Column

Duitsers moeten zich op meer geschiedenis bezinnen dan het Derde Rijk

De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog blijft levend, ook door de vondsten van oude vliegtuigbommen zoals deze Britse bom die afgelopen weekend in Frankfurt onschadelijk werd gemaakt.  Beeld AFP
De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog blijft levend, ook door de vondsten van oude vliegtuigbommen zoals deze Britse bom die afgelopen weekend in Frankfurt onschadelijk werd gemaakt.Beeld AFP

In Duitsland is al decennia volop aandacht voor het duitsere nazi-verleden. Maar het kritisch bestuderen van andere geschiedenis sneeuwt daarbij onder, schrijft columnist Patrick van Schie.

In één opzicht hebben Duitsers zich met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog overwegend voorbeeldig gedragen: in de verwerking ervan.

Het land toont zich schuldbewust over wat het in die oorlog heeft aangericht en over de aard van het nationaal-socialistische regime. De publieke aandacht voor dit donkere verleden is nog altijd groot. In een enorme verscheidenheid aan documentaires en boeken blijven Duitsers getuigen van het kwaad van die fatale twaalf jaar die het Derde Rijk duurde.

Maar vaak beperken nogal wat Duitsers zich te gemakkelijk tot de periode 1933-1945. Wie de schuld draagt aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is minder eenduidig dan in het geval van de Tweede, er wordt ook al decennia een hele Historikerstreit over gevoerd, maar in ieder geval kan Duitsland redelijkerwijs geen verantwoordelijkheid ontlopen. De leiding van het land kon amper wachten tot eindelijk een oorlog uitbrak. Indien Berlijn geen vrijbrief had gegeven aan Wenen om na de moord op de Oostenrijkse aartshertog Ferdinand schaamteloze eisen aan Servië te stellen, was de terroristische aanslag in Sarajevo nooit in zo’n rampzalige oorlog ontaard.

Vanaf het allereerste begin van die oorlog pleegden de Duitse troepen bovendien zware misdrijven. Vraag het de inwoners van Leuven en Dinant. Afgelopen maand vertoonde de Vlaamse tv een documentaire over de brute massamoord door Duitse militairen op honderden inwoners van Dinant, meteen in augustus 1914. Daarin werd tevens duidelijk hoe door hedendaagse politici afgedwongen blijken van wederzijdse ‘verzoening’ – herdenkingen waarbij zo nodig ook Duitsers moeten zijn, een Duitse vlag permanent wapperend in de stad – zout strooien in de wonden van de nabestaanden van de Belgische slachtoffers.

Monsterlijk

Nog minder rekenschap geeft Duitsland zich van de ware invloed van de man die een voorname kiem van bovengenoemde ellende heeft gelegd: Otto von Bismarck. Een jaar of tien geleden bezocht ik Hamburg en zag daar tot mijn verbazing een monsterlijk 35 meter hoog standbeeld: Bismarck. Later nam ik waar dat in het fraaie centrum van Bremen een ruiterbeeld van Bismarck prominent aanwezig is. Naspeuring leert dat Duitsland nog altijd wemelt van standbeelden en andere aandenkens aan de ijzeren Pruisische kanselier.

Bij alle ophef die in de Verenigde Staten is ontstaan over standbeelden van Robert E. Lee, waar ook Duitse politici zich in meenden te moeten mengen, blijft het over de Bismarck-beelden opmerkelijk stil. Terwijl Bismarck toch heel wat meer kwaad heeft gesticht dan Lee. Lee was een militair commandant, die oorlog – juist omdat hij er alles van af wist – verafschuwde. Bismarck was geen militair, doch vond oorlog prima zolang het bloed dat vloeide maar van de vijand was. Lee streed wel in oorlogen, maar nam er nooit de beslissing toe. Bismarck lokte als kanselier van Pruisen in de jaren zestig van de negentiende eeuw drie oorlogen doelbewust uit.

Afgelopen juni werd in Buenos Aires een verzameling nazi-parafernalia ontdekt, zoals deze zandloper, die vermoedelijk ooit hebben toebehoord aan hoge nazi-officieren. Het was de grootste collectie die ooit in Argentinië is gevonden. Beeld AP
Afgelopen juni werd in Buenos Aires een verzameling nazi-parafernalia ontdekt, zoals deze zandloper, die vermoedelijk ooit hebben toebehoord aan hoge nazi-officieren. Het was de grootste collectie die ooit in Argentinië is gevonden.Beeld AP

Nadien verwierf Bismarck een naam als kanselier van het Europese machtsevenwicht. Dat was echter toen Duitsland naar zijn eigen zeggen eenmaal ‘saturiert’ was, nadat het gebieden van Denemarken en van Frankrijk had afgepakt en aan het laatstgenoemde land hoge herstelbetalingen had opgelegd. De Pruisische kanselier had er juist als geen ander voor gezorgd dat het Europese machtsevenwicht in de jaren zestig ernstig werd verstoord.

Schender rechtsstaat

En niet alleen had hij dit met ‘Blut und Eisen’ gedaan, maar ook illegaal. Hij had zijn oorlogen namelijk bekostigd zonder parlementaire goedkeuring voor de benodigde uitgaven te vragen. Dit deed hij pas achteraf, toen het geld al weg was. De man met wiens standbeelden heel Duitsland is bezaaid, was dus niet enkel bloeddorstig maar daarnaast een schender van de rechtsstaat die Duitse politici tegenwoordig belijden lief te hebben.

Het parlement kon Bismarck sowieso gestolen worden. Na de vorming van het Duitse eenheidsrijk in 1871, ter vernedering van Frankrijk uitgeroepen in het paleis van Versailles, voerde Bismarck voor de rijksdag algemeen mannenkiesrecht in. Prachtig vooruitstrevend voor deze reactionair kanselier, zo lijkt het. Maar dit parlement kreeg over de meest wezenlijke zaken niets of weinig te zeggen. Duitsers hielden er een minachting voor de parlementaire democratie aan over.

Het gebrek aan respect voor het parlement als instituut zou er later toe bijdragen dat de Weimar Republiek in het interbellum vanaf het begin werd ondermijnd. Democratie scheen de Duitsers waardeloos te zijn. Ook op deze manier heeft Bismarck, onbedoeld maar toch, de opkomst van Hitler mede bevorderd.

De Duitsers hoeven nu geen beeldenstorm naar Amerikaans voorbeeld te ontketenen. Wel zouden zij er goed aan doen, wanneer zij voortaan een van de monumenten voor de norse ijzeren kanselier passeren, zich eens te bezinnen op de schade die deze man aan Europa en aan hun eigen groei naar een democratische rechtsstaat heeft bezorgd. Het kwaad in de Duitse geschiedenis steekt heel wat dieper dan de periode 1933-1945.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden