Duitse furie in Leuven

Universiteitsstad Leuven werd na de Duitse inval zwaar getroffen. De bibliotheek ging in vlammen op, tot woede van de internationale gemeenschap.

Aan weerszijden van de statige weg van het station naar het centrum van Leuven lagen de lijken. Boze Duitse militairen hadden de bewoners uit hun huizen gesleurd en opgesteld in lange rijen. Om de drie, vier man werd er iemand standrechtelijk geëxecuteerd, uit wraak en als afschrikwekkend voorbeeld. Met fosforbommen staken de soldaten vervolgens de woningen in brand.

Alleen al op en rond de Statiestraat, zoals de Bondgenotenlaan destijds heette, kwamen op 25 en 26 augustus 1914 minstens 87 Leuvenaren om het leven. Maar ook op andere plekken in de stad hielden de Duitsers huis. In totaal vonden 209 mensen een gewelddadige dood, onder hen bejaarden en kinderen. Zo'n 650 Leuvenaren werden per trein gedeporteerd naar Duitsland: mannen, vrouwen en kinderen. Een groot deel van het centrum brandde tot de grond toe af, tot kilometers ver waren de rookwolken te zien. Dagenlang smeulde het vuur, bijna elfhonderd woningen werden verwoest. Soldaten plunderden op grote schaal winkels, het was één grote chaos.

De vriendelijke stadsgids legt al kuierend uit waar de schade het grootst was: "Als een huis zo'n steen heeft met daarop 1914, dan is het een huis van na de catastrofe". Op de Bondgenotenlaan, precies een kilometer lang, is vrijwel overal het jaartal te zien. Het prachtige gotische stadhuis uit de vijftiende eeuw op de Grote Markt, aan het eind van de laan, bleef intact - daar had de Duitse commandant zijn tijdelijke hoofdkwartier.

De St Pieterskerk, aan de overkant, raakte wel zwaar beschadigd. De paar huizen die daarnaast staan, bleven juist weer gespaard. "De Duitsers dachten dat daar het Amerikaans consulaat was gevestigd, ten onrechte", zegt de gids. "In 1914 wilden ze de Amerikanen nog graag te vriend houden."

Het was een ongekende Duitse furie, schreven de verbijsterde Belgische kranten, voortgekomen uit woede en uit angst. De woede gold het verzet van het nietige Belgische leger dat veel feller weerstand bood dan de Duitsers hadden verwacht waardoor de doortocht naar Frankrijk een stuk trager verliep dan gepland.

Angst was er voor de zogeheten franc-tireurs: sluipschutters of guerrillastrijders in burgerkleding die snelle, gerichte aanvallen op het geregelde leger van de vijand uitvoerden en daarna als een speer verdwenen. De Duitsers bewaarden slechte herinneringen aan deze franc-tireurs, van Franse nationaliteit, die in de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 dood en verderf hadden gezaaid. Ze vermoedden dat er nu, anno 1914, Belgische burgerstrijders actief waren. Daar is nooit een spoor van bewijs voor gevonden. Maar voor het Duitse leger waren die vermeende franc-tireurs een excuus om de burgerbevolking keihard aan te pakken.

Verontwaardiging
Niet alleen de Leuvenaren kregen het te verduren, ook de inwoners van dorpen en steden als Aarschot, Tamines en Tintigny werden het slachtoffer van het Duitse geweld. Twee dagen voor de verwoesting van Leuven was er een verschrikkelijk bloedbad in het Waalse Dinant: daar werden maar liefst 674 burgers gedood.

Toch wekten vooral de gebeurtenissen in Leuven de woede van de internationale gemeenschap. De Duitsers vergrepen zich daar namelijk ook aan de cultuur en de wetenschap: ze staken in die laatste week van augustus 1914 de eeuwenoude universiteitsbibliotheek in brand, gevestigd in de Lakenhallen achter het stadhuis. Tegen de driehonderdduizend boeken gingen in vlammen op, daarnaast nog eens duizend handschriften en achthonderd zogeheten incunabelen: boeken gezet met losse letters en gedrukt vóór 1500.

De verontwaardiging over deze wandaad was onmetelijk. Britse dagbladen haalden de vetste letters uit de kast om deze barbaarse acties te veroordelen. De Daily Mail kopte over de volle breedte 'Holocaust of Louvain'. Andere kranten schreven dat de Duitsers met hun geweld tegen de burgers en de verwoesting van de bibliotheek van Leuven bezig waren met 'de verkrachting van België'. De aanval op de universiteit ('het Oxford van België') was 'een aanval op de westerse beschaving', Leuven was 'het Sarajevo van de Europese intellectuelen'.

Voor zover het Duitsland van keizer Wilhelm II krediet had in de internationale gemeenschap, had dat in luttele dagen een enorme knauw gekregen. De keizer zag in dat zijn land de propagandaslag aan het verliezen was en probeerde via een telegram aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson het tij te keren. De Duitse militairen, zo schreef hij, hadden slechts uit zelfverdediging gehandeld tegen gewelddadige burgers onder wie zich vrouwen en zelfs priesters hadden bevonden. Zij hadden zich schuldig gemaakt aan de gruwelijkste praktijken.

Intussen was in Frankrijk de schrijver en latere Nobelprijswinnaar Romain Rolland in de pen geklommen: in een open brief aan zijn Duitse collega Gerhart Hauptmann, twee jaar eerder al met de Nobelprijs gelauwerd, vroeg hij hem het Duitse optreden scherp te veroordelen. 'Zijn jullie afstammelingen van Goethe, of van Attila', was zijn retorische vraag, gepubliceerd in de Journal de Genève. 'Voert u oorlog tegen legers, of tegen de menselijke geest? Dood mensen als u wilt, maar respecteer meesterstukken.'

Vlammenzee
Een paar weken later kwam er een antwoord, niet van Hauptmann alleen, maar van 93 Duitse intellectuelen: schrijvers, kunstenaars, wetenschappers en filmers. Onder hen gerenommeerde namen als Max Liebermann, Max Planck en Wilhelm Röntgen. De strekking van hun manifest: het is niet waar wat er allemaal over Duitse gruweldaden wordt geschreven. Ook hierin werd het argument van zelfverdediging van stal gehaald. Met de verwoesting van de stad viel het trouwens reuze mee. 'Het grootste deel van Leuven is bewaard gebleven.' Dat het stadhuis er nog stond, was te danken aan het heldhaftig optreden van Duitse soldaten die het met gevaar voor eigen leven voor de vlammenzee wisten te redden. (In 1921 bleek uit onderzoek van The New York Times dat zestig van de 76 ondertekenaars die toen nog in leven waren op een of andere manier spijt hadden van hun handtekening onder het manifest; sommigen zeiden de tekst zelfs nooit gezien te hebben.)

In het voorjaar van 1915 kwam de Duitse regering met een Witboek over de gebeurtenissen in Leuven. Ook daarin kregen de inwoners van de stad onder uit de zak. Vrouwen zouden Duitse militairen met kokende olie hebben overgoten, hen de ogen hebben uitgestoken, en gewonde militairen hebben gecastreerd. In een rapport van het parlement in Berlijn, tweede helft van de jaren twintig, werd eveneens Duitse schuld van de hand gewezen.

Maar in een aparte paragraaf van het Verdrag van Versailles werd Duitsland wel verantwoordelijk gehouden voor de verwoesting van de universiteitsbibliotheek. Het land moest de aangerichte schade vergoeden. Er kwamen bovendien talloze particuliere initiatieven, in Duitsland, maar ook in Nederland.

Met vooral Amerikaanse steun werd een nieuwe bibliotheek opgericht, een paar honderd meter van de oude plek. Een Amerikaanse architect kreeg de opdracht. In 1928 werd het gebouw geopend. Twaalf jaar later was het weer mis. Een paar dagen na de inval van de Duitsers in België, ook op 10 mei 1940, werd de bibliotheek door beschietingen tussen Britse en Duitse militairen zwaar beschadigd. Vrijwel de hele collectie van 900.000 boeken ging in vlammen op. De Duitse minister van propaganda Joseph Goebbels snelde naar Leuven en gaf de Britten de schuld, maar waarschijnlijker is dat Duits geschut de boosdoener was.

Na de Tweede Wereldoorlog is de bibliotheek herbouwd. Eind jaren zestig werd de Leuvense universiteit na taaltwisten gesplitst. Dat gold ook voor de bibliotheek. De helft van de boekenverzameling is vanaf 1970 verhuisd naar de Franstalige campus in Louvain-la-Neuve.

Omstreden letters
In de binnentuin van de universiteitsbibliotheek staan al tientallen jaren een paar manshoge letters te verkommeren. Die horen eigenlijk op de balustrade van het gebouw. Daar had de Latijnse tekst moeten staan: Furore Teutonico Diruta, Dono Americano Restituta, ofwel: Door Duits geweld geveld, met Amerikaans geld hersteld. Dat was ook de stemming in 1921, toen met de bouw werd begonnen. Maar in de jaren daarna begon het beeld te kantelen. Er kwam ontspanning in Europa, Duitsland werd steeds minder de vijand zoals het in de Eerste Wereldoorlog was, en de leiding van de universiteit, die tot 1914 altijd goed had samengewerkt met Duitse universiteiten, wilde de wetenschappelijke collega's in het buurland niet voor het hoofd stoten met zo'n harde tekst. Er kwam een balustrade zonder tekst, tot woede van architect Whitney Warren, en de Leuvenaren die nog heel goed wisten hoe de oude bibliotheek met de grond gelijk was gemaakt. Vooral Leuvenaar Felix Morren was boos. Als bouwvakker had hij meegewerkt aan de bouw van de nieuwe bibliotheek. Vlak na de opening vernielde hij de nepbalustrade. Hij belandde korte tijd in de gevangenis. Vijf jaar later, na de machtsovername door Hitler in Duitsland, herhaalde hij zijn protest en ging opnieuw de cel in. Morren groeide uit tot volksheld maar kreeg nooit zijn zin. In de universiteitsbibliotheek is nu een tentoonstelling over de gebeurtenissen in augustus 1914 te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden