Duizelen in Den Haag

De stadsvernieuwing in de Schilderswijk en Transvaal, twee wijken in Den Haag, is flink gevorderd. Nog hier en daar is het donker van de oudbouw te zien. Verslaggever Eildert Mulder ging samen met fotograaf Jörgen Caris vanaf een veertig meter hoge hijskraan kijken.

Iemand met echte hoogtevrees begint er niet aan, wie die aandoening niet kent vindt het een fluitje van een cent. Maar de beklimming van de 40 meter hoge hijskraan aan de Hobbemastraat, in de Haagse Schilderswijk, krijgt aroma voor wie aan een milde vorm van hoogtevrees lijdt.

Het gevecht met het lege gevoel in de maag begint bij de eerste sport. Als je er niet speciaal op let zijn hijskranen zo iets alledaags dat je ze amper ziet. Dat verandert wanneer je handen de metalen sporten van de eerste ladder omklemmen en er geen weg meer terug is.

Het heeft wel iets van de rondgang rondom de Kaübah in Mekka. In dat geweldige gedrang daar moet je ook niet denken, maar er gewoon voor zorgen dat je overeind blijft en vooruitkomt, zodat de anderen je niet vertrappen. Kijk ook op die ladder niet naar beneden of naar boven, of ver naar voren. Bepaal je aandacht bij de volgende sport.

De fotograaf heeft geen tijd voor existentiële angsten, hij heeft maar één nachtmerrie, dat zijn apparatuur van zijn schouders zal glijden en te pletter zal slaan op de bouwplaats of op de helm van een van de werkers. In België waagde hij zich in een auto, die ze aan een elastiek honderd meter naar beneden lieten vallen, maar dat stelde weinig voor. Werkvoorbereider Remco van den Boogaard, van het aannemersbedrijf Schouten uit Leidschendam, weet niet wat hoogtevrees is. En verder merk ik niet hoe zij het boven me doen, want op deze ladders is het ieder voor zich en God voor allen.

Even is er nog contact met de buitenwereld. Op een bovenwoning in de Ruysdaelstraat lapt een oudere vrouw de ramen. Ze kijkt misprijzend. En dan is het contact weg. De nieuwbouwhuizen zijn niet hoger dan 14,90 meter. Boven dat niveau moeten we nog 25 meter klimmen, langs ladders, die op vlondertjes uitkomen. Er komt geen einde aan die ladders en die vlonders.

Veertig meter, dat is een stevige dorpstoren. Boven wacht een verrassing. De uitleg vindt niet plaats in de cabine van kraanmachinist Paul de Lange uit Bodegraven, maar buiten, bovenop de giek. Door het gaas, waarop je staat, blik je 40 meter naar beneden. De giek is de arm van de hijskraan, die langer is dan de hijskraan zelf hoog is. Van het voorste puntje tot de achterkant van het achterstuk is ruim 70 meter. Dat is geen dorpstoren, maar bijna de Amsterdamse Westertoren, en dan horizontaal, op 40 meter hoogte.

Uitdagend steekt Paul de Lange één van zijn vijf vingers de lucht in, als collega's vanaf de grond roepen dat hij aan het werk moet. Al 32 jaar bedient hij hijskranen. Op het Marconiplein in Rotterdam zat hij eind jaren '70 op een takel van 105 meter hoog, bijna de Dom in Utrecht. ,,Maar 160 meter komt ook voor'', relativeert hij zijn persoonlijke record. Een paar superkranen zien we in de verte, bij de hoogbouw bij het Haagse Centraal Station.

We kunnen leunen op de vijf betonnen contragewichten, elk 3,1 ton zwaar. Op het uiterste punt kan de takel 4,5 ton torsen. Hoe dichter de last bij de toren van de kraan is, hoe meer hij kan dragen. Een wagentje, dat onderaan de giek rijdt, verplaatst de takel. Het ding heet loopkat.

Als de kraan weg is zal er later nooit meer iemand Den Haag vanuit deze hoek kunnen bekijken of fotograferen. In onze directe omgeving liggen de Schilderswijk en Transvaal. We zitten hier bijna even hoog als de top van de toren van de Julianakerk. Een paar jaar geleden wilde de Turkse zakenman Alkilic dat gebouw kopen van de Hervormde Kerk, om er een moskee van te maken. Maar dat voornemen riep teveel emoties op.

Goed te zien is er hoever de stadsvernieuwing, die begin jaren '70 begon, is gevorderd. Het zijn de laatste loodjes. De donkere tinten van de oudbouw hebben moeten wijken voor de puddingkleuren van de nieuwbouw. In februari volgend jaar gaat er een partij oudbouw, in de vorm van een hoefijzer, aan de Heemstraat, het Hobbemaplein en de Van der Vennestraat tegen de vlakte. Dat betekent het einde van het koffiehuisje Marjolein, waar je nu nog lekkere pannekoeken kunt eten. Aan het plafond hangen ter versiering potten, pannen en petroleumstelletjes. Op de tafeltjes liggen dikke vloerkleedjes. Alles ademt de sfeer van 40 jaar geleden. In de lectuurbak ligt een Algemeen Dagblad met nietjes.

Bij de bezoekers domineert het grijze permanent. Maar er zit ook een Turkse meneer met een gebakje de Hürriyet te lezen en een Surinaamse mevrouw gooit geld in een gokautomaat. Haar baby kijkt vanuit de kinderwagen toe. Om de hoek, in de Van der Vennestraat heerst er een totaal andere sfeer in het Turkse café Dostlar (vrienden). De ernstige Turkse nieuwslezer praat vanaf een hoge plek bij de voordeur in het luchtledige, als de vier gasten van de sobere ruimte een potje gaan rummycuppen. Een Afrikaanse vrouw komt pas na een half uur uit het belhuis tegenover Dostlar. Ze heeft alle roddels van de Schilderswijk kunnen uitwisselen met Abidjan of een andere hoofdstad.

Iets later zal het blok aan de Hobbemastraat, waarin Schouten zijn 'bouwkeet' heeft ondergebracht, verdwijnen. Een van de tijdelijke buren van de aannemer is een Hindoestaanse slijter, waar je behalve peperdure whisky ook een klein flesje Mariënburgrum kunt kopen, 81 procent, goed tegen kiespijn.

Vanaf de hijskraan lijkt de minaret van de Marokkaanse moskee aan de Van der Vennestraat ineens klein. We kijken ook op het dak van het pand waar de bar is gevestigd, waar de imam zich zo aan ergert. We zitten hier midden in het gebied, waar zich elke ochtend tussen vier en zeven uur de daglonersmarkt afspeelt, van mensen die in minibusjes met koppelbazen naar werkplekken in het hele land reizen.

De toekomstige bewoners van het complex van Schouten hoeven hun brood niet zo zuur te verdienen. Want wie een huis kan kopen gaat niet meer met een koppelbaas mee. Schouten bouwt 28 maisonnettes, 43 appartementen en 4 eengezinswoningen, allemaal koophuizen. De eigenaars betalen tussen de 179 000 en 294 000 gulden. Hun woningen zullen, wanneer ze er over een jaar in kunnen, al een ton duurder zijn. De gevels aan de Hobbemastraat worden deftig, met arcades.

Met deze koopwoningen probeert de gemeente de elite van de wijk vast te houden. De meeste eigenaars van koopwoningen in de Schilderswijk zijn Hindostanen. Projectleider Tako Tromp heeft het niet precies bijgehouden, maar hij meent zeker te weten dat alle toekomstige bewoners van zijn complex allochtonen zijn. Dat die woningen zo vlot van de hand gaan geeft aan dat, ondanks de talloze klachten, veel mensen toch vertrouwen hebben in deze wijk.

Na een kwartier begint het te wennen daar boven op die giek. In zijn wilde jaren liep Paul de Lange nog wel eens naar de voorkant. ,,Maar dat heb ik nu niet meer zo nodig'', zegt hij. Een paar weekeinden geleden zat een jongen uit de wijk op het uiterste puntje van de giek. Ze hebben hem kunnen uitleggen dat zijn problemen oplosbaar waren.

Vanuit het Botlekgebied zet een regenbui koers naar Den Haag. ,,Hij kan gaan bewegen'', waarschuwt De Lange, als we naar beneden gaan. De regen maakt de sporten glibberig. De mevrouw van de Ruysdaelstraat onderbreekt weer even het lapwerk, als we voorbij komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden