de afgelopen decennia.

Simon toonde zich eens nogal luchthartig over de hoeveelheden afval die de mensheid produceert, want, zei hij, wat afval is voor ons, zijn grondstoffen voor onze kindskinderen. Een gejoel ging op toen hij dat verkondigde in een artikel met de titel Dump on us, baby, we need it! in 1989. Men had hem gevraagd in te gaan op een wel zeer onorthodoxe onheilstijding: door het gebruik van wegwerpluiers zouden de vuilnisbelten in de VS zo uitdijen dat er landbouwgrond geofferd zou moeten worden, hetgeen weer zou leiden tot voedseltekorten. Het luierprobleem vond hij niet serieus te nemen. “Bovendien, hele volksstammen in de Derde Wereld leven inmiddels van recycling van vuilnis. Geen prettig bedrijf, maar er is niets verkeerds aan. Het probleem is dat deze mensen sociaal laag staan aangeschreven en mede daardoor onder erbarmelijke omstandigheden moeten werken. Zou hun werk naar waarde geschat worden, dan zou het wel anders liggen.”

Het Nederlandse voorbeeld dat 'overdekte' vuilnisbelten gebruikt worden als oefengebied voor skiërs maakt Simon uiteraard buitengewoon vrolijk.

Het argument dat altijd als eerste wordt gebruikt tegen zijn opvattingen is dat zijn ideeën tegen ons gevoel in gaan. “Als we op ons gevoel konden vertrouwen hadden we geen wetenschap nodig.”

Bagatelliseert Simon de milieuproblemen van dit tijdsgewricht? Integendeel. Hij is er van doordrongen dat het vinden van oplossingen voor milieuproblemen noodzakelijk is en zeker geen eenvoudige zaak, en het vraagt enorme wetenschappelijke en maatschappelijke inspanningen om al die problemen die op ons afstormen de baas te worden. Maar hij vertrouwt erop dat mensen oplossingen vinden. Zoals ze dat al duizendmaal hebben gedaan.

“Zelfs bij eventuele grote sterfte is de toekomst niet zwart”, zegt Simon, en hij noemt de 'zwarte dood' als voorbeeld. “Complete steden raakten ontvolkt door de pestepidemie die uitbrak in het midden van de 14e eeuw. Wereldwijd stierven er minstens 60 miljoen mensen in Europa, China en de Arabische wereld. Het wereldhandelssysteem van die tijd met zijn karavanen en overzeese handel via de Indische oceaan, raakte volledig ontwricht. Ongeveer een derde van de Westeuropese bevolking werd weggevaagd. En alhoewel de pest bleef terugkeren tot in de 18e eeuw, steeds weer honderdduizenden slachtoffers vergend, krabbelde Europa er binnen een eeuw bovenop en veroverde zelfs de economische wereldhegemonie. En de Tweede Wereldoorlog was Europa materieel binnen tien jaar te boven.”

Simon maakt duidelijk dat de geschiedenis laat zien dat de mensheid nog duizend kansen heeft. “Het streven naar herstel, opbouw en vooruitgang zit de menselijke soort in het bloed. Er gaat een hoop mis, maar uiteindelijk creëren we meer dan we vernietigen.” Dat het leven voor menigeen een tranendal is, erkent hij ten volle, maar, voegt hij er onmiddellijk aan toe: “When somebody said to Voltaire: 'life is hard'. Voltaire replied: 'compared to what?' ”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden