Duivels dilemma: halen we de centen uit het buitenland?

Het is goed als rijke sjeiks helpen met het heilige werk: de bouw van een moskee, zegt imam Abdelmajid Khairoun. „Maar ze moeten niet kapot maken wat we hier in veertig jaar op het gebied van integratie hebben opgebouwd. Laat ze niet aankomen met regeltjes uit het stenen tijdperk.”

Khairoun is voorzitter van de Nederlandse Moslimraad en imam van de Al Farouk-moskee in het Utrechtse Overvecht. Die werd ooit aangekocht met Libisch geld en is daarmee een van moskeeën met een buitenlandse suikeroom. Van de Al Fourkaan-moskee (Eindhoven, Helmond), El-Tawheed (Amsterdam) en de Essalam (Rotterdam) is dat ook bekend.

Voor de meeste andere nieuwe moskeeën is eindeloos gedoneerd en gecollecteerd, zegt professor Nico Landman van de Universiteit Utrecht. Hij verrichtte eerder onderzoek naar de bouw van moskeeën en constateerde dat de buitenlandse bereidheid in Nederland te investeren na een aantal gevallen van oplichting snel afnam. „Marokkanen doen nog wel eens een beroep op geldschieters in de golfstaten, maar op welke schaal dit nog gebeurt, kan ik niet zeggen.”

Landman is het overzicht kwijt, hij rekent erop dat de AIVD dat wel heeft. „In het kader van de war on terror bestaan er zwarte lijsten van personen en organisaties die door nationale veiligheidsdiensten in de gaten worden gehouden.” Landman noemt de roep om meer toezicht een ’defensieve reflex tegen buitenlandse invloeden’. „Kijk dan ook naar multinationals die Nederlandse bedrijven opkopen of het Vaticaan dat de Nederlandse kerkprovincie aanstuurt.”

„Wij krijgen elk jaar 30.000 euro uit Libië. Daarvan gaat 23.000 naar gas-water-licht. Alles keurig en heel transparant via automatische overboekingen”, zo bagatelliseert Khairoun de buitenlandse invloed in zijn moskee. „Het onderwijs, de imams: al die andere kosten hoesten we zelf op. Wij hebben niets met het Midden-Oosten, onze moskee staat midden in de Nederlandse samenleving.”

Driss El Boujoufi, voorzitter van Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties in Nederland, beseft dat buitenlandse giften vaak gepaard gaan met voorwaarden. „Stel dat het idee van liefdadigheid verandert in bemoeizucht. Dat je een imam in de maag gesplitst krijgt die niets weet van de Nederlandse context, waardoor de boodschap maar ook het onderwijs in je moskee niet meer aansluit op de samenleving. Dan word je een gast in je eigen moskee. Wij zijn blij met de klokkenluiders van de moskee in Rotterdam. Dit mag niet.”

De makkelijkste weg, zo noemt Mohammed Cheppih de zoektocht naar buitenlandse financiers. Cheppih is de drijvende kracht achter de Poldermoskee die sinds vorige maand in een pand in Amsterdam Slotervaart is gehuisvest. Cheppih stak zich daarvoor, naar eigen zeggen, flink in de schulden en is nu druk met fondsenwerving. Bedrijven, donateurs, mensen die vierkante meters willen adopteren: alles is mogelijk.

„Eigenlijk heb ik liever één buitenlandse geldschieter met wie ik het kan vinden, dan 500 donateurs die constant geruzie opleveren”, erkent Cheppih. „Maar de tijdgeest is anders. Geld van een sjeik: dat zou constant perikelen opleveren. Dat willen we niet. We willen onafhankelijkheid. We willen dat het over de inhoud gaat.”

Twintig jaar geleden was de sfeer anders, zegt Cheppih. Zijn vader Ahmed kreeg destijds geld voor de Al Fourkaan-moskee in Brabant, van een later in opspraak geraakte Saoedische stichting. „Mijn vader wilde in zijn moskee ook vrouwen toelaten, maar allerlei dwarsliggers hielden dat tegen. Bij hem ging het andersom: hij wou van het gezeur af en zocht daarom in het buitenland naar geld voor een nieuwe moskee.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden