DUITSE TURKEN WAPENEN ZICH

Het is gedaan met de lijdzaamheid in de Turkse gemeenschap van Duitsland. Tegen aanvallen van racisten stellen ze nu tegenaanvallen. Turkse jeugdbendes bewapenen zich. Ouderen die niets van geweld willen weten bedenken slimmere acties: laten we allemaal tegelijk ons spaargeld opnemen, dan zal Duitsland wat voelen. Toen de Turkse vrouw de trappen van het Ubahn station Birkenstrasse in Berlijn afliep, schemerde het koude betonnen gezicht van de stad. Mevrouw Berivan was al jaren gewend aan het ritme van de ochtendploeg. Mijmerend over de aankomende bruiloft van haar 19-jarige dochter, voelde zij opeens het zwiepen van een riem tegen haar wang. Het bloed liep in haar hand. Tegelijkertijd merkte zij de forsgebouwde man. "Mijn oog" schreeuwde ze en viel bij de trappen bewusteloos neer. Toen ze bijkwam vertelden verpleegsters in het 'Rudolfrussen Krankenhaus' dat een taxichauffeur haar had gevonden. Een maand later mocht ze naar huis.

Turkse kranten beschrijven tot in de kleinste details de aanvallen op migranten in Duitsland. De vreemdelingenhaat richt zich nogal eens op Turken. Zij zijn een makkelijk doelwit: twee van de vijf miljoen migranten in het land zijn van Turkse afkomst. Turkse journalisten willen het met eigen ogen zien. In eigen land zijn ze het gewend dat niet iedereen 'gelijk en menselijk' wordt behandeld, maar dat zoiets in het democratische deel van Europa gebeurt, is voor hen verbijsterend. Ze reisden naar Dortmund waar een Turk voor een moskee werd vermoord, naar de regio Langen waar op de huizen van buitenlanders kruisen zijn gekalkt zoals racisten in de jaren dertig ook de woningen van joden bekladden.

In een zaaltje van de Turkse vereniging Arkadas in Hannover is net een vergadering begonnen. Bovenaan de agenda staat het racisme. Enkele aanwezigen hebben zoiets van: laten we niet overdrijven. De onderwijzer Refik Erbas bekent aan zijn collega's dat hij voor de 'veiligheid' toch een mes op zak draagt. Door hem aangemoedigd geven nog twee anderen aan tafel toe messen bij zich te dragen. "Het zijn moeilijke tijden" , verzucht de onderwijzer. "Uit angst neemt bijna iedereen iemand mee als hij 's avonds uitgaat. Je loopt voortdurend met zo'n onrustig gevoel van: hoe kan ik me verdedigen? De skinheads hebben pas een buitenlander op de spoorrails vastgebonden, zijn benen zijn door de trein geamputeerd. Met name de verwonding van een kindje, onlangs, bij een aanval in de omgeving van Keulen, heb ik helemaal niet kunnen verwerken. Ik heb angstdromen over mijn eenjarig dochtertje, als dat haar ook gebeurt word ik zeker gek. Ik zweer het je, ik maai zelfs het parlement neer."

Er doen vele gruwelverhalen de ronde onder de migranten. Angst en commotie vertroebelen de werkelijkheid. In een koffieshop een paar straten verderop vertelt de Turkse journalist Halit Uyaroglu dat zijn collega's olie op het vuur gooien. "Ze zijn uit op sensatie en overdrijven maar al te graag. Zelf werd ik eens midden in de nacht door een Turk gebeld. Hij zou aangevallen zijn door racisten. Uit mijn onderzoek bleek later dat hij de vrouw van een van die Duitsers had aangerand."

De cijfers bewijzen dat de paniekverhalen niet uit de lucht zijn gegrepen. De regering in Bonn heeft vorig jaar 2 074 racistische aanvallen geteld. In 1990 kwam het aantal nog niet hoger dan 'enkele honderden'. In de laatste drie maanden is het racistisch geweld met acht procent gestegen. De racistische agressie komt vooral voor in het Pruisische deel (Berlijn, Halle, Dresden, Hoyerswerda), Baden Wurttemberg en in Nedersachsen (Bremen, Hannover).

J ongerenwerker Niyazi Oncel ziet dat steeds meer ouders in Hannover hun kinderen op karateles sturen. "Er zijn er nogal mensen die hun kinderen niet meer naar school sturen. Het leven van mijn kind is belangrijker, denken ze. Kinderen zijn een te makkelijk doelwit voor racisten, ze worden bij school opgewacht."

De jongeren pakken het anders aan. Net als de tegenstanders, de skinheads, zijn ze druk doende met het versterken van hun al langer bestaande jeugdbendes. De wapens liggen voorhanden nu ook de ouderen in de gemeenschap zich veiliger voelen met messen en pistolen. De 'kingaz', een gaspistool, is een geliefd wapen onder de jongeren. Van acht jongeren die in het jeugdcentrum 'Jugendtreff Linden-Nord' in Hannover zijn, laten vier een mes of een pistool zien die ze bij zich te hebben. Er zijn Turken, ook al zijn het er weinig, die ter verdediging gewapende groepen willen organiseren. Een eigen politieapparaat eigenlijk.

In restaurant Diyar in het Turkse getto Kreuzberg in Berlijn schuift de journalist Haydar Inci aan tafel. Hij is diep teleurgesteld dat zijn landgenoten in Duitsland de oog om oog, tand om tand mentaliteit hebben gekregen. Op tafel legt hij het eerste exemplaar van zijn nieuwe antiracistische blad. Maar hij ziet ook wel dat de in het nauw gedreven Turken weinig boodschap hebben aan zijn 'vredelievende' taal. "Er zijn ruim vijfduizend Turkse ondernemingen, winkels, restaurants en bedrijven in Berlijn. Sommige ondernemers zijn geneigd om de Turkse jeugdbendes te financieren, door hen tegen betaling in te zetten als een mobiele brigade. Want deze ondernemers die honderdduizenden marken geinvesteerd hebben, maken zich zorgen over hun zaak. Daarnaast worden onze jongeren ook tot gewapende aanvallen geprovoceerd door Turks-nationalistische organisaties. Helaas, soms ook door progressieve kringen." Haydar wijst op het feit dat wapengebruik en vendetta bij vele Turken altijd al twee sterk levende tradities waren. Maar sinds kort draagt hij zelf ook een wapen.

D e gevel van het Berlijnse jeugdcentrum Wedding is behangen met een muurkrant vol anti-nazileuzen. Tien jongeren zitten in de zaal enthousiast te praten, terwijl de jongerenwerker Niyazi Oncel vandaag niet in zijn humeur schijnt te zijn. De zogenaamde 'Skin Ahmet', een van de jongeren van het centrum, heeft de cassetterecorder van de instelling gestolen. De grens van het toelaatbare is bereikt. Deze jongeren zijn aanhangers van de Turkse jeugdbende, Black Panthers. Hun leider heet 'Apo'. Aan de muur van het cafe-buffet hangt het embleem van de groep.

De namen van de jeugdbendes van Berlijn zijn in het algemeen geinspireerd op Amerikaanse groepen: Black Panthers, 36 Boys, Barbars. Er zijn zeker zes van zulke bendes in deze stad waar hondervijftigduizend Turken wonen, achttien procent van de stadsbevolking. "De meest harde groep zijn wij" , zegt de zestienjarige 'Black Panther' Selahaddin stoer. "We zijn nog nooit verslagen. Vroeger waren er geen racistische skinheads en maakten wij onder elkaar ruzie. Zo hebben we een paar jaar geleden vanwege een meisjesaffaire met de Turkse jongeren uit Kreuzberg ruzie gemaakt. Ze schoten een vriend van ons dood. Dat was de aanleiding om samen te komen en onze huidige groep op te richten. Skinheads zijn later, na de afbraak van de Muur, tevoorschijn gekomen."

De leden van de jeugdbendes zijn, net als de skinheads, merendeels werkloze schoolverlaters. Onder hen zijn ook Palestijnen. Is er een opstootje in de stad, dan verzamelen ze zich heel snel, door het gebruik van draadloze telefoons, ook al hebben ze geen echte organisatiestructuur. 'Op skinheads jagen' is een actievorm die zij nu van tijd tot tijd ondernemen, dat wil zeggen, nazi's zoeken om te slaan.

De journalist van het anti-racistische blaadje is cynisch. "De positie van de jeugdbendes verschilt niet veel van die van de nazi-jongeren: werkloos en depressief" , zegt Inci. "Beide groepen stelen en gebruiken drugs. De geschiedenis maakt de jongeren, die dezelfde problemen hebben, opnieuw elkaars vijanden. En dat alleen omdat zij uit verschillende moeders zijn geboren."

D e oudere Turken die niets moeten hebben van al dat geweld beginnen langzaam te beseffen dat er nog een wapen is en dat is geld. De financiele kracht van de Turkse gemeenschap kan natuurlijk ook als een pressiemiddel gebruikt worden. De Turkse gemeenschap bezit 35 000 ondernemingen in Duitsland (van de in totaal 100 000 migrantenondernemingen). Daarbij werken 105 000 mensen. Hun totale investering bedraagt zes miljard mark en hun jaarlijkse omzet ruim 30 miljard. Ze betalen jaarlijks 80 miljard aan belasting, 7 miljard aan ziekenfondspremies en hebben 30 miljard mark aan spaargeld op de banken.

Na al het gereken steekt de uitbater van het Turkse restaurant aan de Potsdamerstrasse in Berlijn zijn vinger op. "Zelfs een winkelsluiting van een paar dagen kan het leven verlammen" , concludeert Ahmet Aslan. Hij denkt nog verder. "Als we ineens al ons spaargeld opnemen kan de financiele kracht van het land ernstig verzwakken, een actie die nog meer invloed heeft als solidaire Duitsers en andere migranten meedoen."

Ook columnisten van de Turkse dagbladen schrijven de afgelopen maanden vaak in deze richting. Verder leeft onder Turken de gedachte aan een algemene staking - samen met sympathiserende Duitsers natuurlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden