Duizendnieuwe buren

Duizend vluchtelingen op 6000 inwoners. De burgemeester ging op de koffie bij bezorgde burgers. Een volksopstand bleef uit, zorgen zijn er wel in Soesterberg, waar de noodopvang net op volle sterkte is gekomen. Een reconstructie.

Vier weken praten en toen was Koos dus wel klaar." Het is begin maart. Koos Janssen (CDA), burgemeester van Zeist, zit aan tafel in zijn statige werkkamer op het gemeentehuis. Aanleiding voor het gesprek is de noodopvang die de maand erop de volledige capaciteit van 650 plaatsen zal bereiken. Het naastgelegen asielzoekerscentrum wordt sinds twee jaar bewoond door 367 mensen.

Janssen, een vriendelijke man die graag zijn mening laat horen, kiest zijn woorden zorgvuldig. "Het is een gevoelig onderwerp waar mensen ook anders over mogen denken. Ik kom voortdurend dilemma's tegen langs de lijn."

Augustus

Het is augustus 2015 als de burgemeester wordt benaderd door het Coa, het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Of er plek is op het voormalige militaire Kamp Zeist, aan de rand van het dorp Soesterberg en op vijf kilometer van het centrum van Zeist (62.000 inwoners). "Ik heb direct mijn collega in Soest gebeld. Persoonlijk wilde ik direct 'ja' zeggen. 'Ja, wij gaan wat doen', dat zit in de traditie van Zeist, in onze politiek en in mij."

September

In Soest, waar Soesterberg onder valt, zijn politici minder blij. De raad blijkt unaniem tegen grootschalige opvang. Janssen krijgt in Zeist alle ruimte en vertrouwen van zijn gemeenteraad. "Een steun in mijn rug", vertelt hij. Burgemeester Rob Metz (VVD) van Soest bevindt zich in een tegenovergestelde positie. Janssen: "Ons grondgebied, maar Soest mag er natuurlijk wel wat van vinden. En dan ga je praten, praten en praten. Vier weken lang en toen was Koos dus wel klaar."

Inmiddels is het september. Een maand waarin 170.000 vluchtelingen naar de Europese Unie komen en er wordt gesproken over een acute crisis. Zeist zeg 'ja' tegen het verzoek van het Coa. Soest is boos. Alsof Zeist alle problemen maar even over de schutting gooit.

Oktober

"In een goede relatie knettert het wel eens", volgens de burgemeester van Zeist. Het is oktober en de draad is weer opgepakt. Na wat moddergooien via de lokale pers, zijn Zeist en Soest weer in gesprek over de noodopvang.

November

Op een druilerige novembermiddag staan de burgemeesters gebroederlijk naast elkaar. Deze week arriveren de eerste 120 vluchtelingen. Een handjevol lokale pers, een wijkagent en een paar woordvoerders zijn bij de opening van het inlooppunt. Elke werkdag, zolang daar behoefte aan is, kunnen inwoners van het dorp in de werkplaats van Jan Jelle's tuin-en timmerwerkplaats terecht met vragen, klachten en zorgen over de noodopvang. Er meldt zich één vrouw: ze wil wel vrijwilligerswerk doen en spreekt Arabisch. Het ongemak in het dorp blijkt zich vooralsnog te beperken tot hondenpoep.

Op de vraag of alles weer koek en ei is, zegt burgemeester Metz: "Daar praten we niet meer over". Om even later toe te voegen: "Het ligt gewoon lastiger hier. Er wonen meer PVV-stemmers en de opvang ligt net over onze gemeentegrens." Janssen kent de sentimenten. Hij was burgemeester van Soest tussen 2000 en 2006. Afgesproken is om vanaf nu samen op te treden en met één mond te spreken. Even kletsen, een paar foto's en dan even naar de overkant, naar supermarkt Plus voor een praatje met de medewerkers. In de winkel pik je de vluchtelingen er zo uit. Ze lopen veelal op slippers, met mobieltjes in hun hand. In de supermarkt is wifi, in de noodopvang nog niet.

Verderop, tussen de weg Kamp van Zeist en de Verlengde Slotlaan, wordt hard gewerkt. Het smalle fietspad, van matige kwaliteit, wordt verhard en verbreed van 1 naar 2,5 meter. Soesterbergers willen het pad ook verlicht hebben maar dat betekent dat er eerst een onderzoek gedaan moet worden naar flora en fauna en die studie neemt een half jaar tot een jaar in beslag. Bovendien zijn er plannen om het fietspad in 2019, het jaar waarin de noodopvang ook weg moet zijn, terug te geven aan de natuur in het kader van het programma Hart van de Heuvelrug.

December

De enige winkelstraat die Soesterberg telt oogt verlaten. Op de parkeerplaats van supermarkt Plus leunt Thea Schep (66) op haar winkelwagen: "Zeist heeft makkelijk lullen. Koosje heeft ons er maar mooi mee opgescheept. Weet je, er wonen hier in het dorp veel mensen in de categorie 'ik heb het niet zo breed' en die vluchtelingen krijgen wat hun hartje begeert."

Marian Bezemer (62) runt, samen met haar dochter Suzanne (35), de winkel 'For You - Fashion & More'. Zij zijn niet naar de inloopbijeenkomst van de gemeente geweest. Marian: "Als de gemeente iets wil, wordt het toch wel doorgedrukt". Hebben ze last van de vluchtelingen die er nu wonen? Het valt mee. "Ze kunnen alleen niet fietsen. Rijden tegen het verkeer in en hebben geen verlichting." Suzanne: "Ik vind het niet fijn hoor, als ik de hond uitlaat en dan een groep mannen bij elkaar zie staan. Ik mijd het bos nu."

Februari

Naast het officiershotel op het terrein worden semipermanente units geplaatst. In één van de twee oude hallen op Kamp Zeist worden schotten neergezet met daartussen stapelbedden: acht slaapplaatsen per plek in een grote ruimte zonder ramen. Sober maar humaan heet dat.

Ruim tweehonderd vrijwilligers zijn er klaar voor. Coördinator Alice Korenromp van Welkom in Zeist/Soesterberg (dat begon als platform Welkom in Zeist) werkt nauw samen met de noodopvang. "Het straatbeeld van Soesterberg verkleurt", zegt Metz in AD Amersfoortse Courant.

De gemeentes halen alles uit de kast om burgers te informeren. Nieuwsbrieven, het inlooppunt dat overigens amper wordt bezocht, informatie over asielprocedures, interviews met vluchtelingen om ze zo een gezicht te geven en elke maand omwonendenoverleg onder verantwoordelijkheid van het Coa. De vluchtelingenopvang neemt zeker 30 procent van zijn tijd in beslag, aldus Metz, een charmante man voor wie het nog altijd een lastig dossier is.

In de gemeente Soest worden maaltijden georganiseerd op de tennisclub zodat kritische inwoners kunnen kennismaken met vluchtelingen. De burgemeesters Metz en Janssen gaan zelfs avond na avond op de koffie bij verontruste burgers. Dit na een aantal 'kolere-mailtjes', zoals Janssen zegt.

Vooral luisteren, niet opnieuw uitleggen maar 'meebeleven', zegt hij. Die onvrede heeft volgens hem verschillende achtergronden. "Sommige mensen hadden een verweesd gevoel. Politie weg, bejaardenzorg weg, een dorp dat leegloopt." Anderen hebben zelf geen baan "en zien dan dat er een paar binnenkomen voor wie wordt gezorgd".

Bewoners zijn nog altijd boos over het besluitvormingsproces, voelen zich achtergesteld en onveilig. Er wordt beloofd beter te communiceren, er zal meer 'blauw' op straat komen en een betere verbinding met Zeist moet het dorp Soesterberg ontlasten.

Maart

"Busjes inzetten kan eventueel ook." Dat zegt burgemeester Janssen tijdens een omwonendenoverleg eind maart, in de kille eetzaal van de noodopvang. Er is thee en oploskoffie. Het is daags voordat het centrum stapsgewijs zal volstromen met vluchtelingen.

De aanwezige bewoners voelen zich ongerust over wat komen gaat. Op de agenda van het overleg staat de dagbesteding voor vluchtelingen.

Bovenaan de wensenlijst van locatiemanager Peter Zwaan staat een keuken, zodat de bewoners zelf kunnen koken. Die keuken zou binnen een maand operationeel kunnen zijn. Sommige bewoners hebben aarzelingen. Een keuken betekent dat al die mensen ook boodschappen moeten doen. Nu al ervaren de aanwezige bewoners aan de Kampweg, die de noodopvang met het centrum verbindt, meer overlast. "We gaan nu niets besluiten en nemen jullie bezwaren in overweging", zegt burgemeester Metz van Soest sussend. Burgemeester Janssen uit Zeist maakt snel een rekensom over de extra omzet die de ondernemers in Zeist kunnen maken met dank aan de vluchtelingen. "Donderdag en zaterdag is er markt in Zeist. Als er behoefte aan is, regel ik vervoer. Ik wil nu niet nog vier weken wachten tot een volgend overleg." De tien aanwezige inwoners kijken hem aan en zeggen niets. Bed, bad en brood én dan ook nog een keuken, eerst overleggen met de buurt. Volgende agendapunt.

De buurtbewoners hebben veel vragen en opmerkingen. Het wordt drukker op de Kampweg en ze zien veel jonge vluchtelingen. Zwaan: "Dat kunnen Eritreeërs zijn. Die zien er jonger uit dan ze zijn." De lokale krant schreef over de hongerstaking van een vluchteling. Zwaan: "Dat ging om iemand die van de IND na maximaal zes maanden zou horen of hij mocht blijven en hij had nog steeds niets gehoord. Mensen worden daar heel onrustig van, maar het verhaal is sterker gemaakt dan het is. Hoe langer vluchtelingen moeten wachten, hoe vervelender. Ze krijgen soms het gevoel vergeten te zijn." En hoe zit het met al die mannen? Burgemeester Metz: "Hoe pluriformer hoe beter". En dus komen er gezinnen, homo's, moslims en christenen. En hoe monitor je nou wie er wel of niet op het terrein hoort? Kunnen de vluchtelingen geen pasje aan hun broek hangen? Locatiemanager Zwaan: "Het is hier geen detentiecentrum".

Eind maart

Twee weken later: een rondleiding in de noodopvang. Aan locatiemanager Zwaan de vraag of het niet opmerkelijk is dat een handjevol buurtbewoners feitelijk beslist over een keuken in de noodopvang. Een keuken waarmee honderden mensen een dagbesteding zouden hebben en een verse maaltijd in plaats van een hap uit de magnetron. Hij is begripvol en haalt zijn schouders op. "De noodopvang zou eerst voor zes weken zijn, nu duurt het vijftien maanden. Dat maakt het voor omwonenden allemaal anders", zegt hij. En dat maakt het voor de burgemeesters lastiger om beslissingen te nemen.

Volgens Zwaan zijn er weinig spanningen in de opvang. Regels zijn duidelijk en er wordt uitgelegd hoe de Nederlandse samenleving werkt. Dus niet op straat of in voortuinen spugen, rechts fietsen, 's avonds de fietsverlichting aan en respect tonen voor elkaars religie en seksuele geaardheid. De meeste vluchtelingen willen graag direct Nederlands leren.

Half april

Op de Kampweg lopen om half één 's middags welgeteld vier vluchtelingen op straat. Vier anderen staan op de bus naar Zeist te wachten en één fietst voorbij. De noodopvang is bijna vol. De weg van de noodopvang naar het centrum is ongeveer een kilometer lang. Aan de kant van het kamp staan hier villa's met grote voortuinen en hekken.

Ratna Lutters (40) woont met man en zoon dichter bij het dorp in een rijtjeswoning. Lutters: "Ik ervaar nog helemaal geen overlast. Dat komt vast nog wel als het hier straks vol zit. Soms zie ik wel eens een groepje mannen lopen, dat is wat intimiderend." Ze is nog nooit naar een omwonendenoverleg geweest of naar het inlooppunt. "De beslissing was al gemaakt voordat wij als bewoners werden geïnformeerd. Nou, wat moet je dan nog?"

Buurtbewoners zijn aan het werk of maaien het gras van hun voortuin. Vogels fluiten. De meesten willen niet met hun naam in de krant. Ze willen hun standpunt niet delen met buren en dorpsbewoners. Wim Slob (89) noemt de situatie "rustig en gemoedelijk zoals altijd". Hij ervaart nul overlast en zegt dat het meevalt met de drukte. Zelf maakte hij de Tweede Wereldoorlog mee. Vanuit die geschiedenis zegt hij: "Wij zijn dan ook verplicht om deze mensen te helpen". En die mensen die zich wel druk maken over de drukte in hun straat en de noodopvang? "Die kunnen zich beter druk maken over wat er in Syrië gebeurt. In Soesterberg is er niets aan de hand."

Burgemeester Janssen, oprecht: "Het is een compliment aan de samenleving dat de noodopvang is gelukt".

Zijn collega-burgemeester in Soest: "Bewoners doen hun best in het verwerken van iets wat ze nooit hebben gewild. Vluchtelingen of niet: ineens 1000 inwoners erbij is sowieso heftig."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden