Duisternis, leegte en heel veel water

null Beeld

Niemand heeft het begin of het einde van de wereld ooit meegemaakt, maar in de mythen die overal ter wereld verteld worden overheersen chaos, duisternis en eindeloze hoeveelheden water, schrijft literatuurwetenschapper Mineke Schipper.

Verhalen over het einde zijn bedacht om mensen te leren de onverbiddelijke beperkingen van het menszijn te aanvaarden. Waar de dood even geregeld als genadeloos langskomt, is de geboorte van nieuwe kinderen van levensbelang. Zij moeten de levens vervangen die dag aan dag worden opgeëist door de genadeloze maaier die in andere delen van wereld vaak zoveel zichtbaarder is dan bij ons.

Zwangerschap en geboorte vragen om een oerverklaring. De dood niet minder. De vraag hoe hij (die vaak de gestalte van een persoon aanneemt) in de wereld is gekomen, schreeuwt om antwoord, want aan één gegeven houden veel verhalen gretig vast: in het begin was het leven van de mens bedoeld om oneindig voort te duren. Met andere woorden, lang geleden moet er iets gebeurd zijn waardoor die onsterfelijkheid ons is afgepakt.

Sommige goden eisen op een gegeven moment hun scheppingsproduct weer op als rechtmatig eigendom. Als de mens sterft, ontvangt de aarde het uit haarzelf geknede dode lichaam terug en de hemel of hemelgod de menselijke ziel, ooit door hem aan die mens geschonken. De komst van de dood wordt ook wel voorgesteld als het gevolg van een incident, een vergissing, een misverstand of een verkeerde keus. Maar het eerste leven houdt soms ook verband met het eerste sterven. In een aantal verhalen wordt de dood zelfs rechtstreeks verbonden met de eerste vrijpartij of het oerverlangen naar de geboorte van kinderen. Als de eerste mensen Gods verbod op seks veronachtzamen, wordt de komst van de dood de straf voor het overtreden gebod. Soms ook moeten de eerste mensen zelf de ingrijpende keuze maken tussen eeuwig leven en het krijgen van kinderen.

In het begin had Soko twee schildpadden, twee mensen en twee stenen geschapen. Van elk tweetal was er een mannelijk en een vrouwelijk. Niemand kon kinderen krijgen, maar wie oud was, werd vanzelf weer jong. Niemand stierf in die tijd. Toch was Dagbatsi, de schildpad, ongelukkig. Hij wilde kinderen, maar Soko zei: „Luister, ik heb je leven gegeven en dat is genoeg.” Dagbatsi kwam net zolang terug met zijn kinderwens tot Soko zei: „Waarom vraag je dat toch steeds? Weet je wel dat zij die kinderen krijgen moeten sterven?”

Maar Dagbatsi smeekte opnieuw: „Geef me eerst kinderen, daarna wil ik sterven.”

„Zo zij het”, zei Soko.

Zodra de man zag dat de schildpad kinderen had, wilde hij ook nageslacht. En ook hij ging naar Soko die opnieuw zei: „Luister, ik heb je leven gegeven en dat is genoeg.” Maar de man drong aan: „Ik wil mijn kinderen zien en dan sterven.”

Zwijgend vervulde Soko zijn wens. Zo zijn de kinderen en de dood in de wereld gekomen. Alleen de stenen hebben nooit om kinderen gevraagd en zij zijn dan ook nooit gestorven. (Nupe, Nigeria)

Soms ook keren verhalen de volgorde van kinderen krijgen en doodgaan om, zodat mensen pas voor het eerst nageslacht krijgen na de komst van de dood – als een soort troostprijs voor het tragische verlies van onsterfelijkheid.

Mensen lijken op goden. Of is het andersom? Goden voelen de aandrang om mensen naar hun eigen beeld te scheppen en ook de eerste mensen (en hun nazaten) voelen een onbedwingbare behoefte aan schepselen die op hen lijken. Kinderen vervangen de menselijke illusie van onsterfelijkheid. Zij vertegenwoordigen de hoop dat het leven op aarde nooit helemaal ophoudt.

Vanuit het perspectief van de goden lijkt de tijdsspanne tussen leegte of onderbevolking aan de ene kant en overbevolking aan de andere kant buitengewoon kort. Toen de goden de eerste mensen maakten – zo wordt in sommige verhalen over onze eindigheid uitgelegd – begingen ze de fout om de menselijke levensduur niet vanaf het begin te beperken. Het gevolg was dat iedereen bleef leven en onvermoeibaar doorging zich te vermenigvuldigen.

Al snel blijken mensen hun scheppers erg tegen te vallen. Ze beginnen zich te misdragen, maken ruzie, vermoorden elkaar en plunderen de aarde. Ze zijn lawaaierig en maken enorme rotzooi. Geen wonder dat goden zich gaan afvragen waarom ze in hemelsnaam ooit aan dit scheppingsproject begonnen zijn en hoe ze het onheilspellend groeiende aantal eeuwig levenden kunnen stoppen of verminderen.

In het Indiase ’Mahabharata’ wordt verteld dat de wereld zo barstensvol geworden is dat er geen ruimte meer is om adem te halen. Uiteindelijk kan de aarde het niet langer aan: ze zucht zo onder die zware last dat ze doorbuigt en begint weg te zinken in het water. Ze doet haar beklag bij Brahma en hij grijpt in met vernietiging door vuur. Voordat die vernietiging voltooid is, laat hij zich alsnog vermurwen, maar hij schept wel de Dood die de algehele vernietiging in één klap vervangt door individuele sterfelijkheid. Een donkere vrouw komt uit zijn lichaamsopeningen, in het rood gekleed, met rode ogen en rode handpalmen en voetzolen, getooid met goddelijke oorbellen en andere sieraden.

„Dood”, zei hij, „ik heb aan jou gedacht toen ik in mijn boosheid op een vernietigingsmiddel zon. Daarom draag ik jou op alle schepselen te vernietigen, iedereen, onnozelen en geleerden, zonder uitzondering.”

Dit volmaakte meisje, de jonge godin Dood werd bevangen door droefheid. Getooid met guirlandes van lotusbloemen bad ze voor het welzijn van de mensheid, terwijl ze een vloed van tranen stortte die ze in haar handen opving. De tengere vrouw met haar grote ogen onderdrukte haar uitzinnige verdriet, ze vouwde haar handpalmen samen, boog als een wijnrank en zei: „Hoe hebt u, o meest vooraanstaande van alle woordvoerders, een vrouw als mij kunnen scheppen, iemand die zo’n afschuwelijke taak moet volbrengen? Zie op mij neer met mededogen, o heer, want ik ben doodsbang. Ik kan geen onschuldige kinderen wegvagen, geen oude mensen en geen jonge in de bloei van hun leven, allemaal schepselen die ademhalen, o heer van al wat adem heeft. Ik smeek u, heb medelijden met mij. De dierbare zonen, vrienden, broers, moeders en vaders van de doden zullen kwaad van mij denken, en ik vrees de doden over wie zij rouwen.”

„Dood”, sprak Brahma, „ik heb je gemaakt om schepselen weg te vagen. Het kan niet anders. Zondeloos wezen, volmaakt van lijf en leden, doe wat ik je gezegd heb.”

Zo wordt elk geboren schepsel ook weer vernietigd. Overal komen goden uiteindelijk tot één en dezelfde oplossing: de ’natuurlijke dood’, dat nieuwe verschijnsel op aarde. Mensen weten dat ze ooit geboren zijn en ieder van ons moet ten slotte vertrouwd zien te raken met de onherroepelijkheid van zijn eigen einde.

Niemand heeft het begin of het einde van de wereld meegemaakt, maar in mythen projecteren mensen hun individuele situatie op hun eigen planeet of op het heelal. De mens wordt vaak op dezelfde manier geschapen of geboren als de planeet. Soms komt de aarde uit een ei en de mens ook; of de aarde wordt uit modder gemaakt en de mens ook. De planeet die uitgeput raakt, de mensheid die ten onder gaat: dat zijn wij zelf. Psychoanalytici hebben de vliezen die breken als wij geboren worden, uitgelegd als de eerste watervloed waaraan we in ons leven ontsnapt zijn. Het thema van de eindigheid van de mens loopt parallel met het verhaal van de eindigheid van de kosmos door vernietigend vuur of zondvloed.

Het mooie is dat na de wereldramp het verhaal verder gaat. Nadat de wereldbevolking radicaal is weggevaagd krijgt de mens een nieuwe kans. Einde en nieuw begin worden zo met elkaar verbonden.

Vergelding en straf zijn een belangrijk motief in verhalen over de ondergang. De dreiging die uitgaat van wat de mensheid langgeleden is overkomen, suggereert dat het met ons, degenen die het verhaal horen, ook verkeerd kan aflopen.

In het verhaal van Noach staat dat God spijt heeft dat hij de mensen gemaakt heeft, vanwege hun verdorvenheid. Menselijk gebrek aan eerbied voor goden en medemensen is in verhalen een belangrijke aanleiding voor het losbarsten van de wereldwatervloed. Een ernstige en veel voorkomende misdraging is het schenden van de wetten van de gastvrijheid. Om die reden besluit bijvoorbeeld de Griekse oppergod Zeus (zelf beschermheer van de gastvrijheid) om de mensheid te vernietigen. De vreemdeling is in zulke verhalen de god zelf in vermomming die de mensheid op de proef komt stellen. Alleen enkele rechtvaardigen die de traditionele gastvrijheid serieus nemen, overleven het watergeweld.

In oorsprongsmythen lijkt de situatie van vóór de schepping opvallend op de eindsituatie. Zo ziet de wereld eruit voor de schepping:

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed.Genesis 1

In het begin waren er geen goden en geen mensen. Het water van de oceaan omarmde de leegte. Ahom, Zuid-Azië

In het begin was er niets anders dan water en duisternis. Het water klotste in het rond. Yuma, Arizona

En dit is de situatie na de wereldramp:

De hele aarde was ondergelopen met het grote water dat ze Dama noemen, een water dat geen oevers heeft. Makiritare, Venezuela

Na korte tijd hoorden de mensen het gemurmel van de zee aanzwellen tot geraas van krakende boomtakken, ratelend koraal en opbruisend water. Overal was alleen nog oceaan te zien. Raiatea, Frans Polynesië

Op de achtste nacht bracht Ruwa vanuit de hoger gelegen bossen een donderende watermassa in beweging. Het water sleurde de slechte mensen mee, en ook hun huizen, voedsel en bezittingen. Er was niets en niemand meer over Chagga, Tanzania

Naast verhalen waarin de mensheid in het verleden is uitgeroeid, opgebrand of verdronken, zijn er verhalen waarin dit drama straks gaat komen. Het komende Einde gaat gepaard met een Oordeel. Dat Oordeel brengt de uitverkorenen een paradijs, maar met alle anderen zal het slecht aflopen. De volgelingen van de Perzische profeet Zoroaster geloofden dat de verdorvenen vernietigd worden in een stroom van vloeibaar vuur en gesmolten metaal. Net als verhalen over voorbije eindes maken apocalyptische verhalen duidelijk dat mensen eerder geneigd zijn tot het kwade dan tot het goede. En de gevolgen daarvan zullen niet uitblijven.

In de bijbelse Openbaring van Johannes (ook wel: Apocalyps) kondigen kosmische rampen, aardbevingen, botsende sterren, een zwarte zon en een bloedrode maan het einde aan. Hier wint de hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde het van dreiging en doem. De islam kondigt eveneens het einde der tijden aan. Dan zal de profeet Isa (Jezus) op aarde terugkeren. En in het boeddhisme verwijst het ’einde van de wereld’ naar het nirwana, een mentale staat waarin verlangen, haat en onwetendheid voorgoed hebben afgedaan. Bij de periodieke vernietiging van het wereldsysteem blijven de hoogste hemels gespaard en de volgende Boeddha zal de sociale orde herstellen.

Ook kleinschalige samenlevingen zien in ongewone voortekens het einde dat op komst is: er beginnen meteoren langs de hemel te vliegen. De zon en de maan verschieten van kleur. Het water begint te stijgen. En er komt overal oorlog.

Voorspellingen en gebeurtenissen vormen samen één geheel. Vanaf het oudste christendom hebben gelovigen vaak oprecht gemeend dat het einde der tijden eraan kwam, ook al waarschuwden invloedrijke theologen als Augustinus dat de Openbaring van Johannes niet letterlijk genomen moest worden. Die waarschuwingen hielpen niet veel.

In 1522 verklaarde Luther, in een preek over de Wederkomst, dat de naderende doem aan de hemel was af te lezen. Veel van zijn tijdgenoten zagen de breuk die de Reformatie bracht op zich al als teken van het naderende einde, dat zeker vóór het jaar 1600 zou plaatsvinden.

En hoe is het in onze tijd? Ook bij de millenniumwisseling werd het einde der tijden aangekondigd. En al eerder onthulde een opiniepeiling in de VS dat 53 procent van de Amerikanen geloofde dat de wederkomst ophanden was en dat die gevolgd zou worden door verschrikkelijke rampen die het kwaad zouden vernietigen, zoals in de Bijbel voorspeld was. Apocalyptische verhalen zijn altijd stellig over wat ons te wachten staat. De 2012-beweging (die het einde van de wereld in 2012 verwacht) is de zoveelste in een lange reeks van eindtijdvoorspellingen die nooit uitkwamen. Een paar duizend welgestelden kunnen voor veel geld nu al via de leider een plek reserveren in een bunker. Dat veilige toevluchtsoord wordt hoog in de bergen in Afrika gebouwd. Zo hopen de 2012-gelovigen te overleven.

Mythen brengen paradijselijke dromen verrassend dichtbij en houden levensbedreigende eindes op armlengte afstand. Verhalen over het einde van de mensheid weerspiegelen onze eigen angsten en verkennen de vraag in hoeverre het leven opgewassen is tegen de dood. In verhalen wordt vaak een ontsnappingsclausule ingevoegd – op micro- en op macroniveau, met frappante overeenkomsten tussen beide. Het idee van complete vernietiging van de eigen soort is onverdraaglijk. Er moet iets te hopen blijven, nageslacht om in te overleven, een hiernamaals, een ark of een bunker. Tegen hun besef van eigen eindigheid in blijven verhalen en mensen geloven in een toekomst.

We maken allemaal gebruik van taal om verhalen te vertellen. Meer dan ooit betekent menszijn in een tijd van steeds verdergaande globalisering: vertalen. Wie op zoek gaat naar verschillen tussen culturen, zal alleen verschillen vinden en wie oog heeft voor overeenkomsten zal die zeker tegenkomen. In deze verhalen kunnen we iets nieuws ontdekken en iets van onszelf herkennen.

Culturen die nog nooit van elkaar gehoord hadden, vertellen mythen die dezelfde angsten en onzekerheden onthullen over de broosheid van het mensenbestaan. Mythen kunnen ons leren om mondiaal te denken, niet alleen in lokaal eigenbelang. De mensheid zoekt tastend haar weg naar de toekomst, een toekomst die onze verantwoordelijkheid is zolang we leven. Ook in onze tijd is sprake van lawaaierigheid, overbevolking en uitputting van de aarde.

Net als in verhalen over het einde worden mensen geconfronteerd met rampenscenario’s die tot het einde kunnen leiden. Klimaatverandering, menselijke onvruchtbaarheid, een pandemie, een nieuwe wereldoorlog met massavernietigingswapens, uitdroging van de aarde en een nieuwe ijstijd bedreigen onze toekomst, als we de media moeten geloven. De ondergang loert aan alle kanten, die boodschap blijft zich door de eeuwen heen herhalen.

Ook al proberen mensen zonder mythen te leven, voor de goede verstaander gaan die oude verhalen ook over ons. De mensen maakten zich vanaf het begin schuldig aan moord en doodslag, aan ongastvrijheid en machtsmisbruik en ze vergaten wat gerechtigheid en solidariteit betekenen. En de gevolgen bleven niet uit.

Het einde van de mensheid hoeft niet noodzakelijk het einde van de wereld te zijn, maar wat weten we ervan? De wetenschap weet steeds beter hoe weinig zij weet. Toekomst is in de wetenschap vaak net zozeer een kwestie van geloof als in religie, kunst en de literatuur: voortgedreven door eigen eindigheid gaan we op zoek naar iets wat geen einde is, maar een nieuw begin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden