Duitsland herdenkt terreur van RAF

(Novum/AP) - Duitsland staat dezer dagen stil bij een cruciaal moment in de RAF-terreur; dertig jaar geleden, 5 september 1977, toen werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer werd ontvoerd en zijn chauffeur en drie lijfwachten werden doodgeschoten. Schleyer zou 44 dagen later worden geëxecuteerd.

De ontvoering luidde het begin in van de zogeheten Duitse Herfst, die vooral voor toenmalig bondskanselier Helmut Schmidt een zenuwenstrijd was. Schmidt erkende vorige week tegenover Die Zeit dat hij zich nog altijd schuldig voelt over Schleyers dood.

De RAF, die naar twee vroege leiders, Andreas Baader en Ulrike Meinhof, ook wel de Baader-Meinhof-bende werd genoemd, beschouwde zichzelf als een stedelijke guerrillaorganisatie naar het model van Zuid-Amerikaanse guerrillabewegingen. Ze hing een marxistisch-leninistische ideologie aan, maar zaaide grote angst door lukrake moorden zoals die op de vier begeleiders van Schleyer. Het doel van de ontvoering van Schleyer was de vrijlating te bewerkstelligen van Baader en drie andere RAF-leden uit de Stammheim-gevangenis bij Stuttgart.

De crisis escaleerde snel doordat de regering-Schmidt weigerde met de ontvoerders te onderhandelen. Toen Palestijnse sympathisanten van de RAF op 13 oktober een Lufthansa-toestel kaapten en naar Somalië vlogen, kwam de regering in Bonn onder grote druk te staan. Schmidt weigerde opnieuw te onderhandelen en stuurde Duitse commando's naar Mogadishu, die op 18 oktober drie van de vier kapers doodden en de gijzelaars wisten te redden.

De gevangen zittende RAF-leden Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe benamen zichzelf diezelfde dag het leven - er wordt ook wel gesproken van moord. De vierde RAF-gevangene, Irmgard Möller, overleefde messteken die zij zichzelf in de borst toebracht.

Schleyers lichaam werd op 19 oktober gevonden in de kofferbak van een auto in Mulhouse in Frankrijk. Schmidt woonde de begrafenis bij, gezeten tussen Schleyers weduwe en zoon. "Het was natuurlijk duidelijk voor mij dat ik in de ogen van mevrouw Schleyer en hun zoon, Hanns Eberhard Schleyer, en ook in mijn eigen ogen, mede schuldig was aan de dood van Hanns Martin Schleyer", zei Schmidt tegenover Die Zeit.

De RAF werd ontbonden in 1998. Van de twintig mensen die vermoedelijk betrokken waren bij de ontvoering en de moord op Schleyer belandden uiteindelijk zeventien in de gevangenis. Twee werden door de politie gedood en eentje, Friederike Krabbe, is nog voortvluchtig.

Er wordt deze week van officiële zijde niet stilgestaan bij de Duitse Herfst. De RAF-geschiedenis behoort evenwel tot het Duitse politieke erfgoed en de gebeurtenissen van die periode kwamen eerder dit jaar opnieuw in de schijnwerpers te staan door de gratieverlening aan Brigitte Mohnhaupt, een van degenen die wegens de ontvoering van Schleyer werden veroordeeld. Een andere RAF-veroordeelde, Christian Klar, werd gratie geweigerd en komt pas in 2009 opnieuw in aanmerking voor een mogelijk pardon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden