Duitse windmolen draait lekker op lokale steun

De Duitsers hebben hun windenergie tot grote bloei weten te brengen. „Dat kan je van Nederland niet zeggen. Het blijft lastig hier windturbines te bouwen”, zegt Sylvia Breukers. „Veel windprojecten zijn niet goed gepland.”

Breukers promoveerde onlangs aan de Universiteit van Amsterdam op een vergelijkend onderzoek naar de ’maatschappelijke inbedding’ van windenergie in Noordrijn-Westfalen, Engeland en Nederland. Ze keek in hoeverre windmolens daar als ’sociaal acceptabel alternatief’ voor conventionele energie gelden.

Uit het proefschrift blijkt dat de Duitsers Nederland - of Engeland - tot voorbeeld kunnen strekken. Cijfers liegen niet: in Duitsland staat zo’n 17.000 Megawatt aan windvermogen opgesteld, in Nederland zo’n 1300 MW, terwijl windenergie in beide landen eind jaren zeventig een serieuze optie werd.

Breukers duidt het verschil in bouwtempo: „In Duitsland zijn windmolens geaccepteerd, veel meer dan in Nederland. Een belangrijke verklaring is dat de Duitsers bij de ontwikkeling van hun windindustrie de grote energiebedrijven - de Nuons en Essents - buiten de deur hebben gehouden, en voor windprojecten lokaal steun wisten te verwerven. Dat is de kern.”

De Duitse overheid ontwierp een vergoedingensysteem dat kleine, lokale investeerders zoals boeren aanmoedigde in wind te stappen, en grote elektriciteitsbedrijven dwong hun stroom af te nemen (zie kader). Het was de tijd van de zogenaamde Bürgerwindparke, die door burgers uit de lokale gemeenschap werden beheerd. „Maar ook in Duitsland is verzet tegen windmolens opgekomen, omdat steeds minder projecten in lokale handen zijn.”

Door het succes van de Duitse windenergie profiteerden de windturbinefabrikanten. „In Nederland zijn de windturbinebouwers weggevaagd. Er kwamen hier domweg te weinig projecten van de grond.”

Volgens Breukers was het Nederlandse ministerie van economische zaken, dat de regie voert over het energiebeleid, „niet van harte geïnteresseerd” in windmolens. Logisch, „als je bedenkt dat het ministerie verknoopt was met de grote energiebedrijven die geen belang hadden bij de opwekking van duurzame energie”. Initiatieven van boeren, die een molen op hun land neerzetten, hebben vooral de laatste jaren weer een kans gekregen.

Voor het bouwen van windmolens is overleg met de plaatselijke bevolking noodzakelijk, en „daar waren de energiebedrijven niet erg bedreven in”, stelt Breukers. „Het is onvoldoende als mensen in de krant moeten lezen dat er in de buurt een groot windmolenproject staat gepland. Je kunt wel inspraak organiseren, maar dan zijn de meest relevante zaken zoals de lokatie en de omvang al bepaald.”

De Duitse windenergielobby heeft baat gehad bij het milieubewustzijn in Duitsland. „In Duitsland, zeker in Noordrijn-Westfalen, was zichtbaar hoe ernstig de milieuvervuiling was die bijvoorbeeld bruinkool teweegbracht.” In Nederland onthield de overheid steun aan de lokale initiatieven die vanuit de milieubeweging opkwamen. Vandaag de dag wordt de bouw van een windpark gerechtvaardigd met de klimaatverandering. „Niet sterk”, zegt Breukers. „Je moet in gesprek met lokale belanghebbenden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden