Duizend dollar per vriend

Het Amerikaanse verkiezingsseizoen begint vandaag met de voorverkiezingen in Iowa. Op 1 februari volgen die in New Hampshire. De kandidaten voor het presidentschap zijn in stelling gebracht. Ze moeten de wet omzeilen om toch hun verkiezingskas vullen.

Het wordt even stil, die middag in maart van het vorig jaar, in de eetkamer van George W. Bush. En dan klinkt een bewonderend fluitje. Herb Collins, onroerend-goedmagnaat in Boston, heeft zojuist beloofd dat hij een half miljoen bij elkaar gaat scharrelen voor de verkiezingskas van de Texaanse gouverneur. En dat is geen geringe taak in de meest Democratische en meest vooruitstrevende stad van de Verenigde Staten.

Collins is een pionier; hij behoort tot een gezelschap van zo'n 150 invloedrijke Amerikaanse zakenmensen. Ze hebben zich ruim een jaar geleden verplicht ieder minstens twee ton te verzamelen voor de Republikeinse koploper in diens strijd om het Witte Huis. Deze pioniers smeren de geldmachine van presidentskandidaat Bush zo vakkundig dat die, voor vandaag in de staat Iowa de eerste stemmen in de voorverkiezingen worden uitgebracht, al kan beschikken over een batig saldo van 140 miljoen gulden. Meer dan ooit iemand eerder in zijn verkiezingskas heeft verzameld.

De pioniers bedienen zich van een beproefd middel: dat van het pyramidemodel of het kettingbriefsysteem. Elke zakenman zoekt tien geestverwanten die stuk voor stuk duizend dollar - ruim tweeduizend gulden - aan de penningmeester van Bush overmaken. Die tien zoeken op hun beurt elk weer tien sympathisanten die duizend dollar beschikbaar stellen. En zo breidt het net van donateurs zich uit. Het is een van de manieren waarop de aanhangers van de gouverneur de wet op de campagnefinanciering uit 1974 kunnen omzeilen. En inmiddels een van de vele.

Het Amerikaanse Congres heeft de wet 25 jaar geleden aangenomen nadat de verkiezingscampagne van president Richard Nixon - naast een inbraak in het Watergatecomplex - in 1972 was gekenmerkt door duistere en half illegale pogingen van geldschieters om in de gunst te komen bij de Republikeinse partijbonzen. Maar al spoedig bleek het leven sterker dan de leer en zochten Republikeinen en Democraten naar manieren om onder de beperkende regels uit te komen. Die beperking was simpel: iedere Amerikaanse burger mocht maximaal duizend dollar aan een kandidaat voor het presidentschap schenken. En voor een groepering lag de grens bij vijfduizend dollar.

Maar door een uitspraak van het Hooggerechtshof, gaten in de wet en een vrijwel volledig gebrek aan sancties tegen overtreders van de regels is het instituut soft money ontstaan. Dit 'ongrijpbare geld' kan door de partijen worden verzameld om activiteiten mee te financieren die kandidaten indirect helpen, zoals de opbouw van verkiezingscomitées, de papierwinkel, de betaling van adviseurs. Bovendien kunnen belangengroeperingen zonder financiële beperkingen reclame in de media maken vóór of tegen een kandidaat. Bij de laatste presidentsverkiezingen - die van 1996 met Bill Clinton tegen Bob Dole - is ongeveer 900 miljoen gulden aan soortgelijke activiteiten besteed. Het komend jaar zal het miljard dik worden gepasseerd.

Bush en zijn pioniers bedienen zich voorlopig nog van het 'bundelsysteem' of het pyramidemodel. Hoe kortlijnig dat is bewijst de praktijk bij een paar aanhangers van de gouverneur. Pioniers Joe Allen en Tom Marinis zijn de belangrijkste deelnemers in het advocatenkantoor Vinson & Elkins in Houston. Als kantoor mogen ze geen cent aan de kas van Bush geven. Maar een gesprekje met collega's en werknemers bracht het prachtige bedrag op van vier ton aan donaties.

Of neem First Energy Corp. in Ohio. Afgelopen augustus hield adviseur Anthony Alexander op de jaarvergadering een verkooppraatje voor Bush en deelde en passant donatieformulieren uit. 'Geheel vrijwillig' kwam er ruim 1,5 ton uit de chequeboekjes.

First Energy wordt momenteel echter ook aangeklaagd wegens overtreding van de wet op de luchtverontreiniging. Die aanklacht zal een eventuele regering-Bush niet ongedaan maken, maar bekend is wel dat de presidentskandidaat geen voorstander is van door de overheid opgelegde normen. Hij ziet meer heil in zelfregulering. En daarom zamelt de lobby van de chemische industrie op het ogenblik graag geld in voor 'hun' kandidaat. ,,We voelen ons heel wat meer op ons gemak met Bush'', zegt lobbyist Frederick Webber. Zijn club is momenteel goed voor acht ton in de verkiezingskas.

Kunnen goede gevers aan kandidaten voor het Witte Huis erop rekenen dat die steun zijn vruchten zal opleveren? Charles Lewis van het Washingtonse onafhankelijke onderzoeksbureau Centrum voor publieke integriteit geeft een volmondig 'beslist' als antwoord. Zijn centrum onderzoekt volgens de slagzin uit het Watergate-schandaal 'Volg het spoor van het geld' al jaren de band tussen bedrijfsleven en financiers aan de ene kant en politici aan de andere. Uit hun zojuist uitgekomen boekje 'The Buying of the President 2000' blijkt dat alle kandidaten in de lopende race dikke lagen boter op hun hoofd hebben.

Lewis: ,,Iedere presidentskandidaat heeft zijn gevers met politieke voorstellen begunstigd. Iedere kandidaat voor het Witte Huis is in zijn politieke loopbaan gesteund door geldschieters. En iedere kandidaat heeft zijn functie gebruikt om zijn donateurs te helpen. Deze wederzijdse belangenbehartiging wordt zelden erkend of publiekelijk besproken. Niemand van de huidige kandidaten wilde er met ons over praten.''

De Democraat Bill Bradley is bij uitstek de 'nette' kandidaat onder de vijf serieuze gegadigden voor het Witte Huis. Maar, zegt Lewis, diezelfde Bradley heeft toen hij tussen 1986 en 1996 senator voor New Jersey was minstens 45 wetsvoorstellen ingediend die de chemische industrie ten goede komen, een belangrijke bedrijfstak in zijn staat en een warm donateur van zijn campagnes. En over de banden die presidentskandidaat Bradley onderhoudt weet Lewis: ,,Niemand staat dichter bij Wall Street dan hij; vijf van zijn tien belangrijkste ondersteuners zijn kantoren op Wall Street.''

John McCain, de belangrijkste rivaal van Bush binnen het Republikeinse kamp, is in de jaren negentig als senator al bijna ten val gekomen door zich in te laten met de bankoplichter Charles Keating. Lewis: ,,McCain zegt dat hij zich niet inlaat met vriendjespolitiek, maar in de praktijk legt hij belangengroepen die zijn campagnes financieren geen strobreed in de weg. McCain - voorzitter van de Senaatscommissie voor de koophandel - behartigt behendig de belangen van telefoonmaatschappijen, de spoorwegen, de huizenmakelaars en de mijnbouw.'' En inderdaad, begin deze maand deed de senator wel heel nadrukkelijk een goed woordje voor een hem steunend internetbedrijf dat een vergunning van de overheid wilde.

Van Bush is bekend dat hij nauwe banden heeft met de olie-industrie. Hij heeft mensen uit die bedrijfstak aan baantjes geholpen en laat een oliemaatschappij als Exxon diens eigen regels vaststellen. Droogjes constateert Charles Lewis: ,,Zijn lange loopbaan als zakenman en zijn zes jaren als gouverneur van Texas worden gekenmerkt door dealtjes. Hij is nooit te beroerd geweest om iets te belonen.''

Maar het zwaarste geschut heeft de leider van het Centrum voor publieke integriteit in petto voor de koploper bij de Democraten, vice-president Al Gore. ,,Ik heb hem in mijn achterzak'', zei de inmiddels overleden oliemagnaat Armand Hammer destijds over Gore's vader senator Albert Gore senior. Nu nog profiteert de vice-president persoonlijk en zakelijk van de handeltjes die Hammer en senior hebben afgesloten.

Lewis: ,,De persoonlijke relatie tussen de jonge Gore en Hammer was in de jaren tachtig heel nauw; Gore vloog mee in Hammers privé-jet en kreeg voortdurende bijdragen voor zijn campagnes.'' In 'The buying of the president' suggereert Lewis op zijn minst dat Gore de hand heeft gehad in het verlenen van een concessie aan Hammers Occidental Petroleum.

Kan een kandidaat voor het Witte Huis vandaag de dag zijn doel nog bereiken zonder vriendendiensten? ,,Nee'', zegt Lewis. ,,De laatste twintig jaar is dat de manier om tientallen miljoenen dollars te vergaren. Zo kiezen we onze president. Wie dat tegenstaat gaat niet in de politiek.''

Volgens Lewis is de ene kandidaat niet corrupter dan de ander. ,,Allemaal zijn ze in de verwording meegezogen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden