Duitse oorlog op toneel zet zich voort in de zaal

BERLIJN - Om het maar meteen te zeggen: we hebben de voorstelling een uur voor het einde verlaten. Drie uur lang teutoonse zelfkastijding had ons murw gemaakt, we konden niet meer verdragen. Bij de uitgang turfde een medewerker van het Berliner Ensemble de vroege zaalverlaters - we kregen het nummer 128. In het theater bleven nog zo'n driehonderd toeschouwers achter, van wie nog eens een derde het einde niet zou meebeleven. Dat had, zegt de turvende medewerker, de ervaring bij de eerdere avonden aangetoond.

Toneelschrijver Rolf Hochhuth vindt dat een theaterstuk niet langer dan twee uur - hooguit twee uur en een kwartier - mag duren. Zijn stuk 'Wessis in Weimar' viel in handen van regisseur Einar Schleef, beleefde vorige week in Berlijn zijn wereldpremiere en bleek tot Hochhuths verbijstering vier uur te duren. Maar de voorstelling had met Hochhuths tekst zo weinig van doen, dat de toneelschrijver de premiere dreigde te verbieden.

Het conflict eindigde in een compromis. Op de premiere-avond in het Brecht-theater kregen alle bezoekers de complete Hochhuthtekst gratis (winkelprijs bijna 25 Mark), plus een verklaring van de auteur waarin hij zich van de regie distantieert: "Ik heb een stuk geschreven dat daders en slachtoffers in Duitsland toont. Einar Schleef heeft 'Wessis in Weimar' kapotgeslagen en vervalst."

'Wessis in Weimar' - ondertitel: 'Scenes uit een bezet land' - handelt over de uitverkoop van Oost-Duitsland en het brute economische darwinisme van de Treuhand, de instelling die namens de Duitse regering de oude-DDR-staatshuishouding privatiseert. Het thema geeft aan dat we met een politiek stuk te maken hebben en dat is ook zo. Hochhuth klaagt het westen aan en laat een van zijn figuren zeggen:

"U treedt als bezetter op in de DDR, hoewel u zelf ook een Duitser bent. Maar u neemt deze Duitsers hun grond af en geeft ze dan pro forma de kans die grond terug te kopen - echter in competitie met buitenlandse haaien en Duitsers die alleen al daarom in staat zijn het duizendvoudige te bieden omdat ze niet eerst Hitlers veldtocht tegen Rusland hoefden af te betalen. En daar bovenop kregen ze ook nog eens de hulp van het Marshall-plan. U voert, meneer Rohwedder, een plunderingsoorlog tegen volkomen weerlozen, een oorlog die u het leven zal kosten."

De aangesprokene is de eerste president van de Treuhand, Detlev Rohwedder, die op 1 april 1991 door de RAF werd vermoord. Toen het weekblad Der Spiegel vorig jaar in een voorpublicatie deze scene afdrukte, reageerden politici in Bonn, onder wie Rohwedders persoonlijke vriend Helmut Kohl, met verontwaardiging. Hochhuth laadde de verdenking op zich de moord op de Treuhand-president te rechtvaardigen.

De scene keert ook in Schleefs regie terug, al laat hij het pistoolschot dat bij Hochhuth de scene beeindigt achterwege. Het is een van de weinige ogenblikken waarin een tekst van Hochhuth herkenbaar is. Schleef heeft voor de politieke, soms pamflettistisch aandoende tekst een compromisloze theatervorm gevonden.

Hochhuth schreef tien realistische scenes, nog eens uitgelegd in essayistische commentaren; Schleef plukte her en der enige tekstflarden, doorsneed ze met flarden Schiller, Goethe, Brecht, kruidde ze met spreekkoren in plaats van dialogen en diende het geheel op als het 'wezen van de Duitser': alle acteurs dragen een Wehrmacht-jas, daaronder zijn ze naakt.

Indringend gebrul

Het toneel is volkomen leeg, enige requisiet is het souffleurshok waarin de acteurs na elke scene tergend langzaam afdalen. 'Beledigend inhumaan' noemde Hochhuth de omgang van Schleef met zijn figuren. Radicaal berooft Schleef het stuk van zijn individuen, alleen collectief wordt opgetreden of in gescandeerde monologen. Het publiek wordt gegeseld met indringend gebrul. 'O Golgatha!', de uitroep uit de Mattheus Passie wordt achttien maal achtereen uit 24 kelen over ons uitgestort.

Een blonde vrouwenfiguur, vrouwe Justitia, in een Duitse vlag gehuld, reciteert minutenlang bewegingsloos de nieuwe vermogenswetten in wurgend juristenduits. De legerjassen worden afgelegd voor een verbeten homo-erotische worstelpartij, blote mannen stampen met soldatenkistjes en zwaaien met bijlen, een ambtenaar onaneert terwijl hij spreekt over de weduwe van Max Liebermann die door de nazi's is vergast.

Vrijwel unaniem wordt de voorstelling in de recensies geprezen - Hochhuth mag de regisseur dankbaar zijn voor zo'n briljante interpretatie van wat eigenlijk een mager theaterstuk is. De Duits-duitse oorlog op en achter de buhne zet zich in de zaal voort: sommige weglopers smijten woedend met de deur. De geplaagde garderobe-juffrouw zucht: "Hadden we onze Brecht maar terug."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden