Duitsers zijn welkom 4 en 5 mei

De voormalige Duitse bezetter hoort thuis op Nederlandse herdenkingsbijeenkomsten, aldus historicus Daniël Prins. Dan pas zullen wij onze vrijheid als een gedeelde verantwoordelijkheid kunnen ervaren. Nee, voor zulke symboliek is het te vroeg, stelt Nine Nooter, directeur van het 'Nationaal Comité 4 en 5 mei'. De discussie hoeft niet gemeden te worden, maar moet op een rustiger tijdstip plaatsvinden.

Zevenenvijftig jaar na de bevrijding worstelen we nog steeds met de invulling van de dodenherdenking. Inmiddels is een meerderheid van zelfs de oudere Nederlanders voorstander van de aanwezigheid van de Duitse bondskanselier, zo bleek donderdag in 'Rondom Tien'. Een grondtoon van onverzoenlijkheid, die in Nederland altijd heeft doorgeklonken, sterft weg.

De afgelopen decennia bleven onwillekeurig liggen in de machtige slagschaduw van de jaren '39-'45: of het nu ging om de drijfveren van het Europese integratieproces, de aarzelingen over kaartcontroles in de tram, de omgang met immigranten, het euthanasiedebat, of de bevordering van mensenrechten. Maar langzamerhand vindt een decorwisseling plaats; '11 september' heeft die gemarkeerd en dat is het blijvende belang van die datum.

Niet alleen door nieuwe gebeurtenissen tuimelt de Tweede Wereldoorlog nu langzaamaan terug in de soep van de geschiedenis. Er is ook het door Paul Scheffer beschreven Nederlandse onvermogen het eigen culturele en historische erfgoed te delen met de groeiende groep nieuwkomers. Dat geldt dus ook voor de Nederlandse oorlogservaring, en zo raakt de Tweede Wereldoorlog in onbruik als referentiepunt voor hedendaags moreel handelen.

Het zou mooi zijn als het Nationaal Comité 4 en 5 mei niet alleen veel werk maakt van het moeizaam actualiseren van de herdenking in multiculturele context, maar eindelijk de durf toont onze herdenkingsrituelen te voltooien. Pas wanneer we vertegenwoordigers uit het land van de voormalige bezetter bij de herdenking betrekken, ervaren we vrijheid werkelijk als een gedeelde verantwoordelijkheid. De knieval van bondskanselier Willy Brandt bij het monument voor het joodse getto in Warschau, of de hand-in-handherdenking van bondskanselier Helmut Kohl en president François Mitterrand behoren niet voor niets tot de ontroerendste ikonen van de na-oorlogse herdenkingscultuur. In Nederland komt die inclusieve benadering schoorvoetend op: sinds kort staat in het Limburgse Haelen een oorlogsmonument waarmee alle soldaten worden herdacht die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Leudal sneuvelden.

En als we kiezen voor gezamenlijk herdenken hoort daar nog iets bij -het eren van de goede voorbeelden in het kamp van de voormalige vijand. Ook dat doen we nauwelijks. Terwijl zeker de laatste vijftien jaar veel historische studies zijn verschenen over Duitsers die in de Nazi-tijd bereid bleken het gezag te ondermijnen.

Ik word er graag aan herinnerd dat in Duitsland tussen de 5000 en 10000 joden de oorlog in onderduik konden overleven, van wie er zo'n 1500 in 1945 van onder het rokende Berlijnse puin te voorschijn kropen.

Maar ook in Nederland hebben enkele Duitsers in de oorlogstijd een indrukwekkende morele moed opgebracht. Militairen zoals Wilhelm Staehle, die in Coevorden contact legde met de Nederlandse ondergrondse. Of de Osnabrücker Hans Calmeyer die zich als ambtenaar in Den Haag toelegde op het vinden van creatieve uitzonderingsregels voor deportatie van Nederlandse joden. 'Oral history' en lokaal bronnenonderzoek kunnen ook andere gevallen van de sporadisch waardige individuele opstelling van de bezetter op de valreep aan de vergetelheid ontfutselen. Het Nationale Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon besteedt in de 'Sophie Scholl-zaal' aandacht aan het Duitse verzet. Nu het Nationaal Comité 4 en 5 mei nog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden