Duitsland / Eigen leed, eigen gelijk

De Duitse Bond van Verdrevenen wil in Berlijn een museum bouwen dat het lot moet belichten van 13 tot 15 miljoen Duitsers die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden verdreven. Duitsland krijgt, bijna zestig jaar na dato, oog voor het eigen oorlogsleed. Dit tot woede van de Polen, die de aandacht voor de verdreven Duitsers eenzijdig vinden, om het zacht uit te drukken. De correspondenten Gerbert van Loenen en Ekke Overbeek belichten het Duitse en het Poolse gelijk.

Het eigen leed komt boven. Waar het spraakmakende deel van de Duitse samenleving zich de afgelopen dertig jaar intensief bezighield met het door Duitsers aan anderen toegebrachte oorlogsleed, staat de laatste tijd het eigen oorlogsleed centraal, of het nu gaat om de bombardementen op Duitse steden of om de verdrijving van miljoenen Duitsers uit het oosten.

Zo bezien heeft Erika Steinbach een goed moment gekozen voor oprichting van een Centrum tegen Verdrijvingen. Zij is de voorzitter van de Bond der Verdrevenen, die de belangen wil behartigen van de 13 tot 15 miljoen Duitsers die aan het einde van de oorlog werden verdreven, en hun nageslacht. Dat documentatie- en ontmoetingscentrum, dat gevestigd zou moeten worden in Berlijn, zal ,,uitgaand van het nationaal voelbare noodlot van de Duitse verdrevenen de blik ook op het lot van verdrijving van andere volkeren richten'', verzekert Steinbach.

Het is tekenend voor de veranderende tijden in Duitsland dat Erika Steinbach niet alleen staat, maar samen met prof. Peter Glotz aan dit Centrum tegen Verdrijvingen werkt. Glotz is een éminence grise van de sociaal-democratie. Tot voor kort was samenwerking tussen de Bond der Verdrevenen en de SPD volstrekt uitgesloten. De SPD was immers de partij die onder bondskanselier Willy Brandt verzoening had nagestreefd met Polen en daarbij Duitslands grenzen van na 1945 had erkend.

Peter Glotz heeft dan ook nooit aansluiting gezocht bij de Bond der Verdrevenen, ook al was hij, als kind van een gemengd Duits-Tsjechisch paar, aan het eind van de oorlog uit Bohemen verdreven. Nu ijveren hij en Erika Steinbach, die voor de christen-democratische CDU in de Bondsdag zit, zij aan zij voor oprichting van een Centrum tegen Verdrijvingen.

Erika Steinbach, in 1943 geboren in West-Pruisen, heeft zelf geen herinneringen meer aan de verdrijving. Zij kan daardoor worden gezien als de eerste voorzitter van de Bond der Verdrevenen die tot de tweede generatie behoort. ,,Ik ben me pas heel laat met dit thema gaan bezighouden'', vertelde Steinbach begin deze maand in Berlijn. ,,Eerst heb ik me beziggehouden met het lot van onze joodse medeburgers.''

Die erkenning van de volkenmoord op de joden als onvergelijkbare, door Duitsers begane, misdaad keert steeds terug als Steinbach spreekt. Maar nu Duitsland al zo lang keer op keer zijn schuld belijdt, moeten andere volken ook kunnen erkennen de Duitsers onrecht te hebben aangedaan, betoogt zij.

Op een persconferentie in september 2000 waarop Steinbach en Glotz hun plannen voor een Centrum tegen Verdrijvingen voor het eerst presenteerden aan een voornamelijk uit woedende Poolse journalisten bestaand publiek, formuleerde zij het als volgt: ,,Zoals wij in Duitsland de confrontatie zijn aangegaan met wat Hitler Europa en de joden heeft aangedaan, precies zo moeten we ons in Europa bezighouden met wat Duitsers is aangedaan.''

Opvallend is dat de erkenning van Duitse schuld zich daarbij vooral concentreert op de holocaust, op de volkenmoord op de joden. Ook Peter Glotz herhaalde bij de eerste presentatie van de plannen voor een Centrum tegen Verdrijvingen ,,dat de holocaust de grootste misdaad uit de menselijke geschiedenis is''. Een Centrum tegen Verdrijvingen in het hart van Berlijn mag dan ook nooit worden gezien als tegenhanger van het te bouwen holocaustmonument, dat eveneens in het centrum van Berlijn zal verrijzen, zegt Glotz.

Dat de nazi's, naast de planmatige volkenmoord op de joden, eveneens planmatig Slavische burgers hebben uitgemoord, weten maar weinigen in Duitsland. Na de inval in Polen in 1939 begonnen Duitse Einsatzgruppen direct met het uitroeien van de hogeropgeleide bevolkingslaag, zegt de Duitse genocide-onderzoeker prof. Gunnar Heinsohn. ,,Als de holocaust op 25 juni 1941 begint, zijn al honderdduizenden niet-joodse Polen vermoord, om plaats te maken voor arische kolonisten.'' Zijn studenten aan de universiteit Bremen, merkt Heinsohn op, blijken goed op de hoogte van de holocaust, maar niet van deze volkenmoord op Polen en andere Slavische volkeren.

Heinsohn, geboren in 1943 in de Poolse havenstad Gdynia die toen tijdelijk Gotenhafen heette, neemt in zijn lijst van genocides echter ook de dood van twee miljoen Duitsers op tijdens de verdrijving aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Ook die massamoord is niet alle Europeanen bekend.

Deze twee onderbelichte genocides, die op de Polen en die op de verdreven Duitsers, vormen nu de voedingsbodem van de heftige Pools-Duitse botsing over een Centrum tegen Verdrijvingen. De vele verwijzingen naar de holocaust waarmee Erika Steinbach en Peter Glotz hun goede trouw denken te bewijzen, gaan voorbij aan de kern van het conflict.

Anders dan in Polen, is het conflict in Duitsland echter geen voorpaginanieuws. Ook zijn lang niet alle Duitsers het eens met Steinbach. De regering-Schröder mijdt wat dit thema aangaat de publiciteit, maar heeft zich wel tegen een verdrijvingscentrum in Berlijn gekeerd. Daarentegen zijn veel door de christen-democraten geregeerde deelstaten, vooral in het zuiden van Duitsland, wel voor de bouw van een Centrum tegen Verdrijvingen in de hoofdstad.

De minister-president van Beieren, Edmund Stoiber (CSU), zei eerder deze maand in München: ,,Dat de verdrijving van twaalf miljoen Duitsers en de twee miljoen doden die daarbij vielen een voorgeschiedenis heeft die Adolf Hitler heet, dat weten we. Dat is een historisch feit waartoe de Duitsers zich bekennen. Ik geloof dat een Centrum dat recht doet aan het lot van de verdrevenen daarvan geen relativering is. Dat een volk niet aan eigen historische feiten mag herinneren, is voor mij onbegrijpelijk. Duitsland mag en moet zich herinneren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden